Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Infrastructuur > Werkplaats/Depot > Hasselt, het locomotievendepot

Hasselt, het locomotievendepot

J. Van Volden, Hoofdingenieur.

jeudi 1er avril 2010, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

 De inwijding

Maandag, 4 september 1961, zal, in de annalen van het locomotievendepot Hasselt, als een grote dag geboekt worden : op deze uitzonderlijk warme zomerdag werden, inderdaad, de nieuwe installaties ingewijd.

Deze plechtigheid werd bijgewoond door MM. BERTRAND, Voorzitter van de Raad van Beheer van N.M.B.S., ROPPE, Gouverneur van de provincie Limburg, en DE VOS, Directeur-generaal van de N.M.B.S., omringd door talrijke genodigden en hogere ambtenaren.

M. BROUCKAERT, Directeur van het Materieel en de Aankopen van de N.M.B.S., die de aanwezigen begroette, herinnerde eraan hoe de vroegere werkplaatsen en omliggende instellingen, op 8 april 1944, door luchtbombardementen vernield werden en zette, vervolgens, uiteen hoe de wederopgerichte gebouwen aan de moderne tractiemiddelen aangepast werden.

M. BERTRAND, Voorzitter van de Raad van Beheer van de N.M.B.S., verheugde er zich over de Limburgse hoofdstad verrijkt te zien met een modern locomotievendepot en bracht, in aanwezigheid van de familieleden der Hasseltse spoormannen, gestorven voor het vaderland, een piëteitsvolle hulde aan de vijfenveertig oorlogsslachtoffers waarvan de namen, midden een ingetogen stilte, werden afgelezen door M. DERWA, ingenieur dienstleider van de stelplaats.

Na de bloemenhulde aan het monument tot hun nagedachtenis opgericht, knipte de Heer Minister het driekleurige lint door en verleende hij aldus toegang tot de nieuwe gebouwen. Het bezoek aan de instellingen duurde ongeveer een uur. Daarna feliciteerde M. BERTRAND de bewerkers van deze mooie verwezenlijking en dankte M. BLOMMAERT, groepschef van Hasselt, de aanwezige personaliteiten.

Het geheel der gehouwen omvat drie grote delen, namelijk :

  • Een zeer moderne werkplaats voor diesellocomotieven en motorwagens ;
  • Een aangrenzende werkplaats voor het bergen van de nog overblijvende stoomlocomotieven (deze zullen eerlang door dieselvoertuigen vervangen worden) ;
  • Een bijgebouw voor kleedkamers, wasplaatsen, eetplaats, technische lokalen en magazijn.

 De Dieselwerkplaats

Deze werkplaats, die 70 m. lang, 24 m. breed en 9 m. hoog is, geeft een ruime en machtige aanblik en bevat drie sporen. Haar geraamte en haar dak zijn opgetrokken in gewapend beton ; de muren zijn in metselwerk.

Tweeendertig grote dakvensters van 8 m. lengte verzekeren een volledige natuurlijke verlichting en 24 in het dak aangebrachte ventilatoren verversen voortdurend de door de uitlaatgassen van de dieselmotoren bedorven lucht.

De atmosfeer in de werkplaats is alzo zuiver en de werkvoorwaarden zijn uitstekend.

Een rolbrug van 1,5 ton en 14 m. breed, doorloopt de ganse lengte van de werkplaats. Bediend van op de grond, is zij voortdurend in gebruik voor het lichten en verplaatsen van de zware onderdelen.

In het achterste gedeelte van het gebouw zijn, langsheen de in onderhoud zijnde locomotieven, betonnen werkplatformen opgesteld op 1,40 m. boven het peil van de spoorstaaf ; deze hoogte stemt overeen met de vloer van de diesellocomotieven. Hier werken de stielmannen aan de dieselmotor en aan al de andere toestellen die zich in de machinekamer bevinden.

Ook de burelen van de toezichtsbedienden, hel planningbureel, het gereedschapslokaal, het magazijn, de lokalen van de elektriekers en paswerkers, het reinigingslokaal en de oliebergplaats liggen alle op 1,40 boven de grond.

De overgang van het ene werkplatform naar het andere gebeurt dank zij 6 lichte hefbrugjes die met pneumatische aandrijving op en neer gelaten kunnen, worden.

Op sommige plaatsen ligt de vloer van de werkplaats 1 m. onder de bovenkant van de spoorstaaf ; dit om rechtstaande gemakkelijker aan de bogies, de tractiemotoren, de accumulatoren en de remorganen te werken.

Deze bijzondere opvatting van de werkplaats begunstigt in grote mate de werkvoorwaarden en draagt ten zeerste bij tot het verhogen van het rendement.

De locomotieven worden gelicht op een spoor voorzien van een stel van 4 Kutruff vijzels, die elk 20 ton kunnen heffen ; zij worden gelijktijdig aangedreven door een elektrische motor. De bogies die op het spoor blijven staan worden langs een transbordeur, die aan de buitenzide de van de stelplaats ligt, naar de andere sporen overgebracht. Het uiteennemen van de bogies en het wegnemen van de elektrische tractiemotoren worden vergemakkelijkt door een rolportiek, met een draagvermogen van 10 ton, eveneens elektrisch aangedreven.

 De stoomwerkplaats

Naast de dieselwerkplaats, en nauw er mede verbonden, ligt de ruime werkplaats waarin de onderhoudswerken aan de stoomlocomotieven uitgevoerd worden. Ook dit gedeelte werd volledig vernieuwd en, met het oog op de volledige dieselisatie van het depot, werd ook hier gezorgd voor een ruime verlichting met dakvensters en voor talrijke elektrisch aangedreven luchtverversers.

Na de volledige dieselisatie, zullen in deze werkplaats de diesellocomotieven en motorwagens geborgen worden tijdens hun kort oponthoud gedurende de strenge koude.

Steeds met het oog op de toekomst, werden de bijbehorende lokalen voor de herstelling van de stoomlocomotieven tot een minimum beperkt.

 De sanitaire lokalen

Steeds bekommerd om de gezondheid van haar personeel, heeft de Maatschappij benevens deze werkplaatsen, ruime sanitaire lokalen voorzien.

De bovenste verdieping bevat twee kleedkamers, één voor het rijdend en één voor het « sendentair » personeel, met tussenbeide, een mooie wasplaats die bovendien van stortbaden voorzien is. Op de tussenverdieping bevindt zich een stemmige en mooi versierde eetzaal waar 100 werkmakkers hun middagmaal kunnen gebruiken.

Aan de kop van dit bijgebouw ligt, op de gelijkvloerse verdieping, de koerdienst met zijn wachtzaal der machinisten en het bureel van de dienstregelingen. Laten wij terloops opmerken dat de borden voor berichten en schematische seininrichtingsplans, alsook de vernuftige verreschrijver hier niet ontbreken. Voortdurend rinkelen de bellen van de telefoon en van de dispatchingdiensten, terwijl andere geluids- en lichtseinen wijzen op een activiteit die dag en nacht ononderbroken voortgaat.

Op de verdieping bevindt zich de slaapzaal waar machinisten en stokers van vreemde stelplaatsen een verkwikkende rust kunnen vinden. De kamertjes worden verwarmd en verlucht door een echte « Air Condition », terwijl de muren geluidvrij gemaakt werden. Ook hier is er een kleine eetzaal, voorzien van een gasvuurtje voor het opwarmen van het eten. Van op het aanpalende terras, in open lucht, heeft men een mooi panoramisch gezicht op de koer van de stelplaats met op de achtergrond de torens van de stad Hasselt.

De stielmannen van de algemene dienst werden bedacht met een ruime en mooie werkplaats. Op de verdieping boven dit lokaal, werd een theoriezaal ingericht die iedereens bewondering afdwingt. Deze theoriezaal mag beschouwd worden als een model voor wat de merkwaardige verzameling van didactisch materiaal betreft.


Bron : Het Spoor, october 1961