Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Geschiedenis > Getuigen van gisteren > Getuigen van gisteren : De postrijtuigen

Getuigen van gisteren : De postrijtuigen

P. Pastiels.

vendredi 5 septembre 2008, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

De prentbriefkaart, die je in zekere zin de ooggetuige van « La Belle Époque » zou kunnen noemen, is een uitzonderlijk document voor wie de geschiedenis van de spoorwegen wil bestuderen. Ongewild immers is ze, bij wijze van spreken, een tijdsbeeld dat het mogelijk maakt dieper door te dringen in de schijnbaar mysterieuze Spoorweg wereld.

Rhisnes

Buiten deze historische waarde van de illustratie is er natuurlijk ook nog de niet te verwaarlozen sociale en zelfs poëtische waarde van de boodschap die op de keerzijde van dit document geschreven staat.

Om deze en misschien nog andere redenen is de prentbriefkaart binnengetreden in het rijk der eindeloze reeks voorwerpen waarop sommige mensen een bepaalde woede op aangename, boeiende en, voor wie haar hogere genoemde waarden aanvaardt, ook op nuttige wijze botvieren.

Dit karton van gestandaardiseerde afmetingen, zoals iemand de prentbriefkaart, althans voor een stuk, zakelijk heeft omschreven, is echter nog wat meer dan een eenvoudige prent waarop verzamelaars jacht maken. Ze is het aangrijpende bewijs van een sociaal gebruik dat een ruime verrspreiding genoot. In die « ruste tijd van aangenaam leven », wat je een prozaïsche vertaling zou kunnen noemen van « La Belle Époque », had men immers nog geen flauw vermoeden van de onrust waarin het tijdperk van de informatieverwerking de mensheid zou storten. Toen gunde men zich nog de tijd om te lezen en te schrijven. Nu is briefwisselen, volgens taaltuiniers een purisme voor corresponderen, vanwege de moderne communicatiemiddelen, een schier overbodig tijdverdrijf geworden.

 Stil geluk, naïeve ontboezemingen

Het spoor heeft in ruime mate bijgedragen tot de ontwikkeling van de prentbriefkaart. Het vervoerde die stroom van vreugde, stil geluk en naïeve ontboezemingen naar de vier windstreken. Posterijen, telegraaf en spoorwegen lijken voortreffelijk samen te werken onder de hoede van een zelfde ministerie.

De goede en snelle uitreiking van de post is dus gegarandeerd. De stations en de treinen van de buurtspoorwegen hebben de handen vol met de dagelijkse toevloed van poststukken en kranten ; in de postrijtuigen wordt het sorteren al tijdens de rit aangevat.

De reizende postkantoren, die een Engelse uitvinding zijn, doen zeer vlug hun intrede op het vasteland. Vanaf 15.9.1840 rijdt het eerste Europese postrijtuig op de lijn Brussel - Antwerpen. Op 1.12.1841 wordt het postrijtuig « Brussel - Tubeke » in gebruik genomen dat vanaf 1842 doorrijdt naar Bergen. In 1843 bedienen ze het baanvak Bergen - Quiévrain en kort daarop de secties Gent - Moeskroen en Luik - Verviers. Het Koninklijk besluit van 30.1.1850 regelde de definitieve instelling van die nieuwe dienst, met het oog op de uitbreiding ervan tot al de voornaamste bestaande en toekomstige hoofdlijnen van de Staat.

Het invoeren van rijdende sorteerkantoren veroorzaakte een omwenteling in de drukke sector van de rationele behandeling van de post.

Die dienst, zo kon men in het tijdschrift L’Illustration van 1848 lezen, zorgt ervoor dat de uitreiking van de brieven gemakkelijker, sneller en betrouwbaarder verloopt. Inderdaad, het sorteren van de correspondentie geschiedt tijdens het transport van de postzakken met een kleiner aantal ervaren bedienden, wat de kansen op ontvreemding aanzienlijk verminderde (...).

De wanden van het rijtuig, zo gaat hetzelfde tijdschrift verder voor wie nog wat meer wil weten over die speciale rijtuigen waarin toen in Frankrijk de post gesorteerd werd, zijn geschilderd in karmijn-lak, versierd met rode biesjes die de panelen van het onderdeel lichtjes doen uitkomen.

De totale lengte van het post rijtuig schommelt tussen 5,5 en 7 m. en de binnenruimte is verdeeld in twee ongelijke delen. Het eigenlijke kantoor beslaat twee derde van het rijtuig ; het andere derde is een soort « voorkantoor » dat eveneens voor de dienst bestemd is. Die twee delen kunnen worden gescheiden door een luik dat naar believen kan op- of neergelaten worden. Het rijtuig werd aldus ingericht om te voorkomen dat het eigenlijke kantoor ’s winters tijdens het af- en opladen van de postzakken in de stations zou afkoelen. Het luik blijft dus meestal op. De wanden van het kantoor zijn op borsthoogte voorzien van kasten met rekken, koffers en laden. Het bovenvlak van die kasten dient als werktafel. Daarboven bevinden zich de sorteervakken die wel schapjes lijken. In die vakken, welke een etiket dragen met de naam van een stad, vindt elk poststuk zijn bestemming...

 een koortsachtige bedrijvigheid

Stilaan wordt elke overbodige versiering uit het postrijtuig geweerd, wat zijn capaciteit verhoogt... Ofschoon de vaste sorteerkantoren de snelste vervoermiddelen gebruiken om de post te vervoeren, verdedigen de postrijtuigen hardnekkig hun stellingen door zich aan de vooruitgang aan te passen (autonome motorrijtuigen van de Posterijen rijden sedert 5.3.1968 op onze hoofdlijnen).

Zoals het daar overdag in alle weer en wind ergens op een of ander opstelspoor staat, lijkt het postrijtuig wel een verweesd vehikel. Maar zodra de avond valt, treedt het uit zijn vereenzaming. Wat er dan mee en in gebeurt, beschreef een zekere G. Van Lierde als volgt : « Een rangeerlocomotief wekt het rijtuig zonder mededogen en voert het naar het perron waar het werk wacht. Dan wordt de eerste lamp aangestoken. De bedienden komen aan, begroeten elkaar met een stille handdruk want de avondstilte duldt geen luidruchtigheid.

Daarop volgen de rituele gebaren : stofjas aantrekken, de vuurhaarden aansteken, de elektrische kabel aanspannen. Op het perron komt het eerste wagentje met postzakken aangereden.

Zonder overbodige haast noch buitensporige bewegingen wordt het werk in het rijtuig aangepakt : stempelen, lege zakken ophangen, postzakken op de werktafel leggen, openen en ledigen. Reeds vallen de eerste brieven in de sorteervakjes, terwijl pakken kranten in zakken verdwijnen. De zwaar beladen karretjes volgen elkaar nu in een sneller tempo op, terwijl hun lading spoedig in het rijtuig verdwijnt... Dan worden de deuren zorgvuldig vergrendeld en rijdt de « postkooi » de duisternis in...

 de prentbriefkaart

Net als de trein, die dan de trouwe diligence aflost, beleeft ook de prentbriefkaart haar mooiste dagen gedurende « La Belle Époque », in die goeie ouwe tijd is ze als het ware het troetelkind van de postrijtuigen.

Het stationspersoneel van Rhisnes (lijn 161 : Brussel - Namen) stuurt ons een kaart met de afbeelding van het « station ». Het postrijtuig Brussel - Aarlen 2 neemt die prentbriefkaart mee naar Namen. Ondanks de omweg komt ze tussen 17 en 18 uur te Brussel aan.

Ze is niet zo maar een doodgewoon zakelijk poststuk, maar ook, zoals we al eerder gezegd hebben, een leerrijk document. Wie zich daarvan wil overtuigen, hoeft maar even haar keerzijde te bekijken.

Natuurlijk vallen hierbij onmiddellijk het adres en de postzegels op, maar belangrijker want boeiender lijkt ons het postmerk. Zo kun je er de poststempel van het kantoor van vertrek of van aankomst op aantreffen. Op trajecten zoals Brussel - Aarlen, Luik - Erquelinnes, Quiévrain - Antwerpen, Namen - Manage - Brussel, Oostende - Verviers, Doornik - Gent... kunnen die stempels evenwel vervangen zijn door de stempels van onze toenmalige postrijtuigen die het net doorkruisten. Soms gebeurt het dat het reizigersloket zendingen aanneemt die alsdan de naam- of datumstempel van het verzendingsstation dragen.

De reizende postmannen, die van hun beroep houden, lijden geen gemakkelijk leventje. Ze vormen als het ware een gild waarin het begrip hiërarchie vervlakt. De speciale werk- en bestaansvoorwaarden hebben bij de reizende postmannen een bijzondere gedragslijn en een geestesgesteldheid aangekweekt die getuigt van zelfstandigheid en initiatief. Zodra de trein vertrekt is de ploeg aan zichzelf overgelaten, ze moet opgewassen zijn tegen alle moeilijkheden die zich tijdens de rit kunnen voordoen, zonder nauwkeurige richtlijnen van hogerhand af te wachten. De verschijning op ons spoorwegnet van reizende sorteerkantoren was een ware « première » op het stuk van de rationele behandeling van de correspondentie en van de postzendingen. Niet ten onrechte worden de reizende postmannen de « Heren van de posterijen » genoemd.


Bron : Het Spoor, november 1974