Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Gedicht - Lectuur - Schilderij > Een wereld van magisch realisme... Paul Delvaux

Een wereld van magisch realisme... Paul Delvaux

Vrij naar een tekst van L.-L. Sottet.

lundi 27 octobre 2014, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Paul Delvaux is een zeer befaamd Belgisch kunstschilder, wiens œuvre zich, onder zijn meest typische gedaante, als een transponeren van de werkelijkheid in een droomwereld voordoet. Hij werd, in 1897, te Antheit, nabij Hoei, geboren, maar is sedert lange tijd in Brussel gevestigd. Delvaux is wat men zou kunnen noemen een vroegtijdig talent, doch, de ware aard van zijn persoonlijkheid ontdekte hij pas op middelbare leeftijd, meer bepaald in 1936, in het weerspiegelen van het denkbeeldige. De originaliteit van zijn talent viel niet alleen in de smaak van de meest vooraanstaande critici, maar verschafte hem, zowel in België als in het buitenland, toegang tot belangrijke tentoonstellingen en, langs deze weg, tot musea en vermaarde particuliere collecties in Den Haag, Londen, Parijs en... New York. Tal van openbare gebouwen werden eveneens door hem versierd met grote muurschilderingen, o.m. het Congressenpaleis te Brussel, het Kursaal van Oostende, het Palais des Beaux-Arts van Charleroi en zelfs grote herenhuizen zoals dat van M. Gilbert Périer te Brussel.

Het jonge meisje en de trein.

Overal, en onlangs nog in de nieuwe T.Ë.E.-rijtuigen, vereeuwigde hij op doeken of wandpanelen die wereld van “gefigeerd” leven en tijdelijk tot stilstand gekomen evasie. Dat is wel degelijk zijn eigen wereld en de spoorwegtaferelen die wij reproduceren, illustreren hoezeer hij er door wordt geobsedeerd.

Die obsessie projecteerde hij in verschillende gedaanten, te beginnen met de raadselachtige, vrouwelijke naaktfiguren waardoor hij, vijfentwintig jaar geleden, de aandacht op zich vestigde. Voor velen kan het werk van Paul Delvaux, inderdaad, aldus getypeerd worden t doeken met een klassieke schikking, bevolkt met ongewone, naakte, jonge vrouwen, die nu eens in oude steden of wijdse tuinen, dan weer tussen industriële wijken of boslandschappen rondzwerven, en soms door een soort van flink uitgedoste slaapwandelaars worden geflankeerd. Kortom een volledige enscenering van de verbeelding waarin anachronismen, onlogische naastelkaarplaatsingen, uiterst vreemde ontmoetingen en houdingen schering en inslag zijn.

Avondtrein.

Maar wat schuilt er nu in feite achter het schouwspel van die kunstgrepen ? Waarheen begeven zich die geheimzinnige wezens welke op argeloze wijze onthecht zijn aan zichzelf en aan de tijd, én meestal niet thuishoren in het milieu waarin zij worden opgenomen ? De eenzaamheid en de dromende Evasie zijn steeds weerkerende motieven. Ook het thema van de Dood ontbreekt niet. Zoals bij de graveerders uit de XVIe eeuw, komen de geraamten naar de afspraak van de odalisken, tenware ze het leven om en bij de Kruisberg of in de ruimte van de begraafplaatsen simuleren of parodiëren. En om die motieven uit te drukken, ontleent het werk van Paul Delvaux zijn verbazende effecten aan tegenstellingen die steeds nauw gepaard gaan met beschrijvende details. De Griekse tempel en de gashouder, beide in hun eigen afzondering, spelen in Delvaux’ogen dezelfde rol als de romantische wandelaarster en de man met de bolhoed uit sommige van zijn doeken. Alles is eenzaamheid, magische droom, onrust...

De nachtwaker.

De aanwezigheid van de stations, de treinen en de sporen, van de lokettenzalen, de loodsen en de seinmasten in het œuvre van Paul Delvaux kan uit dat oogpunt verklaard en begrepen worden. Zijn werken krioelen van variaties op het visueel verbijsterende thema van de publieke vrouw die daar op apatische wijze uitgestrekt ligt evenals het thema van de vertrekkende trein. Deze laatste kiest hij uit om de magische kracht van de reis te laten uitkomen. Ook hier ondergaat zijn visie de inwerking van een ongewone tegenstelling. Het is het stille voorstadsstation, omringd door nederige, ouderwetse gevels, maar opgenomen in plechtige perspectieven, dat de uitnodiging tot een tocht naar vreemde omgevingen, tot de vlucht naar andere oorden voorstelt. Een jong meisje, boven wie de verveling van de dagelijkse sleur schijnt te zweven, droomt er soms van een onmogelijk vertrek. Die evocaties zijn doordrongen van een argeloos realisme en toch blijven ze wonderlijk poëtisch door hun mengeling van rustige nauwkeurigheid en latente evasie, van concrete uitdrukking en van subjectieve verzoeking.

Voorstadstrein.

In heel het œuvre van Paul Delvaux vindt men dat grondelement terug : het kwellende heimwee naar wat anders. Doorheen de tegenstellingen en de nuances van de interpretatie, toont hij ons het wezen, geheel omringd door zijn eigen eenzaamheid. Alle personages kennen dezelfde geestesvervoering, of zij nu naar de voorbijrijdende treinen kijken dan wel nonchalant het park der bosgodinnen doorkruisen. Doorheen de aangrijpende en geheimzinnige beeldvoorstellingen die zijn kunst ons biedt, ontpopt Paul Delvaux zich als een van de merkwaardigste vertolkers van de innerlijke onrust en van het gevoel van het fantastische.

De drie panelen waarvan wij hier een afdruk in wit-zwart publiceren, werden door Paul Delvaux uitgevoerd om de nieuwe T.E.E.-rijtuigen te versieren. Te treinen uit vroegere tijden zijn er afgebeeld in een nachtelijke sfeer ; de huidige in volle dag.


Bron : Het Spoor, januari 1965