Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Infrastructuur > Overweg > Kleinere risico’s aan de overwegen

Kleinere risico’s aan de overwegen

L. Helewaut.

lundi 27 avril 2015, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

De dieselvoertuigen die hoofdzakelijk op secundaire spoorlijnen circuleren, hebben, vanwege het toenemend autoverkeer op de onbewaakte overwegen, af te rekenen met een gevaar voor botsingen dat hoe langer hoe groter wordt.

Dergelijke botsingen hebben meestal ernstige gevolgen, vooral wanneer hierbij een zwaar wegvoertuig betrokken is. Wegens zijn lichte constructie heeft een motorwagen immers minder stevige kopwanden.

Dat die gevolgen ook voor het personeel vaak catastrofaal kunnen zijn, bewijzen verscheidene ongevallen die zich het laatste decennium met de motorwagens voordeden en waarbij, door indrukking van de stuurcabine, bestuurders omkwamen of zware verwondingen met blijvende invaliditeit opliepen.

Er diende dus wel degelijk wat gedaan te worden om de motorwagenbestuurders tijdens de uitvoering van hun dienst te beschermen. De maatregelen die met dat doel getroffen worden, zijn tweevoudig : enerzijds wordt alles in ’t werk gesteld om de ongevallen aan de overwegen te voorkomen en, anderzijds, tracht men de gevolgen van een ongeval te beperken.

 Voorkoming van ongevallen aan de overwegen

De strijd ter voorkoming van ongevallen aan overwegen steunt o.m. op volgende basisprincipes :

  • De naderende motorwagen moet tijdig opgemerkt worden ;
  • De snelheid van de naderende motorwagen mag niet in zulke mate kunnen worden onderschat dat de autobestuurder de overtuiging opdoet, nog tijdig de overweg te kunnen overschrijden ;
  • De motorwagenbestuurder moet een zo ruim mogelijk overzicht hebben over alle toegangswegen naar de overweg ten einde bij gevaar tijdig maatregelen te kunnen nemen om de gevolgen van een ongeval dat niet meer kan worden vermeden, te beperken.

Deze basisprincipes indachtig werden de motorwagens in opzichtige kleuren geschilderd en uitgerust met moderne koplampen terwijl het gezichtsveld van de bestuurders vergroot werd.

 Opzichtige kleuren

Zoals de andere tractievoertuigen werden de motorwagens sedert een twintigtal jaren donkergroen geschilderd.

Een dergelijk voertuig dat zich tegen een donkere achtergrond beweegt, kan bij normale weersomstandigheden vrij gemakkelijk tijdig opgemerkt worden door een niet bewegend aandachtig uitkijkend persoon. Wanneer nu die persoon een autobestuurder is die zich met een zekere snelheid voortbeweegt en daarbij soms zijn aandacht ook nog verdelen moet, dan wordt de waarneembaarheid van het spoorvoertuig beperkt. Die waarneembaarheid wordt nog kleiner naarmate het weer minder helder is of de weersomstandigheden slechter zijn.

Ten einde de motorwagens beter zichtbaar te maken van op grote afstand, ook bij slechte weersomstandigheden, werden ze, samen met hun aanhangwagens, sedert een drietal jaren in twee heldere, contrasterende kleuren geschilderd, nl. signaalrood voor het kastonderdeel en okergeel voor het kastbovendeel.

Sommigen zullen het esthetisch facet van deze kleurencombinatie misschien minder geslaagd vinden, en dat is hun goed recht, maar dan zouden we hen toch willen laten opmerken dat, sedert onze motorwagens hun “nieuw uniform” dragen, het aantal zware ongevallen aan overwegen voor deze voertuigen met 90 % verminderde. In dat opzicht lijkt de combinatie dus wel geslaagd.

Of dit belangrijk resultaat dan niet aan het toeval te danken is ?

Tegenover deze opwerping zouden wij willen stellen dat “geel”, op de eerste plaats, de intensiefste kleur is en, derhalve, in elke omstandigheid van op veel grotere afstand zichtbaar is dan “groen”. Verder leidt “geel” tot een zekere overschatting van de snelheid, wat een niet te verwaarlozen element is in de strijd tegen de ongevallen met onze motorwagens. Trouwens, “geel” is op dit ogenblik de modekleur voor sportwagens, al hebben de fabrikanten hiermee wel andere bedoelingen.

Wat nu “signaalrood” betreft, dat wordt steeds geassocieerd met “gevaar”.

Steunend op de eigenschappen van de gebruikte kleuren, mag wellicht verwacht worden dat een rood-geel geschilderde motorwagen de weggebruiker sneller tot stoppen zal aanzetten dan een donkergroene. Groen is immers een rustige kleur, verwekt geen gevoel van gevaar, vertoont vaak veel gelijkenis met de omgeving, leidt tot onderschatting van de snelheid en zet aldus minder aan tot stoppen.

 Moderne koplampen

Sedert geruime tijd wordt er vrij algemeen naar gestreefd de wegvoertuigen uit te rusten met hoe langer hoe helderder koplampen die bovendien lichtsignalen kunnen geven. Men wil de bestuurders aldus niet alleen een beter uitzicht op de bereden weg bezorgen, maar men rekent er eerst en vooral op dat, in bepaalde omstandigheden, de voertuigen zelf sneller opgemerkt worden.

De wetgever heeft trouwens het belang van dit “sneller opgemerkt worden” onderstreept door voor te schrijven dat de wegvoertuigen, zelfs bij een goede verlichting zoals in de steden, hun dimlichten dienen aan te steken, niet alleen zodra de duisternis invalt, doch ook bij mist of zware regenval.

Het is in die gedachtengang dat de motorwagens uitgerust werden met heldere koplampen met dubbele gloeidraad, die niet alleen op groot licht of op dimlicht kunnen worden ingesteld, maar waarmee, bij gevaar, eveneens lichtsignalen kunnen worden gegeven om aldus de aandacht van eventueel onoplettende weggebruikers te trekken.

De onderhoudswerkplaatsen werden bovendien uitgerust met een modern regelingstoestel om de instelling van de koplampen naar behoren te regelen.

 Een onbelemmerd uitzicht

Het is van primordiaal belang dat de motorwagenbestuurder niet alleen een onbelemmerd uitzicht heeft op de spoorbaan, maar ook op de naar de overweg leidende toegangswegen.

Zoals de stuurcabines eertijds waren opgevat (constructiejaren 50-55), was hun uitzicht aan een kant beperkt wegens de naast de stuurcabine ingebouwde bagageruimte of toiletafdeling.

Dat wordt nu verholpen door de stuurcabines te verruimen over de volledige breedte van het voertuig en ze te voorzien van voldoende grote zijramen alsook van grote, elektrisch verwarmde voorruiten met pneumatisch aangedreven ruitenwissers.

De stuurtafels zijn zo gewijzigd dat niet alleen alle herstellingswerken eraan gemakkelijk kunnen worden uitgevoerd, maar dat, op de eerste plaats, de motorwagenbestuurder steeds een volkomen natuurlijke en ongedwongen zithouding kan aannemen.

Door alle waarschuwingslampen buiten het gezichtsveld op te stellen, worden verblinding alsook weerspiegelingen in de voorruiten vermeden. Precies om die weerspiegelingen te voorkomen, zijn de wanden van de stuurcabine mat grijs geschilderd.

 Beperking van de gevolgen van botsingen

Bijzonder gevaarlijk, niet alleen voor de motorwagen-bestuurders, maar ook voor de treinwachter in de bagageafdeling of de reiziger die zich eventueel in de toiletafdeling bevindt — ruimten met een uiteraard beperkte bewegingsvrijheid — zijn de botsingen met zware vrachtwagens.

Zo ziet het raamwerk van een versterkte kopwand er uit alvorens hij opnieuw bekleed wordt

In dit geval wordt de schok doorgaans niet opgevangen door de buffers en de kopbalk van de motorwagen, maar door de voorwand van de kast van het voertuig, zodat de stuurcabine en eventueel de toilet- of bagageafdeling ingedrukt worden.

Het was dan ook vooral als gevolg van die indrukking van de stuurcabine dat onze motorwagenbestuurders er, bij vroegere ongevallen, helaas het leven bij inschoten of zware lichamelijke letsels opliepen.

Als gevolg van de reeds genoemde verruiming van de stuurcabine, worden nu ook de bewegingsvrijheid en de veiligheid van de bestuurder verhoogd. Bij gevaar kan hij, na het blokkeren van de remmen, tijdig naar die kant van de stuurcabine uitwijken waar geen indrukking te vrezen valt of zelfs de cabine ontvluchten.

Dank zij de grotere beschikbare plaatsruimte konden de toestellen die in geval van aanrijding vaak een werkelijk gevaar betekenden voor de bestuurder, uit zijn onmiddellijke nabijheid verwijderd worden. Op die manier werd meteen het gevaar voor ernstige verwondingen verminderd.

Anderzijds heeft men van de gelegenheid van de verbreding van de stuurcabines gebruik gemaakt om de voorwanden van de voertuigen aanzienlijk te versterken. In de hoeken en in het midden van die wanden werden zware U-vormige profielen ingelast die, niet alleen onder- en bovenaan bijkomend gesteund zijn, maar ook op halve hoogte onderling verbonden zijn door een over de volledige breedte van de voorwand doorlopende stevige U-vormige dwarsbalk.

Het verheugt ons hier te kunnen zeggen dat reeds een groot aantal motorwagens aldus versterkt werden zodat de veiligheid van onze bestuurders tijdens de uitvoering van hun dienst merkelijk verhoogd werd.


Bron : Het Spoor, april 1973