Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > De seininrichting

De seininrichting

Phil Dambly.

lundi 13 janvier 2014, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

De grote dichtheid van ons net en het intens verkeer, maken de exploitatie van onze spoorwegen vrij moeilijk. Om een regelmatig verkeer van de treinen te verzekeren en om de ongevallen te voorkomen, werd een aangepaste, meer en meer geperfectioneerde seininrichting ingevoerd.

De bescherming van de treinen op de lijn door middel van het “blokstelsel” ving aan in 1874. Bij dit stelsel, verdeelt men de lijn in een aantal secties en men laat een trein alleen dan een bepaalde sectie binnenrijden, wanneer de voorgaande trein deze sectie volledig vrijgemaakt heeft.

Thans worden de klassieke seinpalen met seinarmen stelselmatig vervangen door lichtseinen die zowel overdag als ’s nachts dezelfde aanduidingen geven. Zoals u op de illustratie ziet, zijn deze seinen niets meer dan oen in het zwart geschilderd bord waartegen de lichten zich voortreffelijk kunnen aftekenen. Dit bord is geplaatst op een paal waarop sporten gelast zijn waarlangs men de lichten kan bereiken en onderhouden. De rechthoekige doos waarop de letter T prijkt, vestigt de aandacht van de treinbestuurder op de aanwezigheid van een telefoon die hem in staat stelt naar de oorzaak van een langdurig oponthoud te informeren.

Het voorkomen van het sein wordt bepaald door de rol die het te vervullen heeft (zie nevenstaande schema’s). De meest gebruikte seinen zijn de gewone stopseinen. Zij moeten voorafgegaan worden van waarschuwingsseinen die de stand van de eerstgenoemde aangeven. Het waarschuwingssein mag voorbijgereden worden, welke aanduiding het ook geeft, maar deze laatste maakt het de bestuurder mogelijk met zekerheid te stoppen vóór het stopsein.

Het eigenaardige toestel dat men tussen de sporen aantreft is een “krokodil”, die wanneer de trein voor een gesloten waarschuwingssein moet vertragen voor doel heeft een fluitje in werking te stellen op de locomotief, door de wrijving van een borstel die onderaan deze laatste aangebracht is.

  1. richtingssein
  2. sein voor het nemen van het tegenspoor
  3. sein voor het hernemen van het normaalspoor
  4. waarschuwingssein
  5. gewoon stopsein

De snelheidsaanduidingen worden gegeven door met lichtpunten gevormde cijfers die, in tientallen, de opgelegde maximumsnelheid aanduiden. De richtingsaanduidingen worden gegeven door pijlen die eveneens door lichtpunten gevormd worden.

Verkorte code van de seininrichting
  1. Rood licht : stilhouden.
  2. Twee gele lichten : doorrijden ; het volgende stopsein is toe.
  3. Groen + geel : doorrijden met snelheidsbeperking ; het volgende sein is een richtingssein dat open staat voor een andere tak dan die waarop de toegelaten snelheid de hoogste is.
  4. Groen + geel : doorrijden aan het eerstvolgende stopsein dat open is doch, met een snelheidsbeperking om te kunnen stilhouden aan een volgende stopsein dat zich op geringe afstand van het eerste bevindt.

Bron : Het Spoor, november 1959