Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Buitenland > 1859-1959 : Het eeuwfeest van de Luxemburgse spoorwegen

1859-1959 : Het eeuwfeest van de Luxemburgse spoorwegen

lundi 13 janvier 2014, par rixke

Bij een eeuwfeest is het de gewoonte een blik achteruit te werpen om de afgelegde weg te meten. Dat deden onze collega’s van het Groot-Hertogdom Luxemburg ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan van hun eerste spoorlijnen : de lijnen Luxemburg - Aarlen en Luxemburg - Thionville, die op 4 en 5 oktober 1859 werden ingehuldigd.

Het centrale station van Luxemburg, met zijn silhouet uit de tijd van het Keizerrijk, moet niet onderdoen voor de moderne lijnen van het nieuwe gebouw der Luxemburgse spoorwegen dat ernaast werd opgericht.

Deze dubbele inhuldiging had een groot historisch belang : door hun samensmelting te Luxemburg, verbonden de beide lijnen, inderdaad, het nieuwe net met de grote verkeersader van Noord naar Zuid, van de Noordzee naar Frankrijk, Zwitserland en de verder gelegen landen. De Luxemburgse spoorwegen werden dadelijk een machtig economisch werktuig in dienst van de natie.

Het net ontwikkelde zich tamelijk vlug. Wasserbillig (in 1861), Ulflingen (in 1866), Echternach (in 1874), Petingen (in 1875), Bettemburg (in 1883) en Schimpach (in 1888), werden achtereenvolgens met de hoofdstad verbonden.

In de werkplaats van Luxemburg.

Na de tweede wereldoorlog, die het economisch leven van het land zo diep schokte, zegde de Regering al de concessies op die betrekking hadden op de exploitatie van de Luxemburgse spoorwegen. Met de deelneming van de Belgische en Franse Regeringen, richtte zij de Nationale Maatschappij van Luxemburgse Spoorwegen op ; zij schreef voor 51 % in op het maatschappelijk kapitaal, terwijl de overige 49 %, in gelijke delen, voor de twee voornoemde regeringen waren bestemd.

Om de haar toevertrouwde taak tot een goed einde te brengen en om op voet van gelijkheid met haar grote buren te kunnen mededingen, heeft de nieuwe maatschappij, sedert 1948, haar krachtinspanningen gericht op de modernisering die, de afmetingen van het land in acht genomen, als uitzonderlijk mag bestempeld worden. Ofschoon de Maatschappij bij haar oprichting geen eigen materieel bezat, beschikt zij thans, voor het slepen der treinen, voor het vervoer der reizigers en voor de rangeerdienst, over diesellocomotieven, over elektrische locomotieven en over de modernste voertuigen. Wat de seingeving betreft, werden de oude mechanische installaties door elektrische vervangen, waardoor de veiligheid en tevens het rendement van de dienst der exploitatie verhoogden.

Onze Luxemburgse collega’s willen niets onverlet laten opdat hun spoorwegnet zijn rol van voornaamste vervoerder in de nationale economie zou blijven vervullen.


Bron : Het Spoor, december 1959