Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Personeel > Hoe onze “aspirant bestuurders” vertrouwd geraken met de dieseltractie

Hoe onze “aspirant bestuurders” vertrouwd geraken met de dieseltractie

A. Vanden Eynde.

lundi 22 juillet 2013, par rixke

De elektrificatie en de “verdieseling” van ons net brachten tamelijk veel wijzigingen met zich mee.

Door het gebruik van drijfmachines, die volgens nieuwe opvattingen gebouwd zijn, moesten, onder andere, de als klassiek beschouwde onderhoudsmethodes opnieuw aangepast worden ; die aanpassing gebeurde trouwens tamelijk vlug.

Voor de tractie echter, was het probleem gans anders.

De machinisten hebben speciaal voor hen ingerichte inwijdingscyclussen gevolgd en hebben de nieuwe machines leren besturen. Zij, die naar de nieuwe tractiewijze wensten over te gaan, besturen thans elektrische of diesellocomotieven, na jarenlang, sommigen zelfs tientallen jaren, aan boord van hun stoomlocomotieven over onze sporen te hebben “rondgezwalpt”.

Voor de vorming van toekomstige bestuurders, is onze Maatschappij, daarenboven, verplicht geweest in de private nijverheid jongelieden aan te werven die een technische scholing overeenstemmend met het programma van de vakscholen hadden opgedaan. Zij hebben, door een juist antwoord te geven op eenvoudige vragen betreffende de elektriciteit en de dieselmotoren, moeten bewijzen dat zij de onontbeerlijke grondbeginselen kenden [1].

Een pedagogisch probleem, waarvan de ganse toekomst afhing, wierp zich toen op. Volgens welke methodes zouden we die spoormannen-in-de-dop, die gisteren nog vrachtwagenbestuurders, garagewerklieden of tankconducteurs bij het leger waren, in de geheimen van de nieuwe tracties inwijden ?

Zodra ze aangeworven waren, werden die bedienden toegevoegd aan de bestuurders van elektrische of dieselbaanlocomotieven om zó met de motoren vertrouwd te geraken en tevens op de goederentreinen de functies van begeleider waar te nemen. Dat was de beste manier om hen rechtstreeks in contact te brengen met de mannen van de tractie en met het materieel.

Bovendien, werden ze uitgenodigd om de cursussen te volgen van een vakonderwijs dat speciaal voor hen in het leven geroepen werd.

Een gans nieuwe, tweetalige centrale school werd opgericht. Zij is ondergebracht in de lokalen van het depot van Schaarbeek. Elke aspirant-bestuurder is verplicht daar driemaal per maand de lessen te volgen. Een dag wordt gewijd aan de seininrichting, aan de rit en de remming van de treinen ; een andere aan de elektrische tractie ; de laatste aan de dieseltractie.

Het programma werd zodanig opgesteld dat elk der drie vakken in 24 zittingen van elk 4 lessen kan uitgelegd worden. De leerling ontvangt dus gedurende twee jaar : 3 X 96 lessen. De technische ambtenaren van de betrokken afdelingen hebben vol moed de enigszins vervelende taak aangevat om cursussen op te stellen die bevattelijk zijn voor de nieuwelingen en waarin de ingewikkeldheden vermeden worden.

Wij willen u hier een overzicht geven van de methodes die, thans voor het onderricht van de “diesel”-vakken toegepast worden. Stel u de moeilijkheden voor ! Het dieselmaterieel bestaat uit een groot aantal machines die verschillen in type, in opvatting, in bouw en in ouderdom ; de dieselmotoren ontwikkelen een vermogen gaande van 130 tot 2.000 pK ; bovendien worden drie voorname soorten van transmissie gebruikt (mechanische, hydraulische en elektrische).

Het is een bekend feit dat het rendement van een les verdubbelt wanneer het gezichtsgeheugen van de toehoorder met zijn gehoorgeheugen samenwerkt. Daarom werden allerhande opvoedkundige methodes bestudeerd, die telkens aan het onderwerp van een les aangepast zijn, doch waarvan het aantal niet overdreven is ; zij wakkeren de weetgierigheid aan en de lust om de voorgestelde eigenaardigheden te begrijpen.

De foto’s die ons artikel illustreren, geven een ongeregeld beeld van sommige der huidige verwezenlijkingen.

De lijst, die de verschillende types van dieselmachines samenvat, bestaat uit foto’s.
Enkele depots hebben, speciaal voor de school, voorwerpen vervaardigd, zoals de bogies van de BB en CC diesellocomotieven die verwezenlijkt werden op schaal 1/20.
Men gebruikt, natuurlijk, ook stukken die op de gepaste plaats uitgesneden zijn en met veelbetekenende kleuren beschilderd werden, opdat de leerlingen werkelijk de meest karakteristieke organen van het dieselmaterieel met de vinger zouden kunnen aanraken.
Sommige werken werden ook samengevat met behulp van een stel foto’s, die de dagelijkse werkelijkheid voorstellen, zoals de dag van een machinist (zie nr 5 van “Het Spoor”).
De 96 zijden van 48 borden trachten elk een les van de cursus samen te vatten. Wij kunnen hier als voorbeeld aanhalen de uitleg over hef slagsysteem van de motor alsook de gekleurde doorsnede van een motor met gering vermogen.

Diapositieven worden op een scherm geprojecteerd om de uitleg zowel over het mechanische gedeelte als over het elektrische gedeelte gemakkelijker te kunnen verstrekken. Zij zijn ook zeer nuttig om de werking uit te leggen van de stoomketel, die de door de diesellocomotief gesleepte rijtuigen moet verwarmen.

Indien het onderricht gedurende lange tijd in het duister gegeven wordt, verzwakt de belangstelling. Daarom gebruikt de lesgever een speciaal projectietoestel, dat hem toe laat, terwijl hij met het aangezicht naar de klas gekeerd is, met een zacht potlood te tekenen en gelijktijdig zijn schets op het scherm te zien verschijnen. Hij, kan ook gekleurde schetsen op plastiek van tevoren gereed maken.

Een vorming in het klaslokaal, hoe levendig ze ook is, blijft toch maar beperkt. Daarom begeeft de leraar zich naar de werkplaats waar hij de leerlingen motorwagens van het type 602, rangeerlocomotieven van het type 250 en diesel-elektrische locomotieven van het type 204 toont. Dit bestuderen op de koer van het materieel in werking, met een bestuurder aan de stuurinrichting, is de praktische aanvulling van het programma. En, daar het eindsucces ook afhangt van de goede verhouding tussen het “zittend” en het “rijdend” personeel, beleven de leerlingen zó de moeilijkheden die hun werkmakkers ontmoeten tijdens het onderhoud.

De aspirant-bestuurders volgen de lessen met veel belangstelling. De uitslagen van de ondervragingen na één jaar cursus, waren zeer aanmoedigend. Het spreekt vanzelf dat geen enkele nieuwigheid volmaakt is. Wij zijn er nochtans van overtuigd dat door de opvoeding van onze aspiranten, indien zij gestadig verbeterd wordt, morgen, een nieuwe elite zal ontstaan.


Bron : Het Spoor, februari 1958


[1Bericht 6 P van 16-2-1956.