Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Rollend materieel > Rijtuigen > Het comfort van de reiziger

Het comfort van de reiziger

lundi 13 avril 2015, par rixke

Zoals u weet heeft de U.I.C., bezorgd om het comfort van de reizigers, een werkgroep belast met een onderzoek van deze kwestie. Onder de titel “De sfeer van het comfort” heeft de h. John Nunneley van de B.R., die tevens voorzitter is van bedoelde werkgroep, een nota opgesteld waaruit wij onderstaande uittreksels aanhalen. Zoals de lezer wel zal opmerken, is de zienswijze van de auteur niet van humor gespeend.

Opdat elke reiziger kan beslissen of hij, al dan niet, met de anderen in contact zal treden...

Er werd vaak gezegd dat het noodzakelijk is het spoorwegvervoer te “humaniseren”. Slechts weinigen zouden geneigd zijn dit tegen te spreken. De spoorwegen zijn een industrie die hoofdzakelijk aan de man gedacht heeft, ofschoon ze miljoenen vrouwen vervoeren en ze een ruim deel van hun ontvangsten aan deze laatsten te danken hebben. Daarentegen hebben de luchtvaartmaatschappijen de luchtreizen met succes op universele wijze “gehumaniseerd”, niet enkel door vrouwen in dienst te nemen als luchthostessen, doch ook als onthaalhostessen in hun vlieghavens, en zulks op een wijze die de reizigers bevalt, zonder de vijandigheid van de reizigsters op te wekken. Indien men het gewoonweg uit het oogpunt van het comfort beschouwt, dan kan men zeggen dat het interieur van de vliegtuigen een zekere aantrekkelijkheid bezit voor de vrouwen, hoewel dat interieur toch niet zo “gefeminiseerd” is dat het een vijandige reactie zou teweeg brengen bij het merendeel van de luchtreizigers, die mannen zijn. In algemene regel zou men kunnen stellen dat wat bestemd is om de vrouwen welgevallig te zijn, doorgaans geen weerzin verwekt bij de mannen, terwijl dat wat bestemd is om de mannen te bevallen, inderdaad vaak weerzin verwekt bij de vrouwen.

De reizen per spoor schijnen de reizigers passief te maken en afhankelijk van anderen. Op het gebied van hun afhankelijkheid, voelen de meeste reizigers zich ambivalent ; ze wensen dat men zich met hen bezighoudt, maar ze willen ook zelfstandig zijn en aan zichzelf genoeg hebben. Dit thema vindt zijn bevestiging in hun verlangen naar spoorweg-voertuigen die bouwkenmerken vertonen welke hun gevoelen van intimiteit verhogen, inrichtingen welke elke reiziger zelf kan bedienen zoals individuele verlichting, individuele asbakjes, individuele klaptafeltjes, opklapbare armleuningen. De reizigers willen verstelbare zitplaatsen hebben, regelbare hoofdsteunen, lichtschakelaars die ze kunnen bereiken zonder recht te staan. Wanneer die inrichtingen er zijn, keuren de reizigers het bestaan ervan goed.

De “intimiteit” moet niet te eng afgemeten zijn. De typische reiziger houdt vooral niet van een intimiteit die neerkomt op een volledige afzondering. Hij wil de indruk hebben dat hij zijn zitplaats “bezit” samen met de ruimte errond, zodat niemand zijn gebied kan binnendringen. Indien hem een aldus opgevatte intimiteit ten deel valt, worden de betrekkingen tussen de reizigers gemakkelijker, omdat elke reiziger kan beslissen of hij, al dan niet, met de anderen in contact zal treden...


Bron : Het Spoor, november 1969