Accueil > Het Spoor > Recensie > De bouw van spoorwegen in het land van “Tussen Hoogveen en Sneeuw-Eifel”

De bouw van spoorwegen in het land van “Tussen Hoogveen en Sneeuw-Eifel”

J. Ohn.

lundi 3 décembre 2012, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Onder de hoge bescherming van de geschiedkundige kring “Zwischen Venn und Schneifel” publiceert Léon Nilles een werk waarin hij de wederwaardigheden verhaalt die als ’t ware het voorspel zijn geweest tot de aansluiting van die streek op het spoorwegnet. De in het Duits gestelde publikatie wordt ingeleid door Hubert Jenniges [1].

De eerste plannen voor het aanleggen van een spoorweg in deze landstreek dagtekenen van 1855. Toen was men van plan geweest de Franse grens te verbinden met Trois-Vierges (Ulflingen), met een aftakking naar Aken. De uitvoering heeft evenwel nooit een vaste vorm gekregen, en de plannen werden zonder meer opgeborgen.

Ondanks petities, memorandums, het storten van borgtochten en zelfs het verlenen van concessies belandden verscheidene andere projecten in de archieven, en zulks niet alleen wegens de financiële en politieke crisissen die Europa teisterden, maar ook wegens meningsverschillen die de steden Malmédy en St.-Vith verdeelden. Dat was o.m. het geval voor een ontwerp van een spoorbaan die Parijs met Koblenz moest verbinden.

Zij die wensten dat de streken van de Eifel baat zouden vinden bij de nieuwe vervoerwijze, koesterden nieuwe hoop, in 1873, toen het Ministerie van Openbare Werken zijn goedkeuring hechtte aan het plan voor een spoorweglijn die Duitsland met Luxembourg zou verbinden. Maar twee jaar later weigerde de Staat subsidies te verlenen. Twee daarop volgende ontwerpen ondergingen hetzelfde lot.

Uiteindelijk, toen de Duitse Spoorwegen, vanaf 1876, door het staatsbeheer werden overgenomen, bleef het niet alleen meer bij plannen : de wet van 15.5.1882 bekrachtigde de aanleg van een spoorweglijn tussen Prüm en Aken Rothe Erde, via Montjoie, met een uitloper tot Malmédy. Nadat de moeilijkheden veroorzaakt door de noodzakelijke grondonteigeningen opgelost waren en de financiële participatie van de betrokken gemeenten geregeld was, wat niet van een leien dakje liep, werd, op 30.6.1885, een gedeelte van de lijn voor het verkeer opengesteld. Met het leggen van de laatste rails was de onderneming op 16.8,1888 praktisch voltooid.

Om tegemoet te komen aan een sinds lang door de autochtone bevolking gekoesterde wens, werd de aanleg van de lijn Lommersweiler - Trois-Vierges, goedgekeurd in 1884, vijf jaar later plechtig in gebruik genomen. Deze secundaire lijn werd spoedig een deel van een zeer belangrijke internationale lijn, waarop het verkeer van kolen en ijzererts plaats had tussen Luxemburg en Lotharingen enerzijds, en Duitsland anderzijds. Als gevolg van deze onvoorziene uitbreiding besloot het Beheer van de Duitse Staatsspoorwegen de lijn met dubbelspoor uit te rusten. Nadat dit werk klaar was, nam het verkeer bestendig toe : vôôr de eerste wereldoorlog reden er dagelijks 80 goederentreinen door het station St.-Vith.

In 1912 kwam de openstelling van de lijn Jünkerath - Bütgenbach aan de beurt. In militair opzicht betekende dit een directere verbinding met het kamp van Elsenborn. In ekonomisch opzicht konden meer dan 7 000 bewoners voortaan de voordelen genieten die de aanwezigheid van een spoorweg met zich brengt. Bovendien ontlastte men de bevolking van de verplichting al te vaak eenheden van het leger te moeten huisvesten.

Geëist, enerzijds, door de leerlooiers van Malmédy, die 90 % van hun run uit de Ardense wouden betrokken, maarr bestreden door hun concurrenten uit Stavelot en, om strategische doeleinden, door Frankrijk, werd de aanleg van de verbinding Malmédy - Stavelot - Trois-Ponts, waartoe in 1903 besloten werd, op 5.1.1914 uitgevoerd.

De eerste wereldoorlog zorgde ervoor dat het spoorwegnet in dit gewest met twee uitbreidingen verrijkt werd. Inderdaad, in 1915 besliste de militaire overheid Born met Vielsalm te verbinden. De aanleg van die lijn, welke tal van kunstwerken vergde, was destijds een waar buitenkansje voor de bewoners die aldus de gelegenheid kregen in eigen streek hun kost te verdienen. De lijn werd in 1917 voor het verkeer opengesteld. De verbinding Gouvy - St.-Vith werd in gelijkaardige omstandigheden aangevat ; de werken kwamen in 1918 klaar.

In verband met de Ourvallei, herinnert Leon Nilles eraan dat een eerste plan voor een spoorbaan tussen de Franse hoofdstad en Koblenz ingediend werd in 1859. De petities die door de bevolking herhaaldelijk aan alle trappen van de hiërarchie gericht werden, hadden geen succes. Het was slechts in het begin van de oorlog dat de aanleg van een verbinding Losheim - St.-Vith overwogen werd. De definitieve plannen werden ingediend in 1917. De afloop van de vijandelijkheden betekende het einde van iedere hoop op een spoorweg in de Ourvallei.

Laten wij hier nog aan toevoegen dat het vermelden van talrijke feiten, de reproduktie van kronieken uit de plaatselijke pers en het in herinnering brengen van de onderhandelingen tussen de gemeenten de lezing van het werk boeiend maken.


[1Der Bau von Eisenbahnen lm Lande Zwischen Venn und Schneifef, Buchdruckerei H. Doepgen, St-Vith.