Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Buitenland > De Griekse spoorwegen

De Griekse spoorwegen

lundi 11 mars 2013, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

 De Helleense staatsspoorwegen

In 1900 legde de “Eastern Railway Construction Syndicate-Batignoles Ltd” de lijn aan met normaalspoor van Piraeus naar de vroegere Grieks-Turkse grens, over Athene, Thebe, Livadia, Lianokladion en Paleofarsalos, alsmede de vertakkingen van Inoi naar Chalkis en van Lianokladion naar Stylis. Deze lijn werd door de Maatschappij van de Helleense Spoorwegen geëxploiteerd.

Het eerste baanvak Piraeus - Thebe en de vertakking Inoi - Chalkis werden voltooid in februari 1904 en plechtig geopend op 6 maart 1904. Eens dat zij Athene voorbij is, loopt de lijn door een rij heuvels om vervolgens te stijgen. Deze heuvelachtige streek wordt beheerst door de Parnassos, op wiens hoge toppen de sneeuw zich als witte wolken vastklampt.

De andere baanvakken werden trapsgewijs in gebruik genomen. Larissa werd bereikt in augustus 1908, Papapouli (vroegere Grieks-Turkse grens) in juli 1909.

Een hoekje van bet station Korinthe.

Bij de uitbreiding van het grondgebied ingevolge de Balkanoorlogen (1912-1913), besliste de Helleense regering Papapouli met Plati te verbinden, ten einde de aansluiting te verwezenlijken met de in het aangehechte gebied gelegen lijn Florina - Ormenion. Deze uitbreiding werd op 9 mei 1916 voltooid.

In 1920 werden al de spoorwegen door de Staat overgenomen en werden zij “Helleense Staatsspoorwegen” (H.S.) genoemd.

Gedurende de laatste wereldoorlog hebben de H S. geweldige schade opgelopen. Bij het terugtrekken van het bezettende leger waren zij bijna geheel verwoest. De wederopbouw was uiterst moeilijk. Hij werd vertraagd door de nieuwe ramp, veroorzaakt door de strijd tegen de communisten die na de bevrijding oplaaide. De “Simplon-Orient-Expres” verbond in 1951 opnieuw Parijs met Athene. Volledig heropgebouwd, is het net thans in volle ontwikkeling. De lijn Aminteon - Kozani, waarvan de werken aanvingen in 1952, werd in de maand december 1954 voltooid ; sedert 30 januari 1955 wordt deze lijn, die 59,422 km lang is, benut voor de exploitatie van de koolhoudende gronden uit de streek van Komanos.

In 1955 namen de Helleense Staatsspoorwegen het in 1882 aangelegde net over van de vroegere Spoorwegmaatschappij van Thessalië, dat o.m. de lijnen Larissa - Volos en Volos - Kalampaka, met een spoorbreedte van 1 m, omvat. De administratie besliste de lijn van de sectie Larissa - Volos (61 km) te verbreden ; de werken werden op 15 september 1960 voltooid. De plechtige opening van de nieuwe lijn stelde een einde aan het overstappen van de reizigers van de lijnen Volos - Athene of Volos - Saloniki en omgekeerd, alsmede aan het overladen van de goederen te Larissa, wat vroeger onvermijdelijk was wegens het verschil van spoorbreedte tussen de hoofdlijn Athene - Saloniki - Joegoslavië en de oude lijn Larissa - Volos.

De werken voor het verdubbelen van de baanvakken Piraeus - Inoi (lijn Piraeus - Saloniki) en Saloniki - Plati (lijn Saloniki - Florina) die in 1959 aangevat werden, zullen einde 1963 voltooid zijn.

Aanvankelijk exploiteerden de H.S. 203 km spoor ; thans telt het net 1.572 km normaalspoor, 161 km met een breedte van een meter en 28 km smalspoor met een breedte van 0,60 m.

Tijdens het jaar 1959 werden 704.174.000 reizigers/km en 298.336.000 ton/km vervoerd.

Het materieelpark omvatte :

Normaalspoor Smalspoor
1,45 m 1,001 m 0,60 m
Stoomlocomotieven 193 17 3
Dieselmotortreinen 36 14 -
Motorwagens 20 - -
Rijtuigen 157 43 14
Pakwag’ens en postrijtuigen 110 7 2
Wagens 5.827 456 5
Excursierijtuigen 87 - -
De brug van Brallos op de lijn Athene - Saloniki.

De Helleense Staatsspoorwegen benutten 8.448 werklieden en bedienden.

 De peloponnesische spoorwegen

Het net van de vroegere Spoorwegmaatschappij Piraeus-Athene-Peloponnesus (S.P.A.P.) vormt het andere deel van het Griekse spoorwegnet. Daar dit net de mooiste streken doorkruist van Hellas, Attika en de Peloponnesus, zou men denken dat het uitsluitend om toeristische redenen aangelegd werd. Op elk ogenblik ondergaat de reiziger er de betovering van het mooie landschap.

Korinthe.

De verschillende baanvakken werden achtereenvolgens tussen 1884 en 1900 voor het verkeer geopend : in 1884, het eerste baanvak Piraeus - Korinthe, dat langs de oevers van de Saronische golf loopt, drie jaar later, het baanvak Korinthe - Patras, dat gans het zuidelijke deel van de Peloponnesus doorkruist ; van 1887 tot 1900, de baanvakken Patras - Pyrgos - Kalamata, Korinthe - Argos - Tripolis - Kalamata en de lokale vertakkingen.

Behalve de tandradspborbaan Diakofto - Kalavrita (23 km lang) waarvan de spoorbreedte 0,75 m bedraagt, heeft het spoor een breedte van een meter, op de lijn Piraeus - Korinthe - Patras die door een landschap vol woeste grootsheid loopt.

Maken deel uit van dat net :

  • De spoorlijn Piraeus - Lavrion (lengte 63 km, spoorbreedte 1 m) aangelegd in 1882 ;
  • De spoorlijn Pyrgos - Katakolon (lengte 12 km, spoorbreedte 1 m) aangelegd in 1883 ;
  • De lijn van de vroegere maatschappij van de Spoorwegen van het Noordwesten Krioneri - Messologhi - Agrinion (lengte 61 km, spoorbreedte 1 m) aangelegd in 1889 ;
  • De vertakkingen : Kavassila - Vartholomio - Kylini, Kavassila - Vartholomio - Loutra, Pyrgos - Alfios - Olympia, waar de heerlijkheid van het oord de olympische gedachte deed ontstaan, Kalonero - Kiparissia - Asprochoma - Messina, Argos - Nafplion en Bilali - Megalopolis.
De brug van Mandra, in Thracië.

De exploitatie van dit geheel werd door de Staat overgenomen, maar de “Peloponnesische Spoorwegen” worden beschouwd als een eenheid die wettelijk verschillend is van de “Helleense Staatsspoorwegen”.


Bron : Het Spoor, februari 1962