Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Geschiedenis > 1926-1976 > 1926 alsof je erbij was

1926 alsof je erbij was

Uilenspiegel.

lundi 4 juin 2012, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Het jaar 1926 begon - net zoals de meeste jaren trouwens - voor een heleboel mensen niet zo denderend. De Amerikanen die in deze periode geplaagd zaten met de veelbesproken “drooglegging”, zagen zich verplicht hun dagelijkse borrel te vervangen door een ijsje, waardoor het melkverbruik in de Verenigde Staten astronomische hoogten bereikte.

Europa voelde zich begin 1926 al evenmin erg lekker want het werd geteisterd door een reeks hevige stormen die a.h.w. de voorbode waren van allerhande politieke, sociale en economische stormen die het oude, vertrouwde continent in al zijn voegen zouden doen kraken. In januari trad de Leie buiten haar oevers, de overstromingen in het Lessedal overtroffen die van 1880, te Jemelle werden een koe en drie varkens door de stroming meegesleurd, en Luik kende de ergste watersnood uit zijn geschiedenis.

Niet alleen de natuur zorgde voor de nodige beroering, ook de economie had het lastig : in januari 1926 gingen er vier wisselagenten failliet en verkeerden tal van anderen in een benarde toestand.

Niet alles zag er echter zo rampzalig uit in het begin van dat gezegende jaar 1926, waarin onze geëerde Maatschappij opgericht werd in een poging om het hopeloze gat in de Belgische begroting te vullen. Sommige bedrijyen ging het zelfs voor de wind. Zo telde de “praktische automobielschool” van Berchem, waar de lessen gegeven werden door de “bestuurder-ingenieur” Van Loy tegen de prijs van 5 fr. per 2 lessen, in januari reeds 9 900 inschrijvingen. Ook de verre voorloper van James Bond, Freddy, speuragent 1e klasse (echtscheidingen, erfenissen, alle kiese zendingen, alle toezicht tegen overeengekomen prijs, betaling na het werk) kon zich verheugen in een zich steeds verder uitbreidende cliënteel.

 een accordeon of een nachthemd ?

Wat was onze Belgische frank nu ongeveer waard in die periode ?

Vóór de stabilisatie van de Belgische munt - een monetair huzarenstukje in oktober 1926 door de regering uitgevoerd in de hoop de als een kaartenhuisje in elkaar stortende economie te redden - was één Engels pond 132,40 fr. waard, stemde 100 FF overeen met 91,40 fr., één Nederlandse gulden met 10,84 fr. en één Amerikaanse dollar met 27,05 fr.

Voor 10 fr. kocht je in het magazijn La Bourse een paar handschoenen, voor 17 fr. een regenscherm of een wit flanellen nachthemd voor heren en voor 36 fr. had je een paar schoenen. Overjassen voor heren kostten van 110 tot 195 fr. en een kostuum op maat met zijde gevoerd, 245 fr. Krediet was toen reeds mogelijk : een accordeon dat kontant 193 fr. kostte, kon je op krediet kopen tegen 35 fr. bij ontvangst en 15 fr. per maand. Een gewoon brood kostte 3,10 fr., een pakje Belga 1,50 fr. (voor 25 sigaretten), 6 eieren kon je kopen voor 7,30 fr., maar voor extra-margarine moest je 13 fr. per kg neertellen. Zin in een lekker wijntje ? Dat kon. Een fles Macon had je voor 3 fr., een fles St.-Emilion 1922 voor 3,40 fr. en een fles Pommard 1921 voor 4,95 fr.

Ter vergelijking eventjes wat een spoorwegbediende verdiende in 1926 (telkens werd het maximumbedrag genomen) : een lader had recht op 24 fr. per dag, een treinwachter op 10 700 fr. per jaar, een machinist op 15 400 fr. per jaar en een eerste klerk (een graad vergelijkbaar met de huidige graad van opsteller) 19 000 fr per jaar.

Terloops gezegd, op 5 januari 1926 werden de Belgen echter reeds opgeroepen tot bezuinigen...

 van europa naar turkije

De politieke situatie in het buitenland zag er niet bijzonder rooskleurig uit : heel de wereld leed nog steeds onder de gevolgen van wat toen in de pers als de “grote oorlog” omschreven werd. Het verarmde Europa, lamgeslagen in de wereldeconomie, werd geconfronteerd met nieuwe mededingers die precies in de oorlog krachten gevonden hadden om een plaats op de wereldmarkt te veroveren die zij vroeger niet bezaten.

De verdragen van Locarno - een geheel van overeenkomsten in 1925 afgesloten tussen Duitsland, Frankrijk, Engeland, België, Italië, Polen en Tsjechoslovakije - bestonden wel op papier, maar jammer genoeg nog niet in de geesten.

De waarschuwing van een politiek correspondent, dat het gevaar niet meer aan onze landsgrenzen, maar aan de grenzen van Europa schuilt, klinkt, gezien in het historisch perspectief, eerder ironisch.

Als gevolg van de oorlog kampte gans Europa met zware schuldenregelingen. Op 10 augustus schreef Clemenceau zijn beroemde brief aan de Amerikaanse president Coolidge, waarin hij wees op het feit dat de regeling van de schuldenkwestie de toekomst van de beschaving bedreigde en vroeg of er geen andere dan commerciële overwegingen in acht dienden genomen te worden bij het zoeken naar een oplossing...

In Turkije - nu een prima vakantieland - was de situatie overigens ook weinig gezellig. Te Marash werden 22 personen veroordeeld, waarvan 7 ter dood, 7 tot 15 jaar gevangenisstraf, 7 tot 10 jaar gevangenisstraf en 1 tot 3 jaar gevangenisstraf omdat zij weigerden een hoed te dragen zoals de wet het voorschreef. Een pittig detail is wel dat de terdoodveroordeelden de volgende ochtend reeds werden terechtgesteld. Deze actie was feitelijk het gevolg van de pogingen van Atatürk Kemal, de eerste president van de Turkse republiek, om Turkije te “verwesteren”. Daartoe wou hij o.m. de bevolking verplichten de traditionele fez te vervangen door een meer westers hoofddeksel.

 varia

Op sportief gebied kende 1926 de periode van de grote velodrooms, waarvan de meeste nu verdwenen zijn. Zelfs kleine dorpjes als Beveren, Stekene... hadden toen hun velodroom.

De Belgen waren trouwens toen reeds vrijwel onklopbaar op de fiets : de twintigste Ronde van Frankrijk werd gewonnen door onze landgenoot Lucien Buysse, met de mooie voorsprong van 1 uur 22 minuten en 25 seconden op de Luxemburger Nicolas Frantz. Bij de eerste tien waren er zo maar eventjes zeven Belgen.

Van de 126 vertrekkers bereikten er trouwens slechts 41 de eindstreep. Een dergelijk Belgisch meesterschap heeft zich toen niet gemanifesteerd op het niveau van de wereldkampioenschappen om de goede reden dat die pas vanaf 1927 werden georganiseerd. De 19e maart kwam Holland eveneens voor de twintigste maal te Antwerpen spelen tegen de “Rode Duivels”. Uitslag:1-1.

Ook de autosport genoot een zekere bekendheid : elk jaar werd de Grote Prijs van België van 24 uren te Francorchamps georganiseerd en voor de eerste maal overschreed een autopiloot de snelheid van 100 km/u. tijdens de 24 uren van Le Mans. Te Monza brachten de FN-motoren het wereldrecord van de 24 uren op 105,250 km/u. gemiddeld en voor de eerste maal in de geschiedenis werd de verbinding Luik - Leopoldstad bewerkstelligd met een motor (met side-car).

De 23" september werd Gene Tuney, “de gentleman”, wereldkampioen boksen alle categorieën door zijn overwinning op Jack Dempsey, “de tijger”. De wedstrijd had plaats te Philadelphia voor 130 000 toeschouwers en er was een beurs beschikbaar van 90 000 pond.

Ludieke burgers waakten echter over de fysieke en morele gezondheid van hun medeburgers.

Zo konden “kortborstigen” hun longen ontlasten met Elixir des Rimains (12,50 fr. de grote fles), gewrichtspijnen werden bestreden met Dewitt pillen (6,50 fr. de kleine doos) en wie van oordeel was dat hij een weinig te slank was, hoefde slechts Sargol te nemen (Hoe dik en schoon worden : een nieuwe ontdekking die wonderen verwekt door het veranderen van uitgeteerde mensen in gezonde en lijvige personen - zou een weinig vlees u niet bekoorlijker maken ?). Ook voor de geestelijke gezondheid van de burgers werd gezorgd. Zo protesteerde te Parijs een vereniging van huisvaders tegen openbare zedeloze plakbrieven en dergelijke die vooral bij kinderen schadelijk inwerkten : “het kan kosten wat het wil - niets zal ons tegenhouden om de zedelijke straatkuis te voltrekken.”

 de spoorwegen

Maar hoe zat het nu met de NMBS in 1926 ?

Vanzelfsprekend liep de oprichting van de Maatschappij niet precies van een leien dakje.

Vanaf april begon het Beheer der Spoorwegen met de afhaling ten huize. De taks van de afhaling ten huize werd vastgesteld op 1 fr. de 10 kg of breuk van 10 kg met een minimum van 3,50 fr.

In de loop van de maand mei werden, door het inleggen van de Nord-Express, de rittijden van Brussel tot Berlijn, Warschau en Riga, gevoelig verkort. Een reisje van Londen tot Berlijn duurde nu “slechts” 22 uren, Warschau bereikte je na 34 uren en Riga na 47 uren.

Op 23 juli werd het ontwerp op de Spoorwegmaatschappij eenparig goedgekeurd. Een voorzichtige correspondent merkte op dat de verplichte consolidatie ongetwijfeld niemand geestdriftig zou maken voegde er, heel eufemistisch aan toe, dat men ze in kalmte zal moeten aanvaarden om het land te redden.

En in september publiceerde de NMBS trots de resultaten van haar eerste maand : Reizigers, 57 913 000 f r. ; goederen, 139 598 000 fr. ; uitzonderlijke produkten, 3 849 000 fr., of een totaal van 201 360 000 fr.

 kunst en letteren

19 mei 1926 was een belangrijke datum : die dag werd er een tentoonstelling van moderne Franse kunst geopend te Brussel. De Belgische kunstkritiek reageerde evenwel niet overmatig enthousiast. Zo begon een vooraanstaand kunstcriticus zijn bespreking met vast te stellen over het schilderij “de baadster” van Pablo Picasso dat “het arme mens zeker onder een vrachtauto gelegen had”. Ook Georges Bracque kon hem niet bekoren : diens “naakte vrouw” kan gerust “boeddha” genoemd worden. Het schilderij van Henri Matisse “bloemengevecht te Nice”, is “een onharmonische mengeling van vele vlekken, zonder lijn en zonder ander rustpunt dan de talrijke vlaggetjes aan de hoge staken”. Maurice Utrillo vindt ongeveer als enige genade in zijn ogen omdat “die niet zo raar doet”, want Marc Chagall “zet de kunst op haar kop en de gezonde rede erbij”, terwijl Fernand Leger “even lyrisch is als een ijzermagazijn”.

Ondanks de negatieve kritiek van een onzer voorvaderen was precies deze periode uiterst dynamisch op artistiek gebied. In de jaren twintig leefde te Parijs een bohemien-achtige groep kunstenaars die later stuk voor stuk beroemdheden zouden worden : Stein, Fitzgerald, Hemingway, Joyce, Picasso... Er bestond een bonte verscheidenheid van kunstvormen : futurisme, kubisme, expressionisme, dadaïsme...

Sprekende film kende men nog niet in 1926. Op 6.10.27 zou Warner Bros de eerste speelfilm met zang en dialoog vertonen (The Jazz Singer). Cecil B De Mille begon zijn carrière als verwezenlijker van bijbelse superprodukties : De tien geboden (1923), de koning der koningen (1927). Charlie Chaplin evolueerde van clown zonder pretentie tot diepmenselijke figuur, symbool van de eeuwig eenzame en verlaten mens, met filmen als The Gold Rush (1925) en The Circus (1928).

Talrijke beroemde literaire werken zagen rond 1926 het licht : Het slot (Kafka), En de zon gaat op (Hemingway), De Valsmunters (Gide), De teruggevonden tijd (Proust)... Ook de Belgische auteurs lieten zich niet onbetuigd : De dood van Dr. Faust (De Ghelderode), Het Huis (Marnix Gijsen), Pieter Farde (De Pillecijn)...

 economische situatie

Merkwaardig is wel dat men in 1926 buiten een nationale index ook een provinciale en zelfs een stedelijke index opstelde. Zo was op 15 april 1926 de nationale index 529, terwijl de index voor de provincie Antwerpen 538 was, voor Brabant 539, voor Luik 526 en voor de stad Antwerpen 553, voor Brussel 564 en voor de stad Luik 531.

De meest dramatische economische maatregel die de Belgische regering in de loop van 1926 moest nemen was ongetwijfeld de veelbesproken stabilisatie van de Belgische munt. De Belgische frank, die eertijds 100 goudcentiem waard was, werd door de stabilisatie teruggebracht tot een goudwaarde van 14 centiem en 342 duizendsten van een centiem, iemand die voor de stabilisatie 100 000 fr. bezat, beschikte na de stabilisatie nog wel over dit bedrag bij name, maar in feite slechts over 14 342 fr. De devaluatie van de frank was vnl. het gevolg van de kapitaalsvlucht. En tot slot nog dit. De al te schuchtere knaap die moeilijkheden had om een geschikte levensgezellin te vinden hoefde in 1926 evenmin te wanhopen als in 1976. Tal van bejaarde dames belastten zich immers “op bescheiden wijze personen die wensen een huwelijk aan te gaan met elkander in verbinding te stellen”. Voorzichtigheid en geheimhouding waren verzekerd en je kon met gerust hart schrijven om meer uitleg als je maar een postzegel voor antwoord insloot.

Vijftig jaar zijn via stapels vergeelde kranten en tijdschriften door onze vingers gegleden. Vijftig jaar vreugde en pijn, liefde, nostalgie, oorlog, angst, hoop... Het was bijna met een tikkeltje weemoed dat we de krant van 31 december 1926 dicht sloegen en de lijvige folianten opborgen in onverschillige metalen opbergkasten.

De tijd is een harde leermeester. Hij vergeeft niet gemakkelijk en bij het verlaten van de bibliotheek moest ik onwillekeurig denken aan de woorden van de Engelse dichter W.H. Auden :

De tijd die geen geduld heeft
Met de dapperen en de onschuldigen
Heeft grote eerbied voor het woord
En vergeeft allen die het tot leven wekken.

Hopelijk heb je een vleugje 1926 gesmaakt bij het doorbladeren van dit jubileumnummer. En vergeet vooral niet : ook al is het wellicht moeilijk om nu nog de hand te kunnen leggen op een flesje Pommard van 1921, dat de Pommard van 1976 over enkele jaartjes beslist ook niet mis zal zijn.


Bron : Het Spoor, juli 1976