Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Buitenland > Het station van Roma

Het station van Roma

mercredi 29 septembre 2010, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

 Zijn geschiedenis

Het eerste station van Roma Termini werd gebouwd, tussen 1864 en 1871, naar de plannen van de Romeinse architect S Bianchi. De aangroei van de trafiek vereiste weldra uitbreidingen en wijzigingen. In 1937, was een radicale oplossing voor het spoorwegprobleem te Rome hoogst noodzakelijk. De werken, aangevat in 1938 volgens het nieuwe plan, duurden tot 1942.

Op het einde van de oorlog, werd het nodig geacht het ontwerp voor het middengebouw dat aanvankelijk als een monument was opgevat, te herzien. Begin 1947 werd hiertoe een nationale wedstrijd uitgeschreven. Twee ploegen technici behaalden ex aequo de eerste plaats : enerzijds, de ingenieur L. Calini en de architect E. Montuori en, anderzijds de architecten M. Castellazzi, V. Fadigati en A. Vitellozzi en de ingenieur A. Pintonello. Deze technici vormden samen één enkele groep die belast werd met het opstellen van de plannen voor het huidig bouwwerk.

 Het gebouwencomplex

a) De vleugel die uitgeeft op de Giolittistraat heeft een totale lengte van 1.170 m. Het eerste hoofdgebouw (F) omvat, op het gelijkvloers, talrijke diensten voor het publiek (bewaarplaatsen, loketten, wachtzalen, enz...) en, op de bovenverdiepingen, een overgrote conferentiezaal, een bibliotheek en ontvangstzalen. In het tweede hoofgebouw (G) werden de bureau’s en verscheidene installaties ondergebracht (stationsleiding, telefooncentrale, telegraaf, loketten voor de militairen, politiekantoren, exploitatiediensten, enz...). De drie andere hoofdgebouwen (H.I.L..) bieden plaats aan de provinciale lijnen van het Latium, het gecentraliseerde seinhuis en de thermische centrale.

b) De vleugel die uitgeeft op de Marsalastraat heeft een lengte van 930 m. en bestaat uit vier hoofdgebouwen. Het eerste (D) omvat, op het gelijkvloers, belangrijke diensten voor het publiek (wachtzalen, reisagentschappen, kantoren voor het reisgoed, de douane en de post...) en, op de bovenverdiepingen, talrijke bureau’s van de exploitatie. In de overige hoofdgebouwen (B en A) zijn de post- en goederendiensten, de hulpploegen, enz... ondergebracht.

c) In het middengebouw (232 m. lang, 10 m. 50 breed en 27 m. 90 hoog) vinden wij, op het eerste verdiep, de bureau’s verbonden aan de dienst van de reiskaartjes alsook restaurantzalen ; op de bovenverdiepingen, talrijke bureau’s. De grote lokettenhall en een buitenrestaurant vormen twee voorgebouwen die uitsteken op de plaats waar zich de ruïnes van de Muur van Servius verheffen. De toegang tot de sporen geschiedt langs een hoofdgalerij (220 m. lang, 24 m. breed en 14 m. hoog) welke als achtergebouw werd opgevat.

 De ondergrond

Hij huisvest in zijn drie verdiepingen een wonderlijke verzameling van werkplaatsen, thermische, electrische en telefonische centrales, een hotel, rust- en wachtzalen, personen- en goederenliften en tevens meer dan 3.000 m. straten die door allerlei voertuigen worden doorkruist.

 Het sporengeheel

Dit station telt 22 hoofdsporen bediend door 12 perrons die alle van regenschermdaken voorzien zijn. Hun totale lengte beloopt meer dan vijf km. De treinen van het Latium, komen toe op vijf bijsporen waarvan de perrons eveneens van regenschermdaken zijn voorzien.

 Verwarming, luchtregeling en verluchting

De verwarming, in de winter, en de afkoeling, in de zomer, worden bekomen door drie afzonderlijke systemen : door thermosifoon en door water, door straling, door luchtregeling. De warmte- of koudestroming wordt voortgebracht door een grote thermische centrale die kortbij de tempel van de Medische Minerva ligt en per uur ongeveer 45 ton stoom onder een druk van 13 atmosfeer kan leveren. Een deel hiervan kan, langs in de sporen aangebrachte kranen, afgetapt worden voor de voorverwarming der treinen. De thermische centrale verbruikt jaarlijks ongeveer 7.000 ton Sardische steenkool.

 Electrische cabines

De electrische energie wordt geleverd door een kabelsysteem van 10.000 V. Acht cabines, waarin de stroom op 260 en 150 V. wordt teruggebracht, zijn op dit systeem aangesloten. Het jaarlijks energieverbruik overschrijdt de 10 miljoen kWh.

 Sein- en wisselbediening

Het enige, grote seinhuis werd ontdubbeld in twee groepen : een voor de normale dienst is ondergebracht in een verhoogde post en beheerst de sporen ; de andere is opgericht in een ondergrondse, gepantserde post. Elke groep bestaat uit drie banken met 730 krukken, waarachter grote, van lichtjes voorziene tableau’s, die het sporengeheel schematisch weergeven, zijn opgehangen.

De krukken bevelen 50 vaste lichtseinen voor de treinritten, 170 grondseinen voor de rangeringen en 300 wissels. De installatie telt ook nog 305 electrische spoorkringen, 5.850 relais, 27.000 seinlampjes op de schermen en 1.680 kilometer in lood gevatte kabeldraad met verscheidene geleiders.

 Enkele veelbeduidende cijfers

13.500 verlichtingstoestellen met een of meer lampen, 14 liften voor personen en 75 voor goederen, 346 luidsprekers, 318 uurwerken, 1.400 telefoonapparaten... werden hier geteld.

Het geheel der stationsgebouwen beslaat een vlakte van 55.000 m2 hetzij bijna het dubbele van de oppervlakte van het St-Pietersplein : het geheel der perrons is bijna even groot : 54.000 m2.

De omvang van al de boven- en ondergrondse constructies beloopt 1.900.000 m³, wat overeenkomt met een wolkenkrabber waarvan de basis 50 x 100 m. en de hoogte 380 m. zou zijn.

Vijf miljoen werkdagen werden tussen 1938 en 1950 besteed aan de uitvoering van al de plannen. Er werden 80.000 ton cement. 14.000 ton ijzer, 35.000 m2 hout voor de bekistingen, 32.000 m2 ruiten, 196.000 m2 vloerstenen verwerkt.

 Het personeel

Meer dan 1.200 spoorwegmannen en meer dan 200 bedienden van geconcessioneerde diensten (schoonmakers en pakjesdragers) worden in het station benuttigd. Tijdens de uren van grote bedrijvigheid werken 700 personen in Roma Termini. Deze spoorwegmannen bieden het hoofd aan het verkeer van de treinen (ongeveer 350 per dag), van de voertuigen (meer dan 1.600) en van de reizigers (ongeveer 75.000).

(Fotos van de Italiaanse spoorwegen.)


Bron : Het Spoor, n° 4, november 1956