Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Rollend materieel > Locomotieven > De laatste dienst van de stoomlocomotief “type 10” op de lijn (...)

De laatste dienst van de stoomlocomotief “type 10” op de lijn 162

mercredi 29 septembre 2010, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Jan-Arthur Rausch en Jan Lieffrig maken de 10.018 klaar, met nauwelijks verholen ontroering...

De Belgische pers heeft vol trots het uitstekend werk onderlijnd van al de spoormannen die de electrificatie van de lijn 162 tot stand brachten. Zij heeft de solidariteit en de vakbekwaamheid, waarvan zij in de loop van dit belangrijk werk hebben blijk gegeven, in volle daglicht gesteld.

Wij zullen nog dikwijls de gelegenheid hebben om te spreken over hen die het spoor dienen door het aan de moderne techniek aan te passen : op de eerste electrische treinen, die Brussel met het Groot Hertogdom verbinden, zullen nog vele andere volgen alsook nieuwe technische verbeteringen.

Maar de trein 461 van 29 september 1956, die Luxemburg te 16 h 53 verliet met bestemming Brussel werd voor de allerlaatste maal gesleept door een stoomlocomotief van het type 10.

Het was de 10.018 die deze laatste stoomdienst verzekerde om dan haar loopbaan te gaan eindigen ver van de schilderachtige lijn waarvoor zij gebouwd werd.

Het past dat we even stilhouden bij deze gebeurtenis, die zonder veel daverend betoog plaats greep.

De type 10, kwam in 1910 op onze lijnen in dienst en werd gans bijzonder opgevat om reizigerstreinen tegen hoge snelheid te slepen op de lijn van Brussel naar Luxemburg. Dit golvende traject werd beschouwd als een belangrijk deel van het internationaal baanvak : Londen. Dover, Oostende, Istanboel, dat ook de lijn van de Indische Mail werd genoemd.

Hoeveel mooie bladzijden werden niet geschreven langs de 227 km. die Brussel-Noord van Luxemburg scheiden ! Hoeveel spannende uren hebben de machinisten en stokers niet gesleten op hun machtige “type 10” waarmee ze sneltreinen van 500 T. langs hellingen van 16 mm. voerden !

Het slepen van die zware treinen met internationale uurregeling eiste van het rollend personeel de hoogste beroepseigenschappen : energie, aanhoudende waakzaamheid, zuinigheid, ploeggeest, beroepsliefde...

De machinisten hadden het bijna onbeperkte vermogen in kilowatt niet in het bereik van hun vingers zoals de electrische treinbestuurders ; zij moesten de stoom verbruiken met bekwaamheid en doorzicht. De stokers hadden gelegenheid te over om hun vakkennis en vaardigheid te bewijzen. De stoomketel verslond 250 briketten van 10 kg. en 300 schoppen zeefkolen en gruis van 8 kg. ; hij slikte ook nog 40 m³ water.

De ploegen die de typen 10 op de lijn 162 voerden en de uitstekende instructeurs die hen vormden, zullen nooit de barre winters vergeten toen de temperatuur in de Ardennen dikwijls daalde tot 20° onder nul. Zij moesten worstelen tegen de bevriezing van de organen der machine en, tezelfder tijd, de gesleepte rijtuigen verwarmen. Tegen het einde van de rit, als de trein, die uit Brussel vertrokken was, te Courrière of te Ljbramont toekwam, volgde de ploeg soms angstig de wijzer van de drukmanometer...

We begrijpen licht dat de “typen 10” hartstochtelijk bemind werden. Zij waren ook allen vol vurig en trillend leven... Men hield van hun gevoeligheid, hun macht, hun worstelende houding, hun humeurigheid die moest getemd worden. Zelfs de “losbolligen” werden eerbiedig behandeld. En de “zieken” dan ! De symptomen van hun kwalen werden meewarig onderzocht...

De stoommannen van de lijn 162 leggen zich gewillig neer bij de vooruitgang en erkennen de verdiensten en de eigenschappen van de electrische locomotieven, maar verloochenen ondanks dit alles hun gevoelens niet, gevoelens die ze delen met de kunstenaars.

De grote musicus Arthur Honegger heeft de stoomlocomotief en de electrische locomotief in hartstochtelijke bewoordingen vergeleken.

“Voor hen, zegt hij, die werkelijk gehouden hebben van de locomotief, van de echte, de stoommachine, zijn die vormeloze motortuigen niets dan trams. Met hun trolley hangen zij aan een draad en zuigen hun kracht uit een andere bron. Het zijn parasieten die hun vrijheid verloochend hebben zoals het thans overal de gewoonte is.” Arthur Honegger overdrijft ; er komt een dag dat ook de poëzie van de electrische treinen bezongen wordt. In afwachting menen zij, die vol ontroering hun typen 10 hebben moeten in de steek laten, dat de overdrijving van de grote toondichter verduiveld sympathiek en opbeurend is...

De laatste ketelspuiing te Luxemburg. De 10.018 prijkt nog éénmaal in een stoomaureool.
De allerlaatste stoomtrein naar Brussel verlaat het station Aarlen onder een stralende herfstzon...
Een flinke ploeg leeft mee met de machine welke een deel van henzelf is geworden.

De hoofdinstructeur Fernand Leonard, van de Directie M.A., die bijna een kwart eeuw zijn diensten wijdde aan de “type 10”. Hem werd het toezicht over de rit van talrijke koninklijke en aanbevolen treinen toevertrouwd.

(Foto’s GERARD.)

HL TYPE 10 - PACIFIC 4-6-2 [1]
VOORNAAMSTE KARAKTERISTIEKEN : Een bogie met twee assen ; drie gekoppelde assen met zes wielen van bijna 2 meter doormeter ; een draagas achteraan ;Vier cilinders ;Keteldruk : 14 kg./cm2 ; Roosteroppervalk : 4,58 m2 ; Verwarmingsoppervlak : 232 m2 ; Gewicht van de ritvaardige locomotief : 112 T. (plus 53 T. voor de tender) ; Trekvermogen : 15.100 kg., adhesiegewicht 67 T. ; Radstand van locomotief en tender : 17,88 m. ; Inhoud van de tender : 7.000 kg. kolen ; 32.000 liter water. ; Maximum snelheid : 120 km/h.
TECHNISCHE VERBETERINGEN : 1924 o vijf rijen oververhittingselementen in plaats van vier. ; 1926 : een dubbele ontsnapping langs een dubbele schouw. ; 1927 : de voedingspomp A.C.F.I. ; 1931 : de schudrooster.
Stippen wij nog aan dat de last in 1938 op 500 T. werd gebracht.

Bron : Het Spoor, n° 4, november 1956


[12-3-1 volgen de Franse symbolen.