Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Technieken > De rem der elektrische motorrijtuigen

De rem der elektrische motorrijtuigen

R. Verboven, eerste ingenieur.

mardi 9 février 2010, par rixke

De nieuwe motorrijtuigen, die sedert 1962 in dienst werden gesteld, verschillen, in technisch opzicht van de oude, voornamelijk door hun remuitrusting.

Schijf rem op draag as.

 Zoals ten tijde der paardekarren.

De oude motorrijtuigen worden afgeremd door het wrijven van gietijzeren remblokken op het loopvlak der wielen. Ook de paardekarren beschikten destijds over een dergelijk stelsel, met dit verschil dat de remblokken in hout waren.

De houten blokken werden trouwens gebruikt op de eerste voertuigen van de spoorwegen.

Later werden de houten blokken door gietijzeren vervangen omdat de eerste veel van hun remkracht verliezen wanneer ze nat zijn. Bij metro’s vindt men echter nog veel houten remblokken : de metalen stofdeeltjes, voortkomende van gietijzeren remblokken, blijven in de tunnels rondzwerven en zijn zeer hinderlijk voor de elektrische tractiemotoren.

Schijfrem op motoras (de motor werd weggenomen).

De slijtage der gietijzeren blokken is belangrijk. Weet u dat, op de lijn Antwerpen - Charleroi b.v., één enkel elektrisch motorrijtuig jaarlijks ongeveer 5.000 kg gietijzeren remblokken verslijt ? En dat de vervanging van de versleten blokken 40.000 F kost ?

Als gevolg van de wrijving ontwikkelt zich een grote warmte waartegen de wielbanden niet goed bestand zijn.

Om die redenen heeft men uitgekeken naar een andere oplossing waarbij tegelijkertijd het stelsel en het materiaal gewijzigd werden.

Aldus heeft men, vóór de oorlog, enkele dieselmotorwagens uitgerust met remtrommels waarop remschoenen werden aangedrukt waarvan het basismateriaal uit asbest bestaat, een stof met hoge wrijvingseigenschappen die daarenboven buitengewoon goed bestand is tegen de hitte. Bij dit stelsel monteert men op de wielas een extra wiel met kleinere diameter en met een cilindrisch oppervlak waarop de remblokken gedrukt worden.

Men heeft dit stelsel om twee redenen laten varen : de temperatuur van de trommel steeg zodanig dat de remschoenen vlug afsleten terwijl de trommel zelf na korte tijd, wegens scheuren, buiten dienst laakte.

 De toepassing van de schijfrem doet zijn intrede.

Ondertussen had men voor de grote straalvliegtuigen een nieuw remstelsel uitgedacht : de schijfrem waarmee die snelle vliegtuigen over een korte afstand kunnen remmen. Bij dit stelsel wordt een gietijzeren schijf aan elk wiel vastgehecht en worden de remblokken, bij de landing, op beide vlakken van de schijf geknepen. De wrijving geschiedt tussen twee platte vlakken, wat het grote voordeel van die rem uitmaakt. De schijf blijft vlak, zelfs bij uitzetting door de warmte. Bovendien kan men een betere afkoeling van de schijfrem bekomen dan voor de trommelrem.

Die nieuwigheid nu werd op onze laatste elektrische motorrijtuigen toegepast, maar de schijven zijn uitgevoerd in gietstaal. Ofschoon gietijzer misschien betere wrijvingseigenschappen bezit, dan is staal mechanisch toch beter geschikt om de grote remkoppels op de wielen over te dragen.

De schijven van 0,70 m diameter zijn uitgevoerd als een turbinerad ten einde een hevige luchtcirculatie voor het afkoelen te bekomen (men bereikt temperaturen van 400° C).

Op de motoras kon dezelfde schikking niet toegepast worden : praktisch heel de aslengte wordt door de tractiemotor ingenomen. De schijven worden hier dan ook tweedelig uitgevoerd en aan weerszijden van het wiel op de wielnaaf opgesteld.

De remblokken bestaan uit een mengsel van asbestvlokken en hars, dat onder grote druk op vorm geperst wordt.

Alvorens die schijf remmen toe te passen op 120 dubbele elektrische motorrijtuigen heeft onze Maatschappij een hele reeks proeven op prototypebogies uitgevoerd. Dit was noodzakelijk voor het nagaan van de goede afkoeling van de schijven, voor het bepalen van de krachten in de wielen, en voor het bepalen van de juiste verdeling van de remming tussen de loopassen en motorassen.

De remblokken worden tegen de schijf aangedrukt met behulp van samengeperste lucht en van een remcilinder.

Terwijl op de oudere motorrijtuigen de controle van de luchtdruk in de remcilinders zuiver pneumatisch geschiedt, heeft men die controle op de nieuwe motorrijtuigen « geëlektrificeerd ». Door middel van een bedieningshandel wijzigt de bestuurder de stroomsterkte zodat, gelijktijdig in elke cilinder, de luchtdruk op dezelfde wijze toeneemt, vermindert of uitgeschakeld wordt. Met dit stelsel kan men de remmen van al de rijtuigen vastzetten en lossen alsof er slechts een enkel rijtuig was.

Dezelfde handel dient ook voor het in werking stellen van de pneumatische rem der motorrijtuigen die, in dezelfde trein, niet met de elektrische rem uitgerust zijn.

 De resultaten.

De resultaten van de schijfrem zijn verrassend. Terwijl met de gietijzeren remblokken, wegens de eigenschappen van de wrijving van gietijzer op staal, de remkracht zeer sterk toeneemt wanneer de trein bijna tot stilstand komt, wat een onaangename schok veroorzaakt, is de remkracht met een schijfrem absoluut onafhankelijk van de snelheid van de trein en wordt de stilstand op een zeer zachte wijze bekomen. De remming met de schijfremmen gebeurt haast volkomen geluidloos, wat men niet kan zeggen van een met gietijzeren remblokken afgeremde trein. Zelfs tijdens de rit ligt het geruisniveau van de nieuwe motorrijtuigen veel lager dan dat van de oude : geen sprake meer van gietijzeren remblokken die toch altijd enigszins tegen de wielbanden blijven slepen of stoten.

Dank zij die nieuwe remuitrusting wordt het comfort geweldig verbeterd en kan men, bij de samenstelling van een trein, het aantal elektrische motorrijtuigen van 4 op 5 of 6 eenheden brengen.

Ongeveer 40 nieuwe motorrijtuigen zijn sedert een jaar in dienst op de lijn Antwerpen - Charleroi ; de talrijke habitués op die verbinding hebben de verbetering op prijs gesteld die de schijfrem en zijn elektropneumatische bediening op het stuk van comfort hebben mogelijk gemaakt.

Met veel genoegen hebben we bovendien vastgesteld dat de nieuwe motorrijtuigen met schijfrem viermaal zoveel kilometers dan de oude kunnen afleggen alvorens de remblokken moeten vervangen worden.


Bron : Het Spoor, december 1963