Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Infrastructuur > Brussel Thurn & Taxis

Brussel Thurn & Taxis

lundi 13 septembre 2010, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Een indrukwekkend verleden, een onzekere toekomst

Het is met onze bedoeling om te polemiseren over de bestemming van Brussel Thurn en Taxis (TT), alleen lijkt het ons de moeite waard een artikel te wijden, aan dit symbool van vroegere industriële bloei in Brussel.

De geschiedenis ervan begint honderd jaar geleden, maar hangt samen met een economische achtergrond die teruggaat tot de Middeleeuwen.

 Toen Brussel nog Bruocsella heette

De oorsprong van de stad Brussel gaat terug tot het jaar 977 toen Otto II de titel van graaf van Neder-Lotharingen aan Karel gaf en deze hierdoor de rechten op de Zenne-eilanden verkreeg. Van havenactiviteiten wordt pas melding gemaakt in 1012 (andere bronnen hebben het over het jaar 1000) als de naam Bruocsella portus voor het eerst voorkomt in documenten waaruit blijkt dat de Zenne als waterweg gebruikt wordt. Maar die rivier kan sterk zwellen, staat regelmatig droog en verzandt voortdurend. Daarom vat Karel de Stoute het plan op om via de Rupel een kanaal naar de Schelde te graven, een plan dat in 1477 de nadrukkelijke instemming krijgt van Maria van Bourgondië. Karel V keurt in 1531 het project goed en in l550 beginnen de eerste graafwerken.

Het kanaal wordt in 1561 geopend en al vlug krijgt het stadscentrum meerdere kaden, waarvan de namen ook nu nog bestaan : Timmerhoutkaai, Hooikaai, Arduinkaai, enz.

In 1896 wordt de Naamloze Vennootschap voor het Zeekanaal en de Haveninrichtingen van Brussel opgericht om een nieuwe verbinding met de Schelde tot stand te brengen, die voor de steeds groter wordende schepen geschikt is.

De onderneming wordt in 1900 door Leopold II gestart en wordt in 1955 beëindigd met de ingebruikneming van de prachtige hefbrug van Buda.

 Douaneactiviteiten

Die havenbedrijvigheid brengt mee dat de douane de per schip aangevoerde goederen controleert in een entrepot aan de Hooikaai, op de plaats waar zich nu de KVS bevindt.

In 1842 wil de stad Brussel een nieuw entrepot en schrijft ze een wedstrijd uit. Er wordt gekozen voor de plannen van architect Louis Spaak en in 1844 wordt de eerste steen gelegd. Dat openbaar gebouw - het eerste waarbij op zo ruime schaal gietijzer wordt gebruikt voor de ondersteuning van de gewelven - wordt opgetrokken aan de samenloop van de kanalen van Willebroek en Charleroi (in gebruik genomen in 1832) en ter hoogte van de aansluiting met de spoorwegen van Noord en Zuid aan de Handelskaai.

Dat entrepot, waarvan de stijl doet denken aan de Florentijnse paleizen uit de XVe eeuw, bestaat uit twee grote gebouwen die met elkaar verbonden zijn door drie dwarsblokken met ertussen van traliewerk voorziene binnenplaatsen. De overdekte binnenplaatsen zijn met het spoorwegnet verbonden en zo ontstaat een van de eerste goederenstations van dat type.

 Een uitzonderlijke samenwerking

Er heerst dan ook een drukke commerciële bedrijvigheid wanneer de spoorweg in het Brusselse industriële landschap verschijnt. Door onvoldoende opslagcapaciteit en door de snelle ontwikkeling van die nieuwe vervoerwijze is er in die sector een nieuwe aanpak nodig.

De ligging van Brussel TT wordt bepaald in overleg met alle gemeenten die aan de Brusselse haven liggen, een prachtig voorbeeld van samenwerking tussen alle actoren op het stuk van de aanvoer, bevrachting en afzet van afgewerkte producten.

In 1897 koopt de stad Brussel de terreinen van de adellijke familie Thurn en Taxis, waarvan een van de voorouders, Frans, in 1516 de eerste internationale postdienst georganiseerd heeft.

Datzelfde jaar keurt de regering de plannen goed voor een douanegebouw en een nieuw entrepot nabij een nieuw spoorwegstation, dat in de plaats komt van het te klein geworden station aan de Groendreef.

De gemeentegrenzen worden gewijzigd in het voordeel van Brussel. De stad wou immers maar met de aanleg van de haven instemmen als haar grondgebied uitgebreid werd, zodat ze de controle over de terreinen en toekomstige installaties zou behouden. Daarna neemt de NV voor het Zeekanaal en de Haveninrichtingen van Brussel de rechten en verplichtingen van de stad inzake opslag en douaneformaliteiten over.

De aanbesteding van de werken heeft plaats op 9 april 1903, en in 1908 worden de terreinen door de Staat aan de Maatschappij afgestaan.

De plans van de bouwplaats worden hoofdzakelijk ontworpen door architect Van Humbeek, terwijl de bouwkundige en technische studie van de grote stationshallen opgedragen wordt aan spoorwegingenieur Bruneel.

In 1907 worden de eerste lokalen gebruikt voor de opslag van wijn en suiker. In dezelfde periode verhuist de douane en laat het entrepot aan het Handelsdok aan de stad over, waarna het in 1910 afgebroken wordt.

Dat functionele complex met 50 000 m2 opslagruimte trekt talrijke ondernemingen aan waaronder bedrijven die gespecialiseerd zijn in de bewaring van producten waarop douanerechten geheven worden, zoals rookwaren (Gosset Saint-Michel), bier (Whitbread), wijn, sterke drank en koffie (Padanga).

Er vinden dan ook heel wat mensen werk en de arbeiders wonen in speciaal voor hen gebouwde woningen in de buurt (Laekenveldstraat, Scheldestraat, Rotterdamstraat enz.).

In 1922 wordt aan het te klein geworden entrepot een nieuw gedeelte bijgebouwd met een grote hal en kelders, terwijl het station, dat per jaar 1400 wagens ontvangt en behandelt, een van de belangrijkste van het land wordt.


Bron : Het Spoor, october 1996