Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Rollend materieel > Locomotieven > Onze onvergetelijke stomers > Zesde periode - De maatschappijen overgenomen van 1897 tot 1912 (...)

Zesde periode - De maatschappijen overgenomen van 1897 tot 1912 (vervolg)

Phil Dambly.

samedi 4 février 2012, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Toen de Staat, in 1889, de spoorweg van Luik tot Maastricht overnam, bezat die kleine maatschappij in ’t geheel elf locomotieven zonder doorlopende rem.

1
Locomotief nr 1 van de maatschappij Luik - Maastricht, verbouwd in 1890.

De locomotieven nrs 1 tot 7 behoorden tot het type ”Mammouth”van de Nord Belge. Die machines voor gemengde dienst met drie gekoppelde assen, hadden wielen van 1,44 m. Saint-Léonard leverde de nrs 1 tot 4 in 1861, de nrs 5 en 6 in 1867 en het nrs 7 in 1884. In 1890 werd de machine nr 1 volledig verbouwd tot een splinternieuwe locomotief. De Staat zond deze machine naar het depot Wezet, uitgezonderd de locomotief nr 2 die niet meer tot het effectief behoorde. De locomotieven nrs 3 tot 7 kregen respectievelijk het nummer 728, 744, 745, 796 en 777. Laatstgenoemde werd achteraf van een tender voorzien. Men weet niet welk nummer de Staat aan de locomotief nr 1 heeft gegeven.

5
Locomotief nr 5 type ”Mammouth” reeks 1 tot 7

De locomotief nr 8 was de krachtigste van de maatschappij. Ze werd in 1892 gebouwd door Saint-Léonard, behoorde tot het type 28 van de Staat die ze gebruikte onder het nr 718. Ze verschilde slechts van het type 28 door de verhoging van de voetplaat achteraan met het oog op de eventuele koppeling aan een tender van het type ”Mammouth”. Ze was evenwel steeds gekoppeld aan een tender van het type Staat die zelf een verhoogd frame had.

8
De locomotief nr 8, de krachtigste van de maatschappij Luik - Maastricht

In 1883 had de maatschappij van Luik tot Maastricht, als eerste in België, een dienst van zeer lichte treinen, de zogenoemde “tram-treinen”, geopend tussen Luik-Longdoz en Wezet. Die treinen werden getrokken door uiterst kleine, zeer sierlijke en merkwaardig bestudeerde tenderlocomotieven, geleverd in 1883 en 1884 door Saint-Léonard.

Tenderlocomotief, reeks 11 tot 13, voor tramtreinen

Genummerd van 11 tot 13, hadden die machines, met drie gekoppelde assen, wielen van 0,90 m. Ze hadden buitenliggende cilinders en mechanisme en wogen, rijvaardig, 17,80 t. De Staat verkocht ze aan de suikerfabriek van Statte.

Het was eveneens in 1899 dat de Staat de exploitatie overnam van de lijn met smal spoor Antwerpen - Gent, via het Land van Waas. Bij die gelegenheid kwam hij in het bezit van de tenderlocomotieven nrs 30 en 31 die de nieuwe nummers 915 en 920 kregen. Die 2-4-0 met wielen van 1,50 m wogen, rijvaardig, 34,50 t. Ze waren zo opgevat dat, ze gemakkelijk konden worden aangepast aan de normale spoorwijdte. Inderdaad, de Spoorwegmaatschappij Antwerpen - Gent was voornemens het normaalspoor in te voeren, maar de werken werden slechts uitgevoerd op het ogenblik van de overneming door de Staat en nog wel in een enkele nacht ! Na verandering van de koppeling en de buffers en het aanbrengen van de Westinghouse-rem, werden de twee locomotieven ingedeeld bij het depot Luik-Guillemins voor de diensten der tram-treinen op de lijnen van de Ourthe en de Vesder.

Nr 30 en 31 in oorspronkelijke staat (St.-Léonard, 1892)

Ze werden kort voor de eerste wereldoorlog gesloopt.

Dezelfde, aangepast aan de normale spoorwijdte (nr 915 en 920). Vergelijk de hoogte van de aslijn der buffers en der wielen aan de buitenkant van het frame

De eerste negen locomotieven, bestemd voor de spoorweg van Antwerpen - Gent, waren geleverd van 1842 tot 1844 door de voormalige werkplaats Postula, gelegen nabij het Kaatsplein te Brussel, en beter bekend als de ”Atelier du Renard” wegens de nabijgelegen straat die dezelfde naam droeg. Die lichte tenderlocomotieven met onafhankelijke wielen van 1,50 m waren ontworpen door De Ridder. Ze waren voorzien van een zadelvormige watertank en hadden een rijvaardig gewicht van 17,55 t. Het verdelingsstelsel geschiedde door middel van twee scharen waardoor men kon rijden met drukvermindering of onder volle stoom. De cilinders waren opgesteld aan de buitenkant, aan weerszijden van de verticale vuurhaard. Enkele exemplaren van die eigenaardige machines waren nog in dienst in 1899.

2
Locomotief nr 2, “Pays de Waes”. Hoogte van de schoorsteen : 3.950 m

De locomotieven nrs 1 tot 9 droegen respectievelijk de volgende namen : ”La Flandre« , ”Pays de Waes”, ”Richaet”, ”P. Verheven”, ”Anvers”, ”Gand”, ”Saint-Nicolas”, ”Lokeren”, ”Beveren ». Het nr 2 ”Pays de Waes” wordt tentoongesteld in het museum der spoorwegen in het Noordstation te Brussel.

Detail van de stoomverdeling

In 1880 had de Maatschappij Antwerpen - Gent de locomotieven type 10 en 11, 2-4-0 T met gekoppelde wielen van 1,50 m, in dienst gesteld. Achteraf werden, respectievelijk in 1883, 1884 en 1885, drie gelijkaardige locomotieven met de nrs 12 tot 14 aangekocht.

Locomotieven nr 10 tot 14 van de maatschappij Antwerpen - Gent

In 1885 verscheen een nieuw machinetype waarvan vijf exemplaren, nrs 20 tot 24, werden gebouwd. Die 2-2-2 T met drijfwielen van 1,50 m wogen rijvaardig 22,75 t. Ze waren voorzien van een rem met glijstuk dat op de rails inwerkte.

Buiten de machines nrs 1 tot 9, waren al de locomotieven van de maatschappij Antwerpen - Gent door de Société Saint-Léonard gebouwd geweest.

De herstellingswerkplaats voor locomotieven van de spoorweg Antwerpen - Gent was te St.-Niklaas gevestigd.


Bron : Het Spoor n° 127, maart 1967