Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Geschiedenis > Getuigen van gisteren > Getuigen van gisteren : Die kathedralen van glas en roet

Getuigen van gisteren : Die kathedralen van glas en roet

P. Pastiels.

mercredi 3 septembre 2008, par rixke

Weinige stations dragen op onze dagen nog de weelde van een overkapping die als een hoge serre van ijzer en glas op majestueuze wijze perrons en sporen overkoepelt. Die klank- en lichtkathedralen, welke het nobele privilege waren van grote stations, hebben de plaats geruimd voor meer sobere en moderne gebouwen. Wellicht daarom worden ze nog zo vaak met heimwee geëvoceerd. Zachtjes overvalt ons dan de herinnering aan vreemde cantates die opstijgen uit de wazige nevel van een schemerachtig station, een herinnering die ons meevoert in haar wonderlijke betovering...

Antwerpen

Onze reis vangt aan onder het « glasraam » van Antwerpen-Centraal. De havenstad is terecht trots op haar mooi hoofdstation dat ontworpen werd door architect Delacenserie (een man uit Brugge ; het was, daarentegen, de Antwerpenaar Schadde die de plannen van het station Brugge tekende). Er wordt beweerd dat de « Midden-statie » het mooiste station van het continent is, wat natuurlijk niet kon worden gezegd van het eerste « Centraalstation ». Dat was, inderdaad, maar een houten barak die in 1854 - eindelijk ! zeiden de mensen toen - vervangen werd door een soort Zwitsers paviljoen dat zijn oude dagen in Dendermonde zou gaan slijten. Het indrukwekkende gebouw beheerst het ruime vergezicht op de Keyserlei en herinnert aan het luisterrijke bewind van Leopold II. Wachtend op de bloktrein die ons naar Mechelen en verder zal voeren, hebben we al de tijd om onze aandacht te wijden aan de mooie locomotief type 1 Staat nr 263, met haar schitterend koper werk en haar grote, gulzige wielen. De reizigers zijn beter beschut tegen het gure weer dan de machinisten die zich goedschiks moeten verschuilen in de rudimentaire cabine van de locomotief omdat ze blootgesteld zijn aan de uiteenlopende grillen van het klimaat.

Mechelen

We verlaten Antwerpen. Langzaam glijdt onze trein langs de Zoo. Een plaatselijke onderrichting verbiedt de stokers aldaar Kolen op de vuurhaard te scheppen, de kolendampen zouden de exotische diersoorten kunnen hinderen.

De enkele mijlen die Antwerpen van de Aartsbisschoppelijke stede scheiden, liggen weldra achter ons... En daar staan we dan onder de metalen hal van station Mechelen. Met gebouw, dat in klassieke Renaissancestijl opgetrokken werd volgens da plannen van architect Janlet, werd in 1888 voltooid. De indrukwekkende glazen koepel overspant de verlaten sporen : het angelus heeft nog niet geluid voor het vertrek van duizenden arbeiders.

Turnhout

We willen het Noorden van ons land niet verlaten zonder een ommetje te maken via Turnhout, in de Antwerpse Kempen. Langs het in 1896 voltooide stationsgebouw, zien we hoe een trein geduldig wacht op de telaatkomers ; arbeiders uit de tijk- en zijdefabrieken keren, na een zware dagtaak, terug naar huis. Er is geen haast bij, maar de rol hekken sluiten reeds de overweg af.

Het glas van de overkapping, waarop de jaren en de rook hun stempel hebben gedrukt, barst lichtjes onder de opgehoopte lagen roet. Een laatste rookpluim tolt weg : een wolkje te meer In de lucht...

Braine-le-Comte

Na tal ven omwegen bereiken we ’s Gravenbrakel, waar het personeel samentroept om ons te verwelkomen. Hier zullen we best de voorschriften naleven van de borden die de perrons afpalen : « Het is verboden de sporen over te steken zonder daartoe door de bedienden van de dienst te zijn uitgenodigd en in of uit de rijtuigen te stappen wanneer de trein reeds in beweging is, of vooraleer deze volledig’ stilstaat. » Grote hanglantaarnen verlichten de perrons. Ontelbare keren zijn ze wellicht getuigen geweest van ontroerend afscheid, vluchtige glimlachjes, vaalbleke gezichten ?

Weldra bevinden we ons volop in het uitgestrekte Industriebekken van het Zwarte Land. Alom rijzen er enorme schoorstenen uit de grond die vlammen als kraters of loeien als smederijen uit de tijd der Cyclopen. Ten slotte vangen we voor ons, tussen de massa’s bomen waarachter ze schuil gaan, een glimp op van de vestingswerken van Charleroi.

Charleroi

Enkele seconden later rijden we over een stenen, daarna over een houten brug die de sloten van de vesting overwelft, om zo het station te bereiken. Er heerst een koortsachtige drukte. Een rangeerlocomotief type 51 Staat brengt een stel rijtuigen aan het perron, Op een zijspoor zijn wagenschouwers druk doende om een wagen te herstellen, Stopseinen - op een zelfde seinpaal - sluiten de in- en uitgang van de perrons af. Over enkele ogenblikken zullen ze voor ons op groen gezet worden voor onze terugreis, en het is met tegenzin dat we afscheid nemen van die glazen overkappingen waar het goed is je dromen nog even te laten pleisteren...