Accueil > Het Spoor > Industrie > De spoorweg en de glasindustrie

De spoorweg en de glasindustrie

mardi 12 mai 2009, par rixke

 Drie eeuwen glasblazerij in het land van Charleroi

Dat is het motto van een tentoonstelling, georganiseerd te Charleroi, in het Museum van het Glas, een bijgebouw van het Nationaal Instituut van het Glas. De drie eeuwen waarover het hier gaat, hebben betrekking op de periode 1669-1969. Opengesteld op 18 juni, kende deze tentoonstelling een zulkdanig succes dat de organisatoren besloten ze tot 15 november te verlengen.

JPEG - 192.2 ko
Afbeelding van « La Manufacture de Glaces de Sainte-Marie-d’Oignies (sur Sambre) ».
Lithografie, omstreeks 1845.

Dit succes is ten volle verdiend. Zelden heeft een voorlopige tentoonstelling een zo volledig overzicht geboden van de geschiedenis van een onzer grote industrieën. Niets werd vergeten. Zo herinnert de tentoonstelling o.m. aan het bestaan, in Henegouwen, van een aloude glasbewerkingstraditie ; ze haalt de vermakelijkheden op waaraan de arbeiders zo zeer gehecht waren ; ze laat de keuren bewonderen die aan de gilde van de glasblazers verleend werden en vertelt over de conflicten tussen patroons en arbeiders ; ze toont de oude technieken en vestigt de aandacht op de ontdekkingen die de huidige modernisering mogelijk gemaakt hebben. Al die aspecten van de glasindustrie zijn er overvloedig geïllustreerd. Zo vindt men er honderden voorwerpen van de meest uiteenlopende aard : kostbare perkamenten, mooie, oude kaarten, glasprodukten die soms zeer eigenaardig zijn, medailles, noodgeldstukken en papieren geld (dit laatste uitgegeven, in 1915, door het syndikaat van de glasbewerkers), gravuren, schilderijen, glasblazersgereedschap, foto’s, prentkaarten, om maar enkele soorten van de talrijke voorwerpen te noemen die deel uitmaken van een reeks verzamelingen welke bijeengebracht werden om een betere kijk te geven op de geschiedenis van een industriecentrum met wereldfaam [1]

 Op kolen

De glasblazerij die dank zij een vergunning d.d. 1 juni 1669 van Lodewijk XIV werd opgetrokken, was in onze gewesten de eerste glasfabriek die gebouwd werd « op kolen », een brandstof die toen het hout, als brandstof, stilaan begon te verdringen. Het succes van deze onderneming zorgde ervoor dat er weldra, nabij de « koolputten », nieuwe smeltovens voor het vervaardigen van flessen en vensterglas werden gebouwd. Omstreeks de helft van de XVIIIde eeuw voerden de glasverwerkende bedrijven van het Centrum reeds een deel van hun produktie uit naar Nederland.

Na de onafhankelijkheid van België nam de fabricage van flessen niet langer toe, maar kende die van het vensterglas daarentegen een zo sterke ontwikkeling dat de produktie van de fabrieken uit het land van Charleroi op zeker ogenblik ongeveer een vierde van de wereldproduktie bedroeg.

 Aandeel van het spoor

Het aanleggen van spoorweglijnen heeft aanzienlijk bijgedragen tot de snelle ontwikkeling van de glasindustrie, hoewel de streek toch al vóór de aanwezigheid van het spoor over negentien glasverwerkende inrichtingen beschikte, waaronder een glasfabriek in aanbouw. Zulks wordt trouwens bevestigd door een tentoongesteld document van 1838 (nr. 96 van de catalogus), dat bestaat uit een plan dat gevoegd werd bij een « Ontwerp van Spoorweglijn van Namen naar Braine-le-Comte, baanvak Namen - Charleroi ». Niettemin kan men zich, aan de hand van een grafische tabel die een weinig verder wordt getoond (nr. 136), rekenschap geven van de gelukkige weerslag die de nieuwe vervoerwijze op de betrokken industrie gehad heeft.

De plechtige ingebruikneming van het eerste spoorwegstation te Charleroi dateert van 1843. Op dat ogenblik waren er in de streek evenveel glasverwerkende ondernemingen als vijf jaar te voren. Maar dan, van 1843 tot 1849, worden er drie nieuwe bedrijven opgericht, terwijl de reeds bestaande een aanzienlijke toename van hun produktiepotentieel kennen en de uitbreiding beleven van hun uitvoer die, in de hand gewerkt door de spoorwegverbinding Charleroi - Antwerpen, van 4 892 tot 9 157 ton stijgt.

Van 1850 tot 1855 ontstaan er nog nieuwe glasfabrieken in de streek van Charleroi waar men, vanaf 1860 en zulks tot 1877, bijna elk jaar een of meer nieuwe glasblazerijen ziet oprijzen. Ofschoon het bouwtempo in de daarop volgende jaren afnam, werden er, tussen 1845 en 1885, in totaal toch nog eenenvijftig glasfabrieken opgericht.

 De bassinoven

Van 1886 tot 1906 veroorzaakt de vervanging van de pottenoven door de bassinoven, waarmee continu kan worden gewerkt maar waarvan de bouwkosten hoog oplopen, de verdwijning van de helft der producenten. Zulks belet evenwel niet dat de uitvoer bestendig blijft stijgen (90 tot 94 % van de produktie). Inderdaad, in 1906 verkopen de Belgische vensterglasbedrijven, die bijna alle in de streek van Charleroi gevestigd zijn, ongeveer 211 690 ton vensterglas aan het buitenland, d.i. 42 miljoen m2 op gewone dikte : 2 mm (wat bijv., wil zeggen dat een m2 glas van 3 mm voor 1,5 m2 gerekend wordt).

Achteraf heeft de mechanisering van de fabricatie van vensterglas de oprichting van fabrieken in verschillende Belgische provincies en in het buitenland in de hand gewerkt. Toch leveren de fabrieken uit de streek van Charleroi nog steeds ongeveer de helft van de produkten die in België onder de vorm van vensterglas, gegoten glas en flessen vervaardigd worden en blijft ons land de grootste exporteur van vensterglas van heel de wereld.

Twee moderne bassinovens te Gilly en Lodelinsart produceren elke maand, ieder afzonderlijk, evenveel glas als de honderd pottenovens van het gewone type er leverden, die in april 1886 in België werkzaam waren. Samen leveren ze, overigens, méér dan de dertig bassinovens die in oktober 1897 in alle Belgische vensterglasfabrieken geëxploiteerd werden.

 Spoor en glas

Thans is het zo dat bijna alle grond- en brandstoffen (een grote oven verbruikt per dag ongeveer 70 ton stookolie), die door de glasblazerijen uit de streek van Charleroi worden gebruikt, per spoor vervoerd worden en dat het merendeel van de verzendingen van plat glas (vensterglas, gegoten glas), bestemd voor het buitenland, eveneens per wagon geschieden.

Indien de spoorweg diensten heeft bewezen aan de glasindustrie en dit nog steeds doet, is het wel prettig te herinneren aan het nut dat eerstgenoemde heeft gevonden bij de verbeteringen die laatstgenoemde aan haar fabricaties heeft gebracht. De vensters van gehard glas en de isolerende vensterpanelen gevormd door twee glazen bladen die gescheiden zijn door een kussen van gedehydrateerde lucht, hebben de veiligheid en het comfort van onze reizigersrijtuigen verhoogd, terwijl de voorruiten van verwarmend glas waarmee een groot deel van onze motorstellen uitgerust zijn, de taak van onze bestuurders aanmerkelijk verlichten.

In een oude glasfabriek van Charleroi waar alle fabricatie stopgezet was, zal eerstdaags de industriële produktie worden aangevat van een nieuwe soort glas, het zo genoemde G.H.W. (Glas met Hoge Weerstand). Dit glas, dat het resultaat is van onderzoekingen welke door het laboratorium van een Belgische glasfirma gedaan werden, zou, naar verluidt, de mogelijkheid bieden geplakte, uiterst dunne en lichte voorruiten van uitstekende hoedanigheid te vervaardigen. Zal het door de spoorweg gebruikt kunnen worden ? Alleen de toekomst en ter zake meer bevoegde personen dan wij, zullen dit uitwijzen.


[1Onder de titel « Trois siècles de Verrerie au Pays de Charleroi, 1669-1969 », publiceerde R. Chambon een werk dat niet alleen als gids voor de tentoonstelling gebruikt wordt, doch tevens een uitgebreid, geschiedkundig naslagwerk is van de glasindustrie uit het land van Charleroi. Formaat 18 x 25 cm, 100 bladzijden, talrijke illustraties. Prijs gedurende de tentoonstelling : 150 ir. Men kan het verkrijgen door te schrijven naar het « Musée du Verre », 10, boulevard Defontaine, Charleroi.