Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Buitenland > Het Centraalstation van New York

Het Centraalstation van New York

J. P. (Luik).

lundi 10 juin 2013, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

 Zijn geschiedenis

Het huidig station, een toegangspoort tot een werelddeel en een van de schoonste en best ingerichte van Amerika, is het derde station dat op dezelfde bouwplaats, in het hart van New York, werd opgericht.

Het eerste werd ingehuldigd in 1871 ; herbouwd in 1898 en aanzienlijk vergroot, werd het alras nogmaals te eng om aan de vereisten van een steeds groeiend verkeer te voldoen.

Eindelijk werd, in 1903, begonnen met de bouw van het huidig station. Hiertoe moest gedelfd worden in het hardste graniet en moesten twee miljoen twee honderd vijftig duizend kubieke meter rots uitgegraven worden.

Gedurende tien jaar, hebben 400 wagens dagelijks de steenafval weggevoerd, zonder dat de rit van de treinen ooit onderbroken werd.

De laatste steen werd gelegd op 2 februari 1913. De werken hadden 65 miljoen dollar gekost.

 Zijn uitzicht

Het station van “Great Central Terminal” bestaat uit verscheidene onderdelen die samen een harmonisch geheel vormen.

Een verhoogde weg die deel uitmaakt van het station zelf, loopt rond het hoofdgebouw, waarvan de stijl doet denken aan de Franse Renaissance en aan een uitgesproken Dorische invloed. De buitenmuren zijn opgetrokken uit graniet en uit kalksteen van Indiana. De hoofdgevel stelt een triomtboog voor met grootse verhoudingen. Deze gevel is bekroond met een standbeeldengroep van 19 meter hoogte en met een reuzenklok van 4,50 meter doormeter. Alhoewel er wolkenkrabbers in de buurt zijn, geeft het gebouw toch de indruk van een ontzagwekkende grootte.

Het ondergronds station heeft twee verdiepingen, maar welke verdiepingen ! Zij hebben samen een oppervlakte van 31 hectaren ; een derde ondergrondse verdieping omvat een electrisch onderstation en herstellingwerkplaatsen.

Wie stichtte new york ?

In 1525 betrad de Florentijn Giovanni de Verrazano als eerste blanke het huidig gebied van New York. In 1609 namen de Hollanders het gebied In beslag en noemden het “Nieuw Nederland”. In 1614 werd er de eerste handelpost opgericht en in 1624 vestigden zich de eerste emigranten. In 1626 kocht één van hen het gebied Manhattan voor ongeveer 60 gulden van de indianen en werd er het Fort Amsterdam gebouwd. De emigranten noemden hun stad Nieuw Amsterdam. In 1658 waren er ongeveer 800 inwoners. In 1664 veroverden de Engelsen het ganse gebied dat de Hollanders in 1674 voorgoed aan Engeland moesten afstaan door de vrede van Westminster. De naam Nieuw Amsterdam werd toen veranderd in New York. Thans telt de stad ongeveer 7.835.000 inwoners.

 De zalen

De wandelgang, die zo hoog is als een gebouw van acht verdiepingen, kan tot 30.000 mensen bevatten. De zoldering van deze zaal stelt het hemelgewelf voor met de Zodiakbeelden. Op een blauwe achtergrond schitteren de electrische lichtjes als duizenden sterren. Het marmer van de kolommen en vloerstenen, het licht dat in bundels binnenstroomt langs reusachtige, koepelvormige vensters, doen denken aan een kathedraal. Deze gelijkenis is nog treffender rond Kerstmis en Pasen, wanneer luidsprekers, verborgen in de muren, orgelmuziek uitzenden.

Onder deze eerst wandelgang ligt een tweede kleiner en lager van zoldering, voor de reizigers met bestemming naar de buitenwijken.

De sporen, die verscheidene meters onder de grond liggen, worden bereikt langs brede trappen of langs gangen vanuit de metro, de straat of de wachtzalen.

De schikking van deze ondergrond laat toe een groot aantal reizigers in een minimum van tijd weg te voeren.

 Een kleine stad

Andere ondergrondse gangen leiden de reizigers rechtstreeks naar 3 grote hotels, 20 banken, 24 restaurants, 200 winkels, 14.000 bureau’s ... Dit alles kan bereikt worden zonder dat de reiziger, om zo te zeggen, het station moet verlaten...

Buiten de loketten, de inlichtingskantoren, de bewaarplaatsen en de wachtzalen, omvat het station nog twee en twintig dagbladkiosken, zes schoenmakerswinkels, drie haarkapperssalons voor dames en heren, verscheidene spijshuizen, speelzalen, twee boekwinkels, twee apotheken, een drukkerij, een ververij, een juweelhandel, een kinema, een kunstgalerij en een televisiestudio, in één woord, een echte stad.

Daarenboven bezit het station natuurlijk ook zijn geneeskundige afdeling, zijn eigen politie en zijn brandweerkorps.

 Het personeel

Het personeel van de “Great Central Terminal” telt 3.000 bedienden.

Hierbij dienen nog 300 pakjesdragers gevoegd, die door de reizigers “red caps” genoemd worden omdat zij een met rood omzoomde dienstpet dragen.

De uurwerkmaker van het station moet meer dan duizend hangklokken en uurwerken onderhouden. Hij is bijzonder fier op de befaamde klok met vier wijzerplaten, die het inlichtingskantoor bekroont.

De beweging van het station wordt gecontroleerd vanuit een ondergrondse toren van vier verdiepingen hoog, die het brein vormt van dit ingewikkeld geheel. Daar verblijven zij die verantwoordelijk zijn voor de leiding en de regeling van de in- en uitrit der treinen : meer dan 500 per dag, één om de twintig seconden op de drukke uren...


Bron : Het Spoor, september 1956