Accueil > Het Spoor > Maatschappij > Naar een cybernetisch beheer van de spoorweg

Naar een cybernetisch beheer van de spoorweg

M. Gochet, eerste ingenieur.

mercredi 27 septembre 2017, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Het METRA-onderzoek heeft dus hoofdzakelijk tot doel een bepaald aantal opzoekingswerktuigen te bouwen en uit te werken, die een oplossing kunnen brengen voor de verschillende problemen waarmee een spoorweg-exploitant geconfronteerd wordt die zich naar best vermogen wil aanpassen aan de uitwendige omstandigheden.

Maar, op grond van wat dient dat « naar best vermogen » bepaald te worden ?

Er mag slechts één keuze-criterium zijn. Het is inderdaad zo dat « men geen twee dingen tegelijk moet ondernemen ». Zelfs, als het criterium bij een oppervlakkig onderzoek meervoudig lijkt, is het onontbeerlijk het tot zijn enig en fundamenteel karakter te beperken. Zo denken wij, bij het goederenvervoer per spoor, dadelijk aan twee criteria : de exploitatie-uitgaven (in ruime zin) en de kwaliteit van de aan de klant bewezen dienst. Om die twee criteria terug te brengen tot een enkel basiscriterium,--- « wat dat waard is »--- diende er bepaald te worden wat een bepaalde dienst « waard is », ten einde die dienst te kunnen vergelijken met wat de realisatie ervan « kost » ; men heeft dus een kwantitatieve maat moeten vinden van een kwaliteit : die de bewezen dienst.

JPEG - 93.8 ko
Het rangeerstation Schaarbeek, waar verschillende rangeer en remsystemen « nagebootst » zullen worden.

Deze « valorisatie » van de kwaliteit van de aan de klanten bewezen dienst vormde het eerste hoofdstuk van het onderzoek ; ze werd bepaald op grond van diepgaande enquêtes bij tweehonderd klanten van de N.M.B.S., aangevuld met controle-enquêtes in Duitsland en Italië.

Eenmaal dat de doelstellingen vastgesteld zijn en het keuze-criterium tussen de verschillende oplossingen omschreven is, dienen nog de onderzoekingsmethoden bepaald te worden die door METRA moeten worden uitgewerkt, in het kader van het onderzoek dat haar werd toevertrouwd.

Die opzoekingsmethoden kunnen in twee grote categorieën ondergebracht worden : de analytische modellen en de schijnmodellen.

De analytische modellen zijn reeksen van mathematische formules die alle gegevens van het probleem (niet inbegrip van de « waarde » van de dienst aan de cliënteel) en al zijn onbekenden samenvoegen. Wanneer die reeksen van formules opgelost zijn, krijgt men principieel de optimale oplossing.

De schijnmodellen zijn maquettes, zoals de vliegtuigbouwers er maken om een aantal proefnemingen te kunnen doen onder verschillende omstandigheden, en waarbij verschillende waarden toegekend worden aan de parameters die de betrokken toestellen bepalen zonder risico, sneller en met minder kosten dan op een prototype.

Die twee methoden hebben hun voor- en nadelen. De analytische modellen bezorgen zonder omwegen de optimale oplossing ; maar bij ingewikkelde problemen — en zulks geldt voor de spoorwegproblemen —, is de oplossing slechts mogelijk ten koste van vereenvoudigingen en schematische voorstellingen die gevaar lopen de werkelijkheid min of meer te vervormen. Met de schijnmodellen, daarentegen, kan men heel ver gaan op het stuk van de voorstelling van de realiteit, maar men bereikt slechts het optimum door te zoeken en te tasten en door de proefnemingen te vermenigvuldigen nadat men telkenmale de verschillende gegevens van het probleem heeft laten wijzigen.

In feite vullen die onderzoekingsmethoden elkaar aan ; meestal kan men aan de hand van het schijnmodel de waarde nagaan van een benaderingsoplossing bekomen met het analytische model en kan men die oplossing desnoods enigszins vervolmaken.

In de huidige stand van het onderzoek--- de problemen moeten, inderdaad, het ene na het andere aangepakt worden--- werkt METRA aan :

  1. Een schijnmodel van een rangeerstation waarmee alles wat er zich voordoet, kan worden voorgesteld, vanaf de aankomst van de wagens op de ontvangbundel tot aan hun vertrek. Dat model zal gecontroleerd worden in het trieerstation Schaarbeek ; men zal er verschillende, min of meer geperfectioneerde rangeer- en remsystemen nabootsen van wagens aan de rangeerheuvel, met het doel de meest economische oplossing te doen uitkomen ;
  2. Een analytisch model dat de mogelijkheid biedt een vervoerplan op te stellen, d.w.z. voor een bepaald vervoer de reiswegen en de behandelingsstations vast te leggen, alsmede de samenstellingen en dienstregelingen van alle treinen die tussen de rangeerstations rijden ;
  3. Een schijnmodel dat de rit van de wagens en de treinen tussen de rangeerstations van een bepaald net weergeeft. Die modellen 2 en 3--- waarvan het ene gebruik maakt van de resultaten van het andere--- zullen uitgewerkt worden voor het net van de S.N.C.F. Ze zullen, enerzijds, worden toegepast op het huidige net en, anderzijds, op een denkbeeldig, net waarop men bepaalde rangeerstations zou hebben afgeschaft ten einde na te gaan of het huidige aantal rangeerstations een optimum betekent ;
  4. Een analytisch model dat de verdelingsopdrachten bepaalt van ledige wagens te geven tussen gewesten van een groot net, ten einde ten gepasten tijde in elk net over het nodige aantal ledige wagens te kunnen beschikken. Dat model zal op het net van de D.B. worden toegepast.

Dit werkprogramma is ongetwijfeld groots ; het pakt ingewikkelde problemen aan en kan slechts op zeer weinig precedenten steunen. De Administraties van de U.I.C. zijn nochtans van oordeel dat dit onderzoek gedaan moet worden en dat de verdeling van de opdrachten het mogelijk maakt het aan te pakken met middelen waarop geen enkele onder hen, afzonderlijk genomen, zou kunnen bogen.

De N.M.B.S., die in een zekere mate de initiatiefneemster is geweest van dit onderzoek, heeft haar plaats in deze gemeenschappelijke inspanning door actief deel te nemen aan de werken van de verschillende groepen van specialisten die in de U.I.C. gevormd werden en door, in bepaalde gevallen, als proefnet te fungeren.

Ze doet zulks met de overtuiging dat dit onderzoek eenmaal vruchten zal afwerpen er. het mogelijk zal maken beter bij te dragen tot dit cybernetisch beheer waarvan haar toekomst afhangt.


Bron : Het Spoor, februari 1970