Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > Het ontstaan van de reizigersrijtuigen

Het ontstaan van de reizigersrijtuigen

vendredi 23 janvier 2009, par rixke

De geschiedenis van de reizigersrijtuigen vangt aan met de plechtige opening, in 1825, van de « Stockton & Darlington ». De genodigden namen plaats in kolenwagens, maar er was ook een gesloten rijtuig waarvan de kast op die van een diligence geleek. Dit rijtuig heette « Experiment ». Van 10 oktober af reed het regelmatig tussen de twee steden. Dit zou dus het eerste rijtuig van de stoomtrein zijn.

Van 1830 af werden in Amerika treinen gevormd met rijtuigen bestaande uit een kast van een postwagen. Deze kast, met imperialen, rustte op een wagenraam.

Het was de Engelse « Liverpool & Manchester Rly » die, van 1830 af, de definitieve vormen van de rijtuigen vastlegde.

De rijtuigen eerste klas waren samengesteld uit een raam met vier wielen waarop een kast op veren rustte. Die kast bestond uit drie diligenceafdelingen met dwarslopende banken en rijtuigdeuren voor elke afdeling. Boven op het rijtuig bevonden zich een bagagerek en een zitplaats voor de begeleider.

De tweede klas bestond uit « chars à bancs » wagens met of zonder rijtuigdeur, terwijl de derde klas over open rijtuigen, meestal zonder zittingen, beschikte.

In 1831 gebruikte de Franse « Compagnie du Chemin de fer de Lyon à Saint-Etienne » rijtuigen 1e en 2e klas die slechts in een enkele richting reden en die vooraan een platform hadden waar de koetsier zat. Tot 1834 werden de reizigerstreinen inderdaad, bij het stijgen, door paarden voortgetrokken en gebeurde de afdaling krachtens hun eigen zwaartekracht ; alleen de kolentreinen werden met stoom gesleept.

In 1835 werden de eerste Belgische rijtuigen gebouwd naar het voorbeeld van het materieel van de « Liver-pool & Manchester »0 De rijtuigen eerste klas werden « berlines » genoemd. In 2e en 3e klas waren er zitbanken welke men moest overschrijden om zijn plaats te bereiken. In tweede klas had men een dak boven het hoofd, wat niet het geval was in derde klas, maar de zijschotten bleven open. Tijdens de winter werd er stro uitgespreid op de vloer om de voeten van de reizigers warm te houden. De koppeling was vrij primitief daar de koppelingsspil om de buffers naderbij te brengen nog niet bestond : het aanzetten en het stoppen ging met pijnlijke schokken gepaard.

Omstreeks 1840 beproefde de « St-Etienne » te Lyon een verlengd rijtuigtype met twee bogies, negen vensters en toegang aan de uiteinden. Deze belangrijke proef heeft evenwel geen succes gekend.

 Belgische Staat - 1835

Berline 1e klas
Wagen 2e klas
« Char à bancs » 3e klas

 Spoorweg Parijs-Orléans - 1840

Rijtuig 1e klas
Wagen 2e klas
« Char à bancs » 3e klas

Bron : Het Spoor, juni 1962