Accueil > Het Spoor > Rollend materieel > Modernisering van de tractie

Modernisering van de tractie

A. Guillaume, eerste ingenieur.

jeudi 16 avril 2009, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Het jaartal 66 was ontegensprekelijk een jaar waarin ons net, op ’t stuk van de tractie, voordeel getrokken heeft uit prestaties die tot de belangrijkste uit zijn bestaan gerekend mogen worden.

Het was, inderdaad, verleden jaar dat de acht vierstroomlocomotieven, type 160, in gebruik genomen werden op de verkeersader west-oost, d.i. Oostende - Brussel - Luik - Keulen, terwijl de driestroomlocomotieven, type 150, de diensten op de verkeersader noord - zuid, d.i. Amsterdam -Brussel - Parijs, blijven onderhouden.

In april werd er op de lijn Verviers - Spa een nieuwe tractieformule in gebruik genomen : het omkeerbare stel of « trek- en duwtrein ». Het gebruikte materieel is samengesteld uit diesel-locomotieven van 1.400 pk en uit metalen rijtuigen voor lokaalverkeer, waarvan er meer dan 400 exemplaren in dienst zijn. Een « trek- en duw-trein » kan samengesteld zijn uit een willekeurig aantal voertuigen, voor zover ze ingeschakeld worden tussen een rijtuig met bestuurderscabine en een rijtuig dat voorzien is van speciale verbindingskabels met de locomotief. Afwisselend trekt en duwt deze locomotief de trein, zonder van plaats te veranderen op het einde van de rit.

De eerste proefnemingen voor radioverbinding tussen locomotieven en een vast punt werden eveneens verleden jaar ondernomen ; ze maken thans het voorwerp uit van systematische experimenten op de lijnen Antwerpen-Noord - Schaarbeek en Antwerpen-Noord - Leuven, via Muizen.

Dank zij een buitengewone inspanning van de Directie M.A. en van de depots Aalst en Monceau, kon de stoomtractie, ten slotte, tijdens de laatste dagen van december afgeschaft worden, zonder dat de levering van de nog in bestelling zijnde diesellocomotieven diende te worden afgewacht. Al plaatst dat merkwaardige resultaat ons net nu niet precies aan de spits van de spoorwegen die reeds klaar kwamen niet hun omschakeling (de NS, de CFL en de SBB waren hiertoe reeds vroeger overgegaan), toch zorgt het niettemin ervoor dat het, onder zijns gelijken, het eerste is dat helemaal geëlektrificeerd en met diesel-tractie uitgerust is. Die etappe in de modernisering en de daarmee gepaard gaande plechtigheden, werden in het januarinummer van ons tijdschrift ter sprake gebracht.

Tabel 1 : VERDELING VAN DE 196 ELEKTRISCHE LOCOMOTIEVEN

TRACTIE-WERKPLAATS TYPEN VAN LOCOMOTIEVEN
101 120 122 123 125 126 150 160
Brussel-Zuid 3 9 5 8
Schaarbeek 8 21
Antwerpen-Dam 8 13
Leuven 13
Kinkempois 15
Ronet 11 5
Jemelle 6
Stockem 19
Monceau 20
Bergen - St-Ghislain 9
Merelbeke 3 7
Oostende 13
Totaal : 20 3 50 83 22 5 5 8

Tabel 2 : VERDELING VAN DE 308 ELEKTRISCHE MOTORRIJTUIGEN

ONDERHOUDS-WERKPLAATS TYPEN VAN MOTORRIJTUIGEN
39 45 50 51 53 54 55 56 62 63
Schaarbeek 8 1 25 1 15 55 45
Oostende 55
Kinkempois 16 37
Ronet 8 22 20
Totaal : 8 1 25 1 15 79 37 22 100 20
JPEG - 500.5 ko
200.001

Tabel 3 : VERDELING VAN DE 486 TREINDIESELLOCOMOTIEVEN

WERKPLAATS of SCHUILPLAATS TYPEN VAN LOCOMOTIEVEN
200 201 202/3/4 205 210 211 212 213 222
Schaarbeek 22 15
Dendermonde 12
Doornik 7
Kortrijk 7
Antwerpen-Dam 19
Hasselt 27 10 6 6 3
Aarschot 10
Leuven 7
Kinkempois 21 20 13
Montzen 9
Ronet 7 5 25
Jemelle 7
Latour 24
Bertrix 5
Stockem 4
Monceau 18
Saint-Ghislain 28
Aat 15
Doornik 9
Haine-Saint-Pierre 20 10
Merelbeke 15 23 19
Sint-Niklaas 7
Aalst 9
Dendermonde 7
Kortrijk 15
Totaal : 93 54 40 42 106 6 136 6 3
JPEG - 386.4 ko
232.xxx

Tabel 4 : VERDELING VAN DE 393 DIESELRANGEERLOCOMOTIEVEN

WERKPLAATS of SCHUILPLAATS TYPEN VAN LOCOMOTIEVEN
230 232 250 252 253 260 261 262 270 271 272 273
Schaarbeek 3 12 27
Antwerpen-Dam 13 33 9 6 15
Hasselt 4 2
Leuven 4
Kinkempois 21 3 20
Montzen 14
Gouvy 5
Ronet 16 6
Stockem 8 5
Monceau 25 11 35
Saint-Ghislain 18 9
Haine-Saint-Pierre 10
Merelbeke 5 21 5
Kortrijk 10 2 1
Oostende 15
Totaal : 60 25 60 35 25 69 3 55 6 5 15 35

Tabel 5 : VERDELING VAN DE 99 MOTORWAGENS

WERKPLAATS of SCHUILPLAATS TYPEN VAN MOTORWAGENS
553 554 602/3 604 605 620 630
Schaarbeek 13
Gouvy 5
Bertrix 15
Stockem 3
Monceau 8
Haine-Saint-Pierre 9 10
Aat 11
Merelbeke 10
Kortrijk 8 7
Totaal 8 20 36 10 10 8 7

In onderhavig artikel geven wij een uiteenzetting van de huidige toestand van de tractie ; in een later artikel zullen wij het hebben over de vooruitzichten die in een nabije toekomst en zelfs een weinig verder in haar bereik liggen.

 Toestand van de elektrische tractie.

JPEG - 202.3 ko
160.001

Op de 4.364 km lijnen die door de N.M.B.S. geëxploiteerd worden, zijn er slechts 1.125 km geëlektrificeerd, maar ze onderhouden 70 % van het gezamenlijk verkeer « reizigers en goederen ». De elektrische voertuigen leggen 54 % af van het totale parcours van alle tractievoertuigen.

De elektrische locomotieven, ten getale van 196, de 13 meerstroomlocomotieven meegerekend, zijn onderverdeeld in verschillende typen en behoren tot twaalf tractie-werkplaatsen (tabel 1). Het periodieke onderhoud alsmede de herstelling van de toevallige, kleine beschadigingen, geschieden in de onderhoudswerkplaatsen Brussel-Zuid, Kinkempois, Stockem en Oostende.

De elektrische motorrijtuigen zijn 308 in getal, de vier niet meegerekend die de N.M.B.S. in de gemeenschap van de twaalf Benelux-motorrijtuigen in eigendom bezit. Deze voertuigen, welke alle tot het dubbel type behoren, d.w.z. met twee rijtuigen, kunnen onderling gekoppeld worden om treinstellen te vormen van diverse samenstellingen die tot tien rijtuigen (vijf motorrijtuigen) kunnen bevatten. Hogere samenstellingen werden tot nog toe slechts bij wijze van proef uitgevoerd.

Laten wij aanstippen dat er een bestelling van 40 nieuwe motorrijtuigen geplaatst werd, die tegen het einde van dit jaar geleverd zullen worden.

Tabel 2 toont aan hoe de verschillende categorieën van motorrijtuigen verdeeld zijn over de werkplaatsen Schaarbeek, Oostende, Kinkempois en Ronet, die elk instaan voor een deel van het regelmatig onderhoud en de herstelling van de toevallige beschadigingen.

De algemene herzieningen en de herstellingen van de toevallige zware beschadigingen, zowel van de locomotieven als van de motorrijtuigen, worden in de C.W. Mechelen uitgevoerd.

Op ’t stuk van de prestaties kunnen we hier nog vermelden dat de motorrijtuigen en de elektrische locomotieven, per maand, elk iets meer dan 10.000 km afleggen, wat, voor een net met beperkte afstanden, als zeer bevredigend mag worden beschouwd. De locomotieven voor meer dan 2 systemen, die trajecten buiten de grenzen onderhouden (Amsterdam, Keulen, Parijs), bereiken hogere cijfers. Zo halen de locomotieven type 160 een maandelijks gemiddelde van 18.000 km per krachtvoertuig.

Daar de elektrische tractievoertuigen slechts om de drie tot vier weken naar de werkplaats terugkeren, worden ze gedurende die periode regelmatig door « depanneerders » in de stations gecontroleerd ; deze specialisten herstellen de defecten die zonder de hulp van de werkplaats verholpen kunnen worden. Er zijn thans 11 herstellingsposten.

De aanwijzing van de elektrische krachtvoertuigen voor de lijndienst (de speciale treinen meegerekend) of voor de werkplaats berust bij de verdelers M.A. die dag en nacht dienst verzekeren te Brussel-Zuid (voor de verkeersaders west-oost en noord-zuid) en te Namen (voor de verkeersader zuid-oost, lijn 161-162). De verdelers superviseren ook de aanwending van de elektrische treinbestuurders en zorgen eventueel voor de herstelling op afstand van de defecten, via de S.O.S.-oproeptelefoon langs de sporen.

 Dieseltractie.

JPEG - 286 ko
Een « trek- en duwtrein ».

Zoals bij de elektrische tractie, zijn de dieselkrachtvoertuigen verdeeld in locomotieven en motorrijtuigen, beter bekend .als diesel-motorwagens.

Voor de overbrenging van de drijfkracht op de wielen kan men de mechanische energie van de dieselmotor voortzetten in elektrische energie, door middel van een generator die zijn spanning via kabels naar de elektrische tractiemotoren voert : dat noemt men de elektrische overbrenging. Men kan eveneens gebruik maken van een hydraulische kast, met een of meer koppelomvormers, die met de wielen verbonden is door koppelstangen of door cardanassen en asbruggen ; dat noemt men dan de hydraulische overbrenging. Sommige diesel-motorwagens zijn zelfs uitgerust met de zogenoemde mechanische, overbrenging, uitgevoerd door versnellingsbakken, zoals men die ook bij vrachtwagens en autobussen aantreft.

De treinlocomotieven zijn bestemd voor het trekken van treinen en kunnen een snelheid van 80 km/h en meer (tot 120 of 140) ontwikkelen ; de rangeerlocomotieven worden gebruikt voor de bediening van de stations en voor het trekken van de plaatselijke goederentreinen, waarvan de snelheid niet hoger ligt dan 60 km/h. Behoudens een vijftiental prototypen, hebben de treinlocomotieven een elektrische overbrenging ; de rangeerlocomotieven zijn, op de zes oudste van het type 270 na, uitgerust met een hydraulische transmissie.

De treindiesellocomotieven, 486 in getal, zijn onderverdeeld in negen verschillende typen en zijn verbonden aan verschillende werkplaatsen, schuilplaatsen en bestuurders posten (tabel 3).

De rangeerlocomotieven zijn 398 in getal, de 60 locotractors meegerekend, waarvan het vermogen tussen 200 en 250 pk schommelt, en die uitsluitend gebruikt worden voor stations- en werkplaatsdiensten alsmede voor taken die eigen zijn aan de baan. Twaalf typen zijn verdeeld over de verschillende werkplaatsen en schuilplaatsen (tabel 4).

Wat de motorwagens betreft, zijn er in totaal nog slechts 99, waarvan acht dubbele en zeven drievoudige, terwijl al de andere enkelvoudige zijn. Er bestaan zeven verschillende typen verdeeld over acht werkplaatsen (tabel 5).

Zoals voor de elektrische tractie, geschieden de algemene herzieningen en de herstellingen van de toevallige zware beschadigingen van het dieseltractiematerieel in de centrale werkplaatsen. Die werken worden vooral te Salzinnes uitgevoerd, behalve wat de motorwagens betreft, die naar Mechelen gezonden worden. De C.W. Leuven is belast met de revisie van hun motoren en herstelt eveneens enkele reeksen van rangeerkrachtvoertuigen.

 Regelmatigheid van de dienst.

Dank zij de overschakeling van de stoomtractie naar de diesel- en elektrische tractie, kon zowel het rendement van de krachtvoertuigen als dat van het onderhouds- en krachtvoertuigpersoneel aanzienlijk verhoogd worden ; bovendien heeft die overschakeling de regelmatigheid van het trekken der treinen nog verscherpt, d.w.z. dat ze de frequentie van de vertragingen heeft verminderd. Zo liep het aantal vertragingen ten laste van de tractie (besturing en onderhoud) in 1966, jaar waarin het aandeel van de stoomtractie geleidelijk verminderde om einde december te verdwijnen, terug tot 1.133 voor de reizigersdienst (vertragingen van 10 minuten en meer) en tot 367 voor de goederendienst (vertragingen van 30 minuten en meer), of 1.500 in het totaal. Alles wijst erop dat de resultaten van 1967 nog beter zullen zijn en dat het gemiddelde van 100 vertragingen per maand niet zal worden overschreden.


Bron : Het Spoor n° 132, augustus 1967