Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Rollend materieel > Autobussen > Vervangingsautobussen

Vervangingsautobussen

L. Mullié.

lundi 23 mars 2015, par rixke

Rechten en verplichtingen van de reizigers

In 1932 werd de N.M.B.S. door de wet gemachtigd vervoerdiensten met autovoertuigen te organiseren. Op dit ogenblik vervoeren de autobussen die door de N.M.B.S. gecontroleerd worden jaarlijks ongeveer 120 miljoen reizigers.

Er zijn twee Categorieën autobusdiensten bij de N.M.B.S. : de vervangingsautobussen en de aanvullende autobusdiensten, waarvan de reglementering en de tarifering verschillend zijn.

Dit artikel handelt in ’t bijzonder over de vervangings-autobussen. Om evenwel elke verwarring tussen de twee categorieën te voorkomen, zullen we vooreerst een duidelijke bepaling van de aanvullende autobussen geven.

 De aanvullende autobusdiensten.

Deze eerste categorie van diensten, waarvan de lijnen, genummerd van 201 tot 499, in de officiële reisgids zijn opgenomen, vullen het vervoerprogramma van de spoorlijnen aan.

Buiten de gewone biljetten voor “enkele reis” (er bestaan geen heen- en terugbiljetten) worden er op deze autobussen kaarten voor 20 reizen (bestaan niet voor de vervangingsautobussen) en abonnementen afgeleverd. Er zijn twee soorten abonnementen : de gewone en schoolabonnementen voor een maand en de weekabonnementen voor werklieden (niet geldig op zondag). Deze laatste abonnementen kunnen eveneens bekomen worden door bedienden met een brutojaarwedde van maximum 60.000 fr. (er bestaan geen weekabonnementen voor bedienden die zich per spoor of per vervangingsautobus verplaatsen).

De vervoerbewijzen van de spoorweg zijn niet geldig op de trajecten van de aanvullende autobussen. Overstapbiljetten die tegelijkertijd geldig zijn in trein en aanvullende autobus, worden niet uitgereikt.

De aanvullende autobusdiensten hebben een eigen tarief dat vastgesteld is overeenkomstig de Algemene Voorwaarden (Besluit van de Regent van 20-9-1947) betreffende de openbare autobusdiensten en dat van kracht wordt door Ministerieel Besluit (Minister van Verkeerswezen) gepubliceerd in het Staatsblad (de tarieven van de spoorweg en van de vervangingsautobusdiensten worden vastgesteld door de Raad van Beheer van de N.M.B.S. en worden van kracht de 2de dag na hun bekendmaking in het Staatsblad).

De vaste basisprijs per km komt ongeveer overeen met die welke geheven wordt voor het vervoer per spoor of vervangingsautobus. Daarentegen worden er minder belangrijke reducties toegestaan (de reductievoet overtreft nooit 50 %) en is het aantal bevoorrechte reizigers beperkter.

De kaarten voor 20 reizen worden uitgereikt tegen de prijs van 20 afzonderlijke biljetten min een reductie van 20 %. De prijs van de gewone-, de school- en de weekabonnementen wordt respectievelijk berekend op basis van de prijs van 30, 2 5 en 6 retourbiljetten met 50 % vermindering.

Laten we ten slotte nog vermelden dat de reglementering van toepassing op deze bussen dezelfde is als deze van kracht bij welke openbare autobusdienst ook die niet onder controle staat van de N.M.B.S.

 De vervangingsautobussen van de spoorwegen.

Deze autobussen vervangen treinen en hebben een reisweg die zo dicht mogelijk de spoorlijn volgt en zo goed mogelijk punten bedient die door de treinen aangedaan werden. Uitbreidingstrajecten worden soms aan de eigenlijke vervangingstrajecten toegevoegd. Ze kunnen zich voordoen als een vertakking, een verlenging of een splitsing van een vervangingslijn, of kunnen ook verschillende vervangingslijnen verbinden.

De dienstregelingen van de vervangingsautobussen staan na deze der treinen in de officiële reisgids en zijn genummerd van 1 tot 200. De lijst van de uitbreidingen bevindt zich in de reisgids onder de “Algemene inlichtingen”, rubriek “diversen”.

De grondbeginselen van de tarifering en het Algemeen Reglement toepasselijk op het vervoer van de reiziger per trein blijven voor de vervangingsautobussen behouden. Nochtans, hebben sommige karakteristieken eigen aan het wegvervoer enkele aanpassingen van de reglementering gevergd.

 Recht op vervoer.

Elke reiziger heeft recht op vervoer, op voorwaarde dat hij zich onderwerpt aan de tarieven en de geldende reglementering. Dit recht betreft natuurlijk de gewone vervoermiddelen waarmee in de behoeften van een normaal verkeer kan worden voorzien. Ook kan niemand zich op dit recht beroepen wanneer het verkeer door omstandigheden van overmacht wordt verhinderd.

 Tarifering.

Het vervangingstraject wordt beschouwd als dezelfde lengte hebbend als het vervangen spoorbaanvak, zelfs indien het in werkelijkheid langer of korter is.

De aangedane halten warden onderverdeeld in gelijkgestelde en tussengelegen halten.

Gelijkgestelde halten.

In principe heeft elk punt van een vervangen spoorlijn een autobushalte die met dat punt gelijkgesteld is. Deze autobushalte wordt op dezelfde wijze getarifeerd als het overeenstemmend spoorwegpunt, zowel voor de biljetten als de abonnementen. Het gebeurt echter dat verschillende dichtbijgelegen halten gelijkgesteld worden met één zelfde spoorwegpunt.

Tussengelegen halten.

Het zijn halten die gelegen zijn tussen de gelijkgestelde halten. Ze worden ingesteld voor het gemak van de cliënteel en hebben geen eigen tarifering. De reizigers die er in- of uitstappen moeten de prijs betalen van de gelijkgestelde halte die er vóór of er na gelegen is, naargelang het geval. Sommige tussengelegen halten worden nochtans getarifeerd, maar dan uitsluitend voor de uitreiking van tickets in binnenverkeer van de autobuslijn.

 Het vervoerbewijs.

Bij het instappen in de vervangingsautobus moet de reiziger zich een biljet aanschaffen bij de autobusontvanger, behalve indien hij reeds in het bezit is van een geldig vervoerbewijs. Bij vertrek uit de stations van het net kunnen biljetten bekomen worden ter bestemming van de spoorwegpunten van de lijnen waarop vervangingsautobussen werden ingesteld. Deze biljetten zijn geldig tot de met deze spoorwegpunten overeenkomstige, gelijkgestelde autobushalten. In de stations worden echter geen biljetten uitgereikt ter bestemming van de halten die op de uitbreidingstrajecten gelegen zijn.

De autobusontvangers kunnen slechts biljetten uitreiken voor bestemmingen die kunnen bereikt worden met het voertuig dat ze bedienen. Een retourbiljet van een vervangingsautobus mag in de treinen gebruikt worden, op de lijnen waar de treinen slechts gedeeltelijk door autobussen vervangen zijn.

De reizen “enkel” en de trajecten “heen” der “heen en terugreizen” mogen slechts afgelegd worden op de datum die op de biljetten aangeduid is. Voor de terugreis, beschikken de reizigers die in het bezit zijn van heen- en terugbiljetten over een termijn van 2 werkdagen. Deze termijn wordt eventueel vermeerderd met een dag per zon- of feestdag die er onmiddellijk op volgt. Wanneer de dag van uitgifte van het biljet een werkdag is, telt deze voor een volle dag. De terugreis moet uiterlijk de laatste dag van geldigheid te middernacht begonnen zijn.

Het aanvragen van abonnementen, evenals hun verlengingen en vernieuwingen, vallen onder de bevoegdheid van de stations.

De biljetten voor kosteloze reizen dienen door de rechthebbenden nauwkeurig ingevuld te worden en, in elk geval, de namen van spoorwegstations als vertrek- en bestemmings-punten te vermelden. Indien het een autobushalte betreft, wordt de naam ingevuld van het station waarmee ze gelijkgesteld is. Wanneer in een “tussengelegen” halte in- of afgestapt wordt, dan moet de naam van de gelijkgestelde halte die er vóór of er na gelegen is, ingevuld worden. De biljetten voor kosteloze reizen en vrije reiskaarten zijn niet geldig op de uitbreidingen, behalve bij een doorrit die de houder ervan in staat stelt vroeger ter bestemming te komen.

 Verminderingen.

De verminderingen van toepassing op het vervoer per trein worden voor de vervangingsautobussen (uitbreidingen inbegrepen) integraal toegepast.

Kinderen die de leeftijd van vier jaar nog niet bereikt hebben en die geen afzonderlijke zitplaats innemen, worden kosteloos vervoerd.

Kinderen van vier tot tien jaar genieten 5 0 % vermindering. Zij mogen een aparte zitplaats innemen.

De kinderen van grote gezinnen tussen vier en tien jaar kunnen echter op een vermindering van 75 % aanspraak maken.

 Reisweg en bushalten

De biljetten.

Sommige vervangingslijnen omvatten, benevens hun hoofdreisweg, één of meer nevenreiswegen die eveneens onderworpen zijn aan het tariferingsstelsel van de vervanging.

Over het algemeen heeft elk spoorweg-punt van de aldus vervangen lijn of lijnsectie een overeenstemmende (gelijkgestelde) halte op elk van de beschouwde autobusreiswegen.

In dergelijke gevallen zijn de hiernavolgende bepalingen van toepassing :

  • Het biljet geldig bij vertrek uit of ter bestemming van een der spoorwegpunten van de vervangen lijn, mag worden gebruikt bij vertrek uit of ter bestemming van de overeenstemmende, gelijkgestelde halten, ongeacht de reisweg waarop die halten gelegen zijn ;
  • Een heen- en terugbiljet afgeleverd bij vertrek uit een halte van één der reiswegen is, bij de terugreis, gebeurlijk geldig tot aan de overeenstemmende halte van één der andere reiswegen.

Hetzelfde principe geldt wanneer verschillende halten van een zelfde reisweg gelijkgesteld zijn met een zelfde spoorwegpunt. In dat geval mogen de biljetten geldig bij vertrek uit of ter bestemming van dit punt gebruikt worden bij vertrek uit of ter bestemming van alle gelijkgestelde halten.

Laten we ten slotte nog vermelden dat wanneer op het vervoerbewijs geen reisweg aangeduid is, men, naar analogie met het treinverkeer, steeds die autobussen moet gebruiken waarmee de bestemming het snelst bereikt kan worden, d.w.z. dat :

  • in geval van verkeer per “trein + autobus”, men steeds via dat overgangspunt moet reizen waarlangs men het snelst de bestemming kan bereiken ;
  • een biljet geldig tussen twee punten gelegen aan weerszijden van een lijn of lijnsectie met verscheidene reiswegen, gebruikt moet worden op de reisweg welke het snelst ter bestemming leidt.

De abonnementen.

De hiervoor opgesomde regels betreffende de te volgen reisweg en de bushalten van kracht voor de biljetten, zijn eveneens van toepassing op de abonnementen (sociale, school en gewone).

Voor de gewone abonnementen met beperkte reisweg bestaat er nochtans een kleine afwijking op ’t stuk van de te volgen reisweg. Hoewel de reisweg op deze abonnementen steeds wordt vermeld, mogen (men moet dus niet) hiermee eventueel andere, snellere reiswegen gevolgd worden, maar dan alleen voor doorgaand verkeer en op voorwaarde dat zo de bestemming sneller bereikt wordt.

 Reisonderbreking.

Een reiziger in het bezit van een spoorwegbiljet mag zijn reis onderbreken in een gelijkgestelde autobushalte voor zover hij in het bezit is van een toelating. Deze kan bekomen worden in het vertrekstation.

De reiziger die zijn reis onderbreekt, moet dezelfde dag voor middernacht verder reizen.

Een autobusticket kan in geen geval aanleiding geven tot het verlenen van een reisonderbreking.

Zoals voor het vervoer per trein verlenen de gewone abonnementen het recht de reis zonder speciale toelating te onderbreken in al de halten gelegen op de reisweg die op het abonnement vermeld is. De houders van school en sociale abonnementen mogen hun reis niet onderbreken.

 Klassen.

De geabonneerden die een autobus- en spoorlijn gebruiken, kunnen abonnementen bekomen geldig in 2de klasse in de autobus en in 1e klasse in de treinen, op voorwaarde dat het traject “vervangingsautobus” maar een overgangspunt heeft met het “spoorwegparcours”.

 De vensters.

Ze zijn soms een twistpunt voor de reiziger. Wat zegt het reglement ? Iedereen kan het initiatief nemen om de vensters te openen, maar het verzet van één klant (bijv. een reiziger die pas instapte) is voldoende om al de vensters te doen sluiten.

 Reisgoed.

Elke reiziger mag kosteloos gemakkelijk draagbare voorwerpen (handbagage) in de autobussen meenemen voor zover deze voorwerpen niet hinderlijk zijn voor de andere reizigers. Het is de reizigers verboden colli mee te nemen welke zij uit gedienstigheid of tegen betaling aan derden willen bezorgen.

Verder verzekeren de vervangingsautobussen het vervoer van de ingeschreven bagage tot het beloop van 30 kg, op voorwaarde dat deze bagage begeleid is. Fietsen en niet opvouwbare kinderrijtuigen worden niet aangenomen voor vervoer per vervangingsautobus.

Gevaarlijke stoffen en voorwerpen worden evenmin als reisgoed vervoerd.

Ten slotte mogen levende dieren slechts in de autobussen meegenomen worden, voor zover ze de reizigers door hun reuk, hun geluid of op welke andere wijze ook niet hinderen, de politievoorschriften zulks toelaten, geen der reizigers daartegen bezwaar maakt en ze op de schoot gehouden of als handbagage ondergebracht kunnen worden. Behalve honden, worden kleine dieren, gesloten in kooien, kisten, korven of andere verpakkingen (0,5 5 m lang, 0,30 m breed en 0,30 m hoog) kosteloos vervoerd.

Kleine honden worden slechts vervoerd tegen betaling van de prijs van een biljet met 50 % vermindering. Grote honden die niet op de knieën van de eigenaar kunnen worden gehouden, mogen niet meegenomen worden, behalve indien zo blinden begeleiden.


Bron : Het Spoor, februari 1969