Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > De evolutie van het reizigersrijtuig

De evolutie van het reizigersrijtuig

Phil Dambly.

lundi 28 juillet 2014, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

In 1847 geleken de rijtuigen 1e klas uiterlijk nog steeds op de diligences, terwijl in de open rijtuigen 3e klas de reizigers aan ’t gure weer blootgesteld waren. Toen schreef men : “De rijtuigen 3e klas van de spoorwegen van Orléans en van de “Nord” zijn een voortdurend voorwerp van klachten. De reizigers zijn geenszins beschut tegen regen en zonnestralen.” Daarbij kwamen nog de stofjes uit de locomotief. Om zich hiertegen te beschermen konden de reizigers zich in de stations speciale brillen aanschaffen.

1855 : Rijtuig 1e klas van de Mij Parijs-Orléans.

In de hoop dat de reizigers een groter gebruik zouden maken van de rijtuigen 2e en 1e klas, wilden de Engelse maatschappijen zo maar niet onmiddellijk hun ongeriefelijke rijtuigen 3e klas vervangen.

In Frankrijk werden de rijtuigen zonder ruiten slechts in 1851 afgeschaft.

In België, daarentegen, werden de spoorwegen op democratische wijze ingericht en was het aantal 3e klas reizigers aanzienlijk.

In 1855 werden rijtuigen met overdekte imperialen in dienst gesteld op de lijnen van de westelijke voorsteden van Parijs terwijl in de pakwagen van de trein Parijs-Lyon W.C.’s geplaatst werden welke tijdens de stilstand in de stations mochten worden gebruikt.

De Duitse rijtuigen hadden een toegangsplatform aan elk uiteinde en een middengang, terwijl de Belgische en Franse rijtuigen afzonderlijke afdelingen hadden.

1855 : Eerste Frans rijtuig 2e klas met 3 assen.

In 1848 reden in Engeland, op de “Great Western”, de eerste rijtuigen met 3 assen. Frankrijk volgde dit voorbeeld in 1855. Omstreeks die tijd waren de rijtuigen ruimer en zwaarder geworden. Een trein mocht ten hoogste 24 rijtuigen met 2 assen tellen.

België 1889 : Rijtuig met 3 assen.

In 1878 namen de afmetingen en het gewicht van de rijtuigen nog toe. De “Parijs-Orléans” bracht verlengde rijtuigen met twee assen in omloop. In 1889 stelde de P.L.M., tussen Parijs en Marseille, rijtuigen met 3 assen in dienst. Datzelfde jaar verschenen in België de eerste rijtuigen met 3 assen. Zij hadden een teak-houten geverniste kast.


Bron : Het Spoor, juli 1962