Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > De verlichting der rijtuigen

De verlichting der rijtuigen

Van Sporeghem Junior

vendredi 23 janvier 2009, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Van de olielamp tot de gasverlichting

1850-1860 - Individuele kaarslantaarn (Great Western Rly).

Gedurende lange tijd werden de rijtuigen verlicht met aan het plafond bevestigde lampen waarin koolzaadolie of petroleum brandde. De lichtbron van die lampen was evenwel zo gebrekkig dat, omstreeks 1850, de reizigers die verlangden te lezen, in de stations tegen lage prijs individuele kaarslantaarns konden kopen.

De oude lampen met platte brander verspreidden slechts een walmend en flakkerend licht, en de olie, die wel eens afdruipte, bevlekte de kleren der reizigers. De spoorwegen in Noord-Frankrijk gebruikten lampen met ronde brander, waarop een rolrond glas was aangebracht, en die voorzien waren van een reflector van vernikkeld plaat die het licht over heel de coupé verdeelde.

De luxe- en praalrijtuigen hadden wandlampen aan de binnenkant en sierlantaarns aan de buitenhoeken.

De verlichting met samengeperst gas, die men in Engeland reeds in 1857 had beproefd, werd, in 1860, in de U.S.A. algemeen gebruikt. Vanaf 1863 werd ze eveneens aangewend in Duitsland, België, Italië en Frankrijk. In het stelsel van Pintsch, het meest verspreide, was elk rijtuig uitgerust met een reservoir gevuld met lichtgas of mineraal oliegas (rijk gas). Dat gas werd in die reservoirs gestuwd onder een druk van 20 kg. per cm2. Tijdens de rit compenseerde een régulateur de drukdaling die het gevolg was van het verbruik. Sommige stations beschikten over een compressie-installatie van waaruit leidingen vertrokken naar de perrons. Op deze leidingen waren speciale kranen aangebracht waarop rubberen slangen werden geplaatst die met hun andere uiteinde aan het reservoir van de rijtuigen waren verbonden. Een bediende die men « wagenaansteker » of « gasstoker » heette, liep over de daken van de trein en ontstak, langs boven, de lampen met behulp van een toorts.

In 1895 beproefde de Cie van de P.L.M. het zuiver acetyleengas, onder een druk van 10 kg. Dit gebruik was niet zonder gevaar ; achteraf heeft men het acetyleen dan ook met lichtgas gemengd. Dat mengsel werd gebruikt onder een druk van 7 kg. Ook de Belgische Staat gebruikte het acetyleen.

Later werd, in Frankrijk, het gaggloeilicht, stelsel van Auer, uitgewerkt, dat enkele tijd met de elektrische verlichting wedijverde.

1865 - Installatie van een gasverlichting : onder het onderstel ziet men het reservoir en de toevoerleiding voor de lampen.
Type van een gasbrander.

Bron : Het Spoor, nr 110, oktober1965