Accueil > Het Spoor > Buitenland > De Panamerikaanse spoorweg

De Panamerikaanse spoorweg

lundi 29 septembre 2014, par rixke

Het plan voor een Panamerikaanse spoorweg die de lijnen van Noord-Amerika met die van Zuid-Amerika moet verbinden, werd reeds negentig jaar geleden opgevat doch het staat plots opnieuw in het brandpunt van de belangstelling.

De landen van Centraal-Amerika zijn gegroepeerd in een Gemeenschappelijke Markt terwijl die van Zuid-Amerika in het Vrijhandelsverbond der Latijns-Amerikaanse staten verenigd zijn. Het is geenszins uitgesloten dat de twee organismen zich binnen afzienbare tijd zullen verenigen om de Latijns-Amerikaanse Gemeenschappelijke Markt te vormen. Het handelsverkeer onder de economische centra zou aanzienlijk toenemen door het aanleggen van een grote spoorlijn die de verschillende landen beter met elkaar zou verbinden en die zou beantwoorden aan de behoeften van een steeds groeiende bevolking : inderdaad, naar schatting zal het aantal inwoners, dat 200 miljoen bedroeg in 1960, stijgen tot 300 miljoen in 1975 en tot 600 miljoen in ’t jaar 2000.

Er is, ten slotte, de ontwikkeling van het binnenland. Tot nog toe bleef de helft van het Zuidamerikaanse continent onbewoond, o.a., langs de oostelijke hellingen van de Andes en in sommige delen van het stroomgebied van de Amazone, precies die gebieden welke door de Panamerikaanse spoorweg zouden doorkruist worden. Eens te meer zou het spoor geroepen zijn de ideale oplossing te brengen voor het probleem van de immigratie en voor het produktief maken van een uitgestrekt vruchtbaar gebied waar, bovendien, goud, petroleum, rubber en hout kunnen gevonden worden.

Het baart dan ook geen verwondering dat het tracé van de nieuwe lijn, ontworpen door ingenieur Briano, merkbaar afwijkt van het tracé van 1893, dat min of meer de dichter bevolkte westkust volgde. De lijn van Briano zou de oostelijke flank van de Andes volgen, het binnenland doorkruisen en vervolgens bestaande of nog te bouwen havens aan te doen, gelegen op de grote bevaarbare stromen, o.a. de Orinoco, de Amazone en de Rio de la Plata. De lijn zou vertrekken in Panama en vandaar naar Bogota. Colombia, Iquitos, Peru (stad op de Amazone) rijden, ze zou het oostelijk gedeelte van Brazilië doorkruisen en eindigen te Santa Cruz in Bolivië, waar ze zou aansluiten op de Argentijnse spoorwegen. Ze zou 4.810 km lang zijn.

Ten einde de afgelegen gebieden produktief te maken, ontwierp M. Briano ook twee andere grote verkeersaders : de “Spoorweg van de Caraïben”, die in Bolivië zou verbonden worden met de Panamerikaanse, om dan noordwaarts door Brazilië te trekken tot Venazuela waar hij zou eindigen te Caracas (2.650 km), en de “Grote Oostelijke lijn” die zou vertrekken uit Buenos Aires, Centraal-Brazilië van het zuiden naar het noordan zou doorkruisen, te Santarem, een haven op de Amazone, zou voorbijtrekken om te eindigen in Paramaribo, de hoofdstad van het Nederlandse Overzeese Rijksdeel Suriname (lengte, 4.800 km).

Het hoeft geen betoog dat de realisatie van dit plan een reusachtige financiële inspanning zou vergen. Laten wij echter niet vergeten dat de U.S.A. zich op het einde van de XIXe eeuw voor een identiek probleem geplaatst zagen en dat de transcontinentale spoorwegen de beste promotors van de ontsluiting van de uitgestrekte gebieden in de Amerikaanse Far-West zijn geweest.


Bron : Het Spoor, februari 1964