Accueil > Het Spoor > Maatschappij > Naar een cybernetisch beheer van de spoorweg

Naar een cybernetisch beheer van de spoorweg

M. Gochet, eerste ingenieur.

mercredi 27 septembre 2017, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Bepaalde woorden uit het vocabulaire hebben van bij hun ontstaan de tegenslag om de haverklap gebruikt en zo danig te grabbel gegooid te worden dat hun aanwending na enkele jaren bij de meesten een vals begrip oproept, terwijl ze bij de « kenner » een meewarige of ironische glimlach teweegbrengt.

« Cybernetica » is één van die pechwoorden, en wie het, vandaag de dag, gebruikt, loopt gevaar zich vrij moeilijk verstaanbaar te maken. En dat alleen reeds zou voldoende zijn om het, ondanks de inspanning die zulks vragen mocht, zijn ware betekenis terug te schenken en het los te maken uit het al te beperkte kader waarin men het opsluit, een kader dat dan meestal nog uit de science-fiction gegrepen is. Maar er is meer : het woord « cybernetica » past volkomen ter aanduiding van dat wat een der voornaamste activiteiten van het moderne spoor moet zijn.

Zijn oorsprong houdt verband met de poëzie : het evoceert inderdaad de Griekse stuurman die met vaste hand zijn galei door de eilanden van de Egeïsche zee laveerde, terwijl hij de talloze hinderlagen ontweek welke de zeevaarders in die tijd beloerden. Toen er een naam diende gevonden te worden voor de wetenschap van de aanpassing aan het uitwendige milieu, is men vanzelfsprekend aan die stuurman gaan denken.

De cybernetica stelt belang in de wetten die de aanpassing van de levende lichamen bepalen. Ze bestudeert eveneens de regelen die de door de mens uitgedachte systemen in staat stellen, net als de levende lichamen, zo goed mogelijk te reageren op de uitwendige prikkels, of het nu om fysische systemen gaat zoals een ruimteraket of een trein met automatische besturing, dan wel om georganiseerde systemen zoals een fabrieatieonderneming, een commerciële of financiële onderneming, een vervoeronderneming.

Elke onderneming moet zich inderdaad voortdurend aanpassen aan de uitwendige veranderingen (de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften van de klanten, de fabricatiemethoden, de aard van de beschikbare grondstoffen en zovele andere factoren ondergaan wijzigingen) door ernaar te streven het economische of sociale criterium, waaraan ze haar bestaansreden ontleent, zo goed mogelijk te vertolken.

Als vervoeronderneming, ontsnapt de spoorweg niet aan die algemene wet ; hij moet zich aanpassen aan de veranderingen van het uitwendige milieu ; kortom, zijn beheer moet cybernetisch zijn. Het is dit onweerlegbaar sedert zijn ontstaan, maar het moet zulks meer en meer zijn omdat de evolutie steeds sneller verloopt, de commerciële eisen steeds scherper worden en, anderzijds, de actiemiddelen hoe langer hoe krachtiger worden.

De aanpassing van het spoor gebeurt vanzelfsprekend niet even snel op elk niveau : een wijziging aan de structuur van het net of aan de samenstelling van het wagenpark vergt jaren ; de dienstregelingen en de vervoerschema’s worden om de zes maanden herzien ; de verdelingsopdrachten worden elke dag gegeven en de beslissing om een bepaalde trein vóór een andere uit te rangeren in een rangeerstation, wordt in een paar minuten getroffen.

Hoe dan ook, vóór elke beslissing die een betere aanpassing beoogt is - zo nodig - een nauwkeurige, volledige en snelle informatie onontbeerlijk. Het invoeren bij de spoorweg van de grote elektronische rekenmachines, die in sommige gevallen door middel van een waar netwerk met alle stations verbonden zijn, draagt er ruimschoots toe bij om de informatie te verbeteren van de organen die in de onderneming de beslissingen nemen. Het is niet meer voldoende een fijne neus te hebben, het is evenmin voldoende « goede informaties » te krijgen om « goed te beheren » en de ingebruikneming van ordinatoren betekent daarom nog geen « cybernetisch beheer », zoals er nochtans vaak en ten onrechte gedacht wordt. Ordinatoren zijn machtige middelen die ter beschikking van het Beheer gesteld worden ; maar om « cybernetisch » te zijn moet dit beheer bovendien weten . wat aan te vangen met de verzamelde gegevens en welke beslissingen er in verband met die informaties dienen genomen te worden.

Sedert lang reeds hebben de spoorwegnetten af Ie rekenen met tal van problemen die ze. niet op een rationele wijze kunnen oplossen. Welk is het optimale aantal rangeerstations voor een net ? Waar moet men ze situeren ? Welk is het beste vervoerschema ? Is het heler de verkeersstromen te splitsen in twee stelsels : gewoon en versneld, of ze te verenigen in een enkel ? Zijn korte en veelvuldiger treinen verkieslijker dan lange maar zeldzame ? Wanneer moet men een gewone trein afschaffen of een facultatieve trein inleggen ? Welke zijn de beste verdelingsopdrachten van het ledige materieel ? Men beantwoordt deze vragen weliswaar nu reeds, maar men is niet zeker dat de gegeven antwoorden de beste zijn.

De lijst van die problemen is lang en, behoudens sommige verschillen in de prioriteiten, dezelfde voor elk net. Daarom was de U.I.C. (Internationale Spoorweg-unie) van oordeel dat een gemeenschappelijk onderzoek van die problemen, waarbij de opdrachten onder de deelnemende netten zouden verdeeld worden, gemakkelijker zou leiden tot het bereiken van de gestelde doeleinden. Het is overbekend dat een voldoende, concentratie van middelen onontbeerlijk is, wil men tastbaren resultaten bekomen. Bovendien werd er een beroep gedaan op een constructiebureau (METRA INTERNATIONAL) dat, dank zij zijn werkvermogen en zijn rijke en gevarieerde ondervinding, de opzoekingen de vereiste cohesie kon bezorgen.

JPEG - 54.6 ko
Het invoeren van de elektronische rekenmachines draagt bij tot een betere informatie van de organen die de beslissingen nemen... (in beeld : de rekenmachine van Brussel T.T.).

Het in zonneklaar dat men van dat onderzoek geen oplossingen mag verwachten die zó maar op elk spoorwegnet toepasselijk zijn. De geografische vervoerseconomie, de werkmethoden, de commerciële gewoonten vergen een aanpassing van de algemene oplossing aan elk geval afzonderlijk. Aan de hand van een geslaagd METRA-onderzoek moeten alleen maar de methoden voor het benaderen en het oplossen van de verschillende problemen, de procedé’s voor het verzamelen en exploiteren van de basisgegevens, de mathematische apparatuur om ze te verwerken en de regelen voor het interpreteren van de bekomen resultaten, kunnen bepaald worden.

In die gedachtengang werd er al bij de aanvang van het onderzoek overeengekomen dat elk hoofdstuk, na het uitwerken van de theoretische oplossing van het probleem, het voorwerp zou uitmaken van een concrete controle op een test-net, ten einde zich ervan te vergewissen of die oplossing werkelijk toepasselijk is.


Bron : Het Spoor, februari 1970