Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Geschiedenis > Getuigen van gisteren > Getuigen van gisteren : zwart en wit

Getuigen van gisteren : zwart en wit

Paul Pastiels.

samedi 16 mars 2019, par rixke

De winter raakt stilaan « ingereden » : zijn ijzige onaangenaamheden ontzien niets of niemand. De spoorbaan laat zich echter niet doen ; de rails krimpen wel even ongevaarlijk en de spoormannen hebben het niet onder de prijs, maar de treinen rijden. Tegen elkaar gevlijd, zitten de reizigers te dutten in een oververhitte behaaglijkheid. Hun blikken reiken niet verder dan de berijpte vesters van het coupé. Niemand onder hen heeft derhalve enig idee van de koortsachtige bedrijvigheid die er rond de treinen heerst, van de moeite die de spoormannen zich getroosten om de dienst regelmatig te laten verlopen. Hoe dikwijls, in een nacht, moeten de wissels vrijgemaakt worden die bedolven liggen onder hopen poedersneeuw ? Hoe dikwijls, in een winter, moet de spoorbedding van Hockay geruimd worden, het hoogste station van België dat 538 meter boven de zeespiegel gelegen is.

We verlaten deze modderige hoogvlakte waarover een geur van lorken hangt. Van het Veen naar de Ardennen is slechts een boogscheut voor koning Winter wanneer hij door de storm gedragen wordt. De treinen hebben – helaas ! – geen zevenmijlslaarzen, ze doen het wieltje voor wieltje, ten koste van heel wat gepuf en gezucht. Onze dappere locomotief, type 32 Staat, trotseert echter de strenge koude en voert ons opgewekt door het verstarde landschap. Deze machine voor gemengde dienst met drie gekoppelde assen en door de machinisten zeer op prijs gesteld, heeft de bewoners van de koudere regionen gedurende ruim een halve eeuw trouw en goed gediend. De laatste exemplaren zullen te Trois-Ponts een onderkomen vinden...

Nu we een ogenblikje de tijd hebben, kunnen we misschien wat praten over de verwarming van de rijtuigen.

Het stelsel van de « warmwaterstoven » werd vanaf de winter 1880-1881 algemeen ingevoerd. Zodra de trein stilstond, kwamen bedienden met kruiwagens aangerend om vlug de koude stoven door nieuwe, lekker warme te vervangen. Op dat ogenblik was het raadzaam niet onmiddellijk je voeten erop te zetten : wie het toch waagde, kon op de blaren staan ! In een oogwenk was de ijskast omgetoverd in een democratisch saunabad.

Later werd de kou in de treinen bestreden door middel van verwarmingstoestellen van het genre Godin, met of zonder rooster, of van het zogenaamde « loopgracht »-genre dat tijdens de oorlog gebruikt werd. Spoedig werden de meeste rijtuigen verwarmd met de stoom van de locomotief. De wachters, in hun bagagewagens, gebruiken nog verwarmingstoestellen, terwijl de verwarming door thermosifon (toestel met circulerend warm water) tot enkele gevangenrijtuigen beperkt bleef.

Hij die het hierna volgend uittreksel uit het reglement opmaakte, zal beslist niet veel last hebben gehad van vervelende verkoudheden. « ... De verwarming van de treinen in binnenverkeer begint op 15 oktober om 0 uur en eindigt op 14 april om 24 uur ; internationale treinen worden verwarmd vanaf 15 september om 0 uur tot en met 14 mei om 24 uur. »

De Zwitsers konden in dat opzicht op wat meer begrip rekenen ; daar liep de verwarming tot 31 mei... Wanneer bij ons de buitentemperatuur hoger lag dan 10 centigraad werd, zowel over dag als ’s nachts, de verwarming toegedraaid.

Maar kom, laten we niet langer jammeren om een graadje min of meer nu we onze bestemming bereiken. Wij dalen de helling (16 ‰) af die Marloie met Jemelle verbindt. Links bemerken we het lieftallige dorpje On. Vanop een voorgebergte beheerst het kerkje trots de ingesneeuwde vallei en nodigt ons uit op zijn sympathieke middernachtmis. De Wamme ligt er vandaag niet te pronken met haar begrinte bedding, maar lijkt veeleer een geul vol gladde ijsschotsen... In dit betoverende oord, niet ver van het rustige woud, hebben zich talrijke spoormannen gevestigd : Marloie en Jemelle zijn belangrijke aftakkingsstations, het locomotievendepot van Jemelle stelt veel personeelsleden tewerk. We maken van dit korte oponthoud gebruik om eens even de benen te strekken. De bevroren deuren laten zich niet zo gemakkelijk openen. Wanneer we daarin geslaagd zijn, belanden we op een dicht sneeuwtapijt waarover we ietwat onhandig naar het buffet laveren. Een lekkere tas bouillon zal onze verbleekte ledematen wat opfleuren...

En daar zijn we dan al weer weg. De Lhomme heeft de Wamme opgenomen, het spoor loopt een andere richting uit. We overschrijden het viaduct van de lijn naar Rochefort, die de Lhomme overbrugt. Een eenzame wandelaar wenst ons goede reis, en dat is wel nodig, want we willen vandaag nog Denderleeuw bereiken...


Bron : Het Spoor, januari 1971