Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Rollend materieel > Wagens > Vervoer van 700 ton vloeibaar gietijzer over een afstand van 110 (...)

Vervoer van 700 ton vloeibaar gietijzer over een afstand van 110 km

lundi 13 octobre 2014, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Men weet dat, sedert een jaar reeds, het metaalbedrijf “Espérance-Longdoz” zijn nieuwe staalfabriek te Chertal bevoorraadt met vloeibaar gietijzer dat door de hoogovens van Seraing geproduceerd wordt (zie “Het Spoor” nr 82). Het vervoer van dat gietijzer geschiedt per spoor in mengwagens, ook “vatwagens” of “thermoswagens” genoemd, met een snelheid van acht transporten per dag, die ieder twee wagens geladen met 150 ton omvatten.

Veiligheid, kracht, regelmatigheid en bestendigheid, dat zijn de onmisbare voorwaarden voor het welslagen van een dergelijke onderneming. Het spoor is de enige vervoerwijze die bekwaam geacht werd al die voorwaarden te vervullen en het volbrengt dan ook die taak elke dag van het jaar, waarbij van de ene naar de andere zijde, een agglomeratie van 500.000 inwoners doorkruist wordt.

Op zondag 26 juli heeft een opzienbarende proefneming aangetoond dat men nog meer kan bereiken : 100 ton vloeibaar gietijzer werd naar Chertal gebracht, na te zijn geladen op 110 km vandaan, in de installaties van het metaalbedrijf “Hainaut-Sambre”, te Couillet [1].

Zodra de mengwagen zijn bestemming had bereikt, werd onmiddellijk de temperatuur van het gietijzer genomen ; deze laatste, die 1.250° bedroeg bij vertrek, mocht niet onder de 1.140° gedaald zijn. Zij wees evenwel 1.215° aan ! De proefneming was dus ten volle geslaagd.

Dat vervoer van gietijzer over een afstand van 110 kilometer, dat gerealiseerd werd dank zij de medewerking van “Espérance-Longdoz”, van de maatschappij “Hainaut-Sambre” en van de N.M.B.S. [2], betekent een gebeurtenis zonder voorgaande met een uitzonderlijk economisch belang. Zij toont aan dat het wederkerig zenden van vloeibaar gietijzer mogelijk is tussen bedrijven die 200 km en zelfs meer van elkaar verwijderd zijn, vermits een, verblijfsduur van 10 tot 12 uren in een vat van een “thermoswagen”, technisch gezien, aannemelijk is.

Tot nog toe had men het steeds nodig geoordeeld de hoogovens, de staalfabrieken en de walswerken te integreren in één zelfde complex, uitgerust met de nodige reservemachines. Indien het uitwisselen van vloeibaar gietijzer mogelijk is onder fabrieken die zich op grote afstand van elkaar bevinden, begrijpt men allicht dat een bepaald bedrijf, dat momenteel een teveel aan gietijzer heeft, zijn overschot kan sturen naar een ander dat er gebrek aan heeft, zodat elk bedrijf een beter activiteitsrendement kan bereiken. Het licht eveneens voor de hand dat de reserve-hoogovens, in geval van hernieuwing of herstelling ter beschikking kunnen staan van verschillende fabrieken of dat deze laatste hun herstellingen volgens toerbeurt laten uitvoeren, vermits het ontbrekende gietijzer nu eens in de ene richting, dan weer in de andere wordt gezonden [3]. Voor het overige kan eveneens de mogelijkheid van plaatselijke of regionale concentraties voor het produceren van gietijzer worden overwogen.
Bron : Het Spoor, september 1964


Bron : Het Spoor, september 1964


[1De totale lading gietijzer was beperkt tot 100 ton wegens werken tot rechttrekking van de Samber, die aan sommige bruggen tussen Charleroi en Namur worden uitgevoerd.

[2Laten wij hier o.m. het uitstekend voorbereidend werk aanstippen dat door de groepen Liège en Charleroi gepresteerd werd.

[3Tijdens de hernieuwing van de hoogoven van Seraing werd Chertal reeds bevoorraad in gietijzer door de hoogovens van Cockerill-Ougrée die met dat doel tijdens de periode van het betaald verlof in werking bleven.