Accueil > Het Spoor > Maatschappij > Tegenstrijdigheden

Tegenstrijdigheden

samedi 18 novembre 2017, par rixke

Overal in Europa zetten de spoorwegen zich schrap. Onlangs nog schreven onze Franse collega’s zulks in hun tijdschrift « Notre Trafic ». Reeds dikwijls hebben wij het essentiële gepubliceerd van de argumenten die aangevoerd worden door hen die de toestand welke de spoorweg gemaakt wordt, kennen. Wij willen het hier graag eens te meer doen.

De Westeuropese spoorwegen moeten aan de gemeenschap prestaties leveren zonder dat ze ervoor betaald worden of, indien zulks wel gebeurt, horen dat die betalingen als « subsidies », « compensaties » of « deficit » bestempeld worden. Ze moeten hun aankopen doen bij de nationale industrie, ook al betekent zulks voor hen een bijkomende uitgave ; bovendien moeten ze sommige nijverheden steunen door het toestaan van tariefverminderingen.

Ze moeten als ’t ware vechten op een concurrentiële markt, maar ze worden gekritiseerd als ze ook maar even in het « vaarwater » van de anderen vervoeren komen.

De spoorwegen hebben hun eigen infrastructuur die in hun kostprijs verrekend wordt, terwijl de infrastructuur van weg en waterweg volledig of schier volledig ten laste valt van de Staat.

Verder lijkt het op zijn minst paradoxaal dat, daar waar het over de weg gaat, men zich beklaagt over de verkeersopstopping, het ongemak en de schade die de zware vrachtwagens er veroorzaken en dat men tegelijkertijd de verschuiving van het vervoer per spoor naar de zware vrachtwagen in de hand werkt door deze laatste te subsidiëren dank zij de taksen die men de eigenaars van de personenwagens laat betalen.

De infrastructuur van de waterweg valt praktisch volledig ten laste van de Staat die, langs deze omweg, aldus de concurrentie subsidieert waarmee zijn eigen spoorweg af te rekenen heeft. Er bestaat geen enkele volledige balans van de waterwegen, en niet zonder reden.

Terwijl de industrieel de investeringen in zijn produktiemiddelen afstemt op de behoefte van die produktie, gaan de staten op dat gebied zonder veel overleg te werk. Ze zijn eigenaar van twee infrastructuren, m.a.w. van twee verwisselbare werktuigen ; alvorens te investeren, zouden ze, op gevaar af van hun fondsen te verspillen, moeten denken aan de capaciteiten van hun twee infrastructuren. Waartoe dient het geld uit te geven om het vervoer van de ene naar de andere over te hevelen ? En toch is het dat wat in feite gebeurt.

Of wel wordt de spoorweg afgeschaft, wat een mooie janboel op de wegen in het vooruitzicht zou stellen, of wel--- en dat is dan het minste wat men vragen kan--- houden ze rekening met zijn vervoercapaciteit alvorens in een concurrerende vervoerwijze te investeren.

Mochten de gezagsorganen eindelijk begrijpen dat een globale, beredeneerde en redelijke politiek die steunt op de voorrang van het algemeen belang, het enige middel is om verspillingen te voorkomen. Zulks dient evenwel ook de publieke opinie aan het verstand gebracht te worden. Op dat gebied is het personeel bijzonder goed geplaatst om het spoor te verdedigen : het hoeft alleen maar de gangbare verkeerde informaties te betwisten en de feiten in hun waar daglicht te stellen. Het moet nu maar eens uit zijn met een bepaald aantal slogans ; overigens als zondebok is het spoor beslist onbruikbaar geworden.

Meer dan drie vierde van deze reizigers moeten tegen verminderde tarieven vervoerd worden. Op geen enkel ander Europees net bestaat een dergelijke toestand. Natuurlijk betaalt de Staat, die het merendeel van die verminderingen oplegt, een aandeel in de kosten. Maar een aandeel is nog geen compensatie !

De vergelijking van de kosten en de ontvangsten toont aan dat de abonnementen een deficit van 32,9 % ten opzichte van de kostprijs nalaten ; de bijdragen van de Staat op het gebied van de sociale abonnementen en de schoolabonnementen compenseren op verre na niet het geheel der kosten die de spoorweg te dragen heeft om, op verzoek van de Staat, de gemeenschap een onmisbare dienst te bewijzen.

Men wil de democratisering van het onderwijs en de gelijkstelling van de toegangsvoorwaarden tot het werk begunstigen. Uitstekend. Maar de gemeenschap weet niet voldoende in welke mate het spoor die politiek moet steunen. De « compensaties » die men het geeft, laten een niet gedekt tekort dat het miljard frank overtreft.

Hoevelen onder deze reizigers, welke wij met genoegen onze diensten aanbieden, zijn hiervan op de hoogte ?


Bron : Het Spoor, februari 1970