Accueil > Het Spoor > Technieken > Waar staat de Automatisering bij de N.M.B.S.? (vervolg)

Waar staat de Automatisering bij de N.M.B.S.? (vervolg)

Claude Vial.

mercredi 6 septembre 2017, par rixke

 Het automatische blokstelsel en de « al relais »seinhuizen.

— Daar heb je het ! Een stilstand midden in ’t vlakke veld.

Onmiddellijk hangen er al ’n boel hoofden uit de ramen. De spoorbaan wordt, als ’t ware, met kennersblik overschouwd. Maar zover ’t oog reikt, valt er niets te bespeuren. Wee de hoofdwachter die zich op de berm waagt. Dadelijk wordt hij bestookt met allerhande vragen die niet altijd even vriendelijk zijn :

— Wel chef, moet je even uitblazen ?

— Wordt er niet verder gereden ?

— Blijven we hier overnachten ?

— Wat is er eigenlijk gaande ?

Alleen maar het sein dat, ginds, op rood staat, neen, meer is er niet gaande.

— Ofwel zit dat « ding » klem, ofwel is het de seingever die verstrooid is.

De mopperende reiziger die deze aanmerking maakt, heeft de trein van de vooruitgang gemist. Hij leeft nog in de tijd van het blokstelsel per telefoon, waarbij de seingevers (men sprak toen van blokwachters), van sein tot sein, de doortocht van de treinen per telefoon bevestigden. Per bloksectie mocht er, wegens klaarblijkende veiligheidsredenen, slechts één enkele trein aanwezig zijn. Zo telefoneerde blokwachter B (bij een trein die van A naar B reed) naar blokwachter A dat de trein zijn sectie verlaten had en dat A dus zijn sein mocht openstellen [1].

JPEG - 53.5 ko
Een « al relais »-post.

Inderdaad, onze reiziger weet niet dat het. thans de trein zelf is die zich, dank zij het automatische blokstelsel, automatisch dekt ; de seinen die ze voorbijrijden, reageren automatisch door op rood te slaan. Er bestaat ook nog een « tussenliggende » inrichting, « blokstelsel met gekoppelde toestellen » genoemd, die, in zekere mate, aan de telefonische mededelingen tussen de blokwachters A en B een materiële vorm geeft. Met dat doel verleent blokwachter A, bij ontvangst van de telefonische aanvraag van B, aan deze laatste een toelating voor het openen van het sein om de sectie binnen te rijden ; zulks wordt bewerkstelligd door een elektro-mechanische apparatuur die enigszins verouderd, maar toch vernuftig is. Het hele stelsel is zo gecombineerd dat slechts de doortocht van één trein tegelijk op een sectie toegelaten wordt. Bovendien moet het uitrijsein van de sectie opnieuw gesloten worden opdat het toestel een nieuwe toelating kan geven.

Heden ten dage zijn het merendeel van de grote lijnen van ons net met het automatische blokstelsel uitgerust.

Men diende te voldoen aan de voornaamste eis van onze eeuw : sneller, steeds sneller...

Wegens de concurrentie van andere vervoerwijzen, heeft de spoorweg er dan ook aan voldaan, o.m. door de snelheid van de treinen op te voeren. Hij heeft ook het aantal treinen verhoogd. Op de grote, bijzonder drukke lijnen, wordt geregeld het stelsel van snel opeenvolgende treinen ingevoerd, wat natuurlijk een verhoging van het aantal seinen met zich brengt, zodat de lengte van de secties verkort wordt en deze laatste sneller vrij gemaakt kunnen worden.

De seinen met armen werden vervangen door lichtseinen die bepaald beter zichtbaar zijn en minder onderhoudskosten vergen. Hun « code » is gemakkelijk te ontcijferen : rode, gele of groene lichtseinen, die, in sommige gevallen, aangevuld worden met lichtcijfers (die de toegestane snelheid aangeven) en richtingspijlen. Dit soort seininrichting is uitermate geschikt voor de ontwikkeling van het automatische blokstelsel.

In dit blokstelsel is de zone van de volle baan die door een sein gedekt wordt, uitgerust met een spoorstroomkring die een relais bevat waarvan de contacten van stand veranderen naargelang de zone vrij of door een trein bezet is. Het is dan ook uiterst gemakkelijk om, door middel van het spoorrelais, rechtstreeks het open-stellen of sluiten van het sein te bevelen.

Bij de doortocht in de stations met betrekkelijk weinig gebruikte lokaalsporen, wordt het automatische blokstelsel verbonden met de permanente vastlegging van de rechtstreekse reisweg door het station. Hierdoor wordt elk optreden van de seingever overbodig, behalve, natuurlijk, voor de treinen die de lokaalsporen berijden.

In vrije baan staan de seinen om de 1.500 tot 2.000 meter opgesteld. Die afstand werd niet willekeurig gekozen.

— Indien een afstand van twee kilometer overschreden wordt, beginnen de moeilijkheden ! vertrouwde een ingenieur me toe, terwijl hij de armen omhoog hief. Dit wil zeggen dat de spoorstroomkringen grillig worden, moeilijk te controleren en gevoelig voor de weersomstandigheden.

Zolang een trein een bloksectie bezet, staat het sein dat de toegang tot die sectie controleert, op rood. Bovendien staat het sein van de voorgaande sectie op dubbel geel. Het vormt aldus een waarschuwing voor de bestuurder van de volgende trein die zijn snelheid zal moeten minderen.

JPEG - 120 ko
Gevolg van de automatisering...

Want een trein die met een snelheid van 140 km u rijdt, heeft op een vlak terrein een afstand van 1.200 m nodig om, bij het aanwenden van de maximale remkracht, tot volledige stilstand te komen. Het gele waarschuwingssein verstrekt een inlichting die bij het rijden met hoge snelheden onontbeerlijk is.

Maar dat stadium, hoe geperfectioneerd ook, vereist nog steeds het optreden van de treinbestuurder om de seinen gade te slaan en gepast te reageren op de aanduidingen die ze geven. Wie op ’t stuk van de automatisering logisch doordenkt, komt beslist tot de vaststelling dat dit stadium op zekere dag zal voorbijgestreefd zijn. Belgische firma’s hebben in die zin opzoekingen gedaan. Proefnemingen die thans worden voortgezet, hebben betrekking op een stipte, nauwkeurige controle van de snelheid van de trein en op het automatische stilhouden ervan. Wij komen hierop nog terug.

De seinen die het verkeer van de treinen op de lijnen regelen, zorgen er dus voor dat er een ruimte blijft tussen die treinen, en zulks volgens de principes van het automatische blokstelsel. Maar sommige van die seinen zorgen ook voor het dekken van de gevaarlijke punten die door de spoortoestellen gevormd worden. Voor laatstgenoemde verrichting moet er, alvorens het sein geopend wordt, een rijweg aangelegd worden om de wissels in de vereiste stand te kunnen brengen.


Bron : Het Spoor, december 1969


[1Dit stelsel is nog in gebruik op de lijnen met een geringe belangrijkheid.

[2Op dat stuk zijn er nieuwe verbeteringen op til. Ze zullen later besproken worden.

[3Thans worden die middelen nog wel eens gebruikt, maar dun alleen wanneer er zich een incident heeft voorgedaan.