Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Rollend materieel > Treinen > De internationale treinen

De internationale treinen

F. Baweins.

lundi 1er juillet 2013, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

 Gewone en extra-treinen

België, dat één van de kruispunten is van de grote westelijke naties, stond steeds aan de spits van de vooruitgang op gebied van internationale spoorwegbetrekkingen.

De gewone internationale treinen die gedurende het drukke seizoen dagelijks ons net in alle richtingen doorkruisen, zijn, sedert de oorlog, ondanks de bloei van de concurrerende transportmiddelen, voortdurend in aantal toegenomen. Van 38 in 1948, steeg hun aantal tot 74 in 1957, en men mag gerust aannemen dat de democratisering van het reizen dit getal in de komende jaren nog zal doen aangroeien.

Daarenboven vervoeren extra-treinen, die steeds maar talrijker worden, een aanzienlijke cliënteel die zich in groep verplaatst : bedevaarders voor Lourdes, vacantiegangers die door de reisagentschappen naar de Azurenkust, Zwitserland, Italië en Centraal Europa gebracht worden, groepen werklieden die in ons land komen werken. In 1956 liepen er 760 extra-treinen tegen 521 in 1948.

 De afgelegde reiswegen

De tekening hieronder stelt de grote reiswegen voor die door de internationale treinen op ons net afgelegd worden :

Zekere treinen doorkruisen heel Europa en leggen aanzienlijke afstanden af :

  • de “Nord-Express” verbindt Parijs met Oslo (2.161 km) en Stokholm (2.163 km) in 36 uur ; de overtocht van de Grote Belt (Baltische zee), een traject van 50 km, gebeurt op een ferryboot ;
  • de “Tauern-Express” verbindt (Londen) Oostende met Belgrado (1.979 km) in 34 uur en met Athene (3.182) km in 62 uur ;
  • de “Oostende-Wien-Express” verbindt (Londen) Oostende met Wenen (1.332 km) in 20 uur.

Het record van de langste Europese afstand staat op naam van de “Simplon-Orient-Express” die Parijs met Istamboel (3.490 km) in 86 uur verbindt.

 Hoe wordt de uurregeling van een internationale trein opgesteld ?

De internationale treinen, die zeer lange afstanden afleggen, moeten snel kunnen rijden ; daarom worden voor her de kortste en best uitgeruste reiswegen, die hoge snelheden toelaten, uitgezocht.

De gezwindheid van een trein hangt niet alleen af van zijn snelheid maar ook van andere elementen ; zij verhoogt indien het aantal en de duur van de stilstanden, de verwisselingen van locomotieven en de aansluitingen verminderen, indien de douane- en politiecontroles onderweg gebeuren en indien de samenstelling van de treinen aangepast wordt aan de normale noodwendigheden van het verkeer zodat de te slepen lasten zoveel mogelijk kunnen verminderd worden (wat de mogelijkheid niet uitsluit de treinen, indien nodig, te versterken).

Al schijnt dit ongerijmd, toch kan men soms verplicht zijn de rit van een internationale trein stelselmatig te vertragen ; dit gebeurt vooral als men wil vermijden dat een belangrijk centrum in het midden van de nacht of al te vroeg in de morgen zou bereikt worden.

 Het materieel

Voor de lange trajecten, die door de internationale treinen zowel bij dag als bij nacht afgelegd worden, moet een materieel gebruikt worden dat meer comfort biedt dan dit van de treinen in binnenverkeer. De rijtuigen laten het onderling verkeer toe en hebben een zijgang. De coupes tellen acht plaatsen in 2de klasse en zes plaatsen in 1ste klasse ; in beide klassen zijn de zitplaatsen opgevuld.

Bij een nachtreis moet de reiziger, die zulks verlangt, kunnen slapen ; dit comfort wordt hem aangeboden in de slaapwagens en de rijtuigen met couchettes. Op de trajecten, die afgelegd worden tijdens de gewone uren der eetmalen, wordt er gewoonlijk een restauratiewagen in het stel opgenomen. Zekere iuxe-treinen bevatten ook Pullmanwagens ; dit zijn echte salons waarin de reizigers kunnen eten en drinken zonder hun plaats te moeten verlaten.

De ingeschreven bagage, de express-colli’s en de postzakken worden in postwagens geladen of in pak-wagens met een grote inhoudsruimte die, ten gerieve van de douanediensten, in vakken is onderverdeeld.

 Identificatieborden

Om hun identificatie te vergemakkelijken worden de internationale rijtuigen voorzien van ritborden waarop het traject dat zij afleggen aangeduid is. Deze borden worden, zowel binnen als buiten, aan het kopeinde van de rijtuigen aangebracht ; zij geven de reiziger niet alleen zekerheid over de reisweg van “zijn” rijtuig, maar helpen tevens de grote aansluitingsstations om, zonder aarzelen, het te rangeren materieel terug te vinden.

Er bestaan ook kleine plaatjes die het nummer dragen dat voorkomt op het kaartje van de plaatsbespreking.


Bron : Het Spoor, oktober 1957