Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Gedicht - Lectuur - Schilderij > Ode aan de spoorweg (VII)

Ode aan de spoorweg (VII)

(Vrij bewerkt naar “Chants et Chantres du Rail”, een werk van Roger Gillard.)

lundi 7 juillet 2014, par rixke

Na 1944, steeg de filmproduklie aanzienlijk. Het zou natuurlijk onbegonnen werk zijn hier al de films op te noemen — er zijn er te veel — of enkel de tekenfilms — zoals de uitmuntende “Scenic Railway”, van Disney — die het spoor als omlijsting genomen of er hun personages aan ontleend hebben. Zo is er bv. het prachtwerk “La Bataille du Rail” — niet te verwarren met het boek van R.J. Cornet dat wij hierboven reeds bespraken — dat op aangrijpende wijze een episode schetst uit de weerstand gedurende de oorlog — een verheven hulde aan de helden van de spoorweg. Een andere oorlogsfilm, eveneens een spoorwegfilm “De Brug over de Rivier Kwaï”, van de Britse cineast David Lean, naar een roman van Pierre Boulle : een machtig, diep menselijk werk, waarin men een handvol Engelse krijgsgevangenen ziet, die, onder het waakzame oog van hun Japanse bewakers, de vermaarde brug bouwen waardoor eindelijk de spoorwegverbinding tussen Bangkok en Rangoon tot stand zal komen. Laten wij van dezelfde cineast ook nog “Kortstondige Ontmoeting” vermelden, een film die zich in een lieftallig Engels station afspeelt. Verder zijn er nog : “Mijn Kleine Hongaarse Piroschka”, een bekoorlijke liefdesgeschiedenis met de sprankelende Liselotte Pulver in de rol van de dochter van de stationschef ; van Louis Malle, naar een roman van Raymond Queneau, de onnavolgbare “Zazie in de Metro” en, van Alfred Hitchcock, “De Onbekende uit de Noord-Express”, een klassiek “suspense”-geval. Als politie-film hebben wij verder nog “Middernacht, Centraal Station”, “De Ketens van het Noodlot”, geïnspireerd door de roman “I married a dead man”, van William Irish, en “De Blauwe Nacht”, van David Miller, naar het vermaarde boek van Edna Sherry.

Maar de “western” wil evenmin ten achteren blijven. Uit de massale produktie der laatste vijftien jaar treden hier onmiddellijk twee werken op de voorgrond die letterlijk alle verwezenlijkingen van die aard in de schaduw stellen. Zoals hun titels laten vermoeden, werden zij hoofdzakelijk door de spoorweg geïnspireerd : “De trein zal driemaal fluiten”, van Zinneman, en, van John Sturges, “De laatste Trein van Gun Hill”. Die twee films vertonen trouwens een eigenaardige gelijkenis. In de ene, zowel als in de andere, is er een zelfde eenheid van tijd : de handeling verloopt in enkele uren ; een zelfde eenheid van plaats : een klein stadje, gelegen rond een station ; een volkomen gelijk onderwerp : de eenzaamheid en de moed van een man tegenover de lafheid en de huichelarij van andere mannen. Zelden, zegt Roland Fougères heel terecht, heeft de film een zo uitzonderlijk tragische spanning bereikt.

Ja, de film heeft zijn strijd gewonnen. Maar is zijn overwinning ook niet een beetje die van het spoor ? Onder zovele wonderlijke dingen die hij ons gebracht heeft, hebben talloze hun oorsprong gevonden in de denderende wereld van het spoor. Het is daar zelfs, durven wij zeggen, dat de zevende kunst haar beste ontwikkelingsmogelijkheden heeft ontdekt, het is daar dat zij haar wonderbare techniek met de meeste perfectie bevestigd heeft. Is de film geroepen om de meest volmaakte zanger van de spoorweg te worden ? Alleszins is hij, volgens ons, een van de trouwste.

De film vervult, echter, niet enkel een ontspannende of zuiver artistieke rol : zijn aspect is veelvoudig. De immer praktische Amerikanen zijn de eersten geweest om zijn onmetelijke commerciële mogelijkheden aan te tonen. Beter nog dan de geschreven tekst of de prent, richt het klankbeeld zich tot de massa ; het verovert en verzadigt haar. Thans is de film het meest geduchte publiciteitswapen, de eerste vereiste voor het welslagen van elke moderne menselijke onderneming.

Ook de spoorweg heeft deze mogelijkheden van de film niet onbenut gelaten. Het Zwitserse filmjournaal vertoont geregeld merkwaardige documentaire filmstroken betreffende de activiteiten van het Zwitserse net. De spoorwegpropaganda heeft ook de schermen van België, Italië, de Verenigde Staten, de U.S.S.R., Frankrijk, Brazilië, Zweden en van nog andere landen veroverd.

De zevende kunst presteert echter nog meer. In Rusland waar, volgens de methode van professor Soukharevsky, een grote inspanning gedaan wordt “om de arbeidersmassa de wetten van de arbeidsbescherming bij te brengen”, gebruikt men het levende beeld om de arbeider op te voeden. Smalle films zoals “Overschat uw krachten niet” en “Speel niet met de machine” worden er voor de spoormannen afgerold.

Dat gebruik van de film voor opvoedende doeleinden schijnt trouwens algemeen aanvaard te worden. Talrijke fabrieken, talrijke spoorwegnetten hebben het aangenomen. Onlangs hebben Franse spoormannen films verwezenlijkt die ware handleidingen zijn voor technisch onderwijs. Bekommerd om de veiligheid van zijn arbeiders, maakt het Belgische spoor, op zijn beurt, zijn eerste smalle films. Ongetwijfeld zal dit procédé verder uitbreiding nemen en zal de ganse wereld van het spoor het toepassen.

Zoals wij aangestipt hebben, heeft de film, op artistiek gebied, in de loop van de laatste vijftig jaar bewezen een der trouwste zangers van het spoor te zijn. Het is dus vanzelfsprekend dat hij op alle andere gebieden het kostbare hulpmiddel is en blijft, de machtige en oprechte vriend. Maar, hebben hun wegen niet evenwijdig gelopen ? Zijn zij, op zekere dag bij een eeuwwisseling, samen niet prachtig gestart op het perron van dat lieve kleine stationnetje dat la Ciotat wordt genoemd ?...


Bron : Het Spoor, februari 1962