Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Infrastructuur > Dieselpiekcentrale Brussel-Noord

Dieselpiekcentrale Brussel-Noord

lundi 27 septembre 2010, par rixke

  Sommaire  

90 % van het globale elektrisch energieverbruik bij de NMBS gaat naar elektrische tractie waarbij de morgen- en avondspits voor dagelijkse pieken zorgen. In 1994 was nog 64 % van de traktiefaktuur te wijten aan deze piekbelasting. Om de kost van dit energieverbruik te drukken, werd naar oplossingen gezocht. Eén ervan is de bouw van een dieselpiekcentrale, die op 19 oktober officieel in werking werd gesteld. Deze centrale werd geïntegreerd in het tractiestation Brussel-Noord. Het hoofddoel van deze centrale is dus de afvlakking van de tractiecurve tijdens piekmomenten.

Overzicht piekcentrale

Ir. P.J. Baekelandt (NMBS) verklaarde in zijn openingsrede dat het tijdperk van de autoproduktie inzake energie is aangebroken. Deze dieselpiekcentrale is een pilootcentrale die, wanneer de resultaten goed zijn, snel navolging zal krijgen op andere plaatsen van het net. Uit een doorgedreven studie bleek dat de huidige vermogenafname afvlakken tot 75 % rendabel blijft. Dit impliceert dat er een autoproduktiepark met een totaal vermogen van een 70-tal MW centrales nodig zal zijn. Verspreid over het ganse tractievoedingsnet worden en zouden zij beheerd worden door een centraal piekbewakingssysteem.

Ir. P.J. Baekelandt wees er wel op dat bij stijgende piekafvlakking het toevoegen van iedere nieuwe centrale minder efficiënt, het beheer moeilijker en de technische bijstand verfijnder wordt.

Bovendien volstaat het niet bij het inplanten van een nieuwe centrale een plaats te zoeken waar de vermogenafname groot is. Men moet ook rekening houden met de beschikbaarheid van een terrein en met de eventuele milieuhinder die een dergelijke centrale met zich kan meebrengen.

 Realisatie

Voor de realisatie van dit voor de NMBS wel nieuw soort centrale werd er intens samengewerkt tussen het departement infrastructuur en EVW (Constructiewerkhuizen E. Van Wingen). Deze firma is gespecialiseerd in elektriciteitsvoorziening met diesel- en gasmotoren. Eind jaren ’80 begon EVW het energiebeheer met dieselnoodstroominstallaties te promoten. Het gaat hier over een - om het met moeilijke woorden te zeggen - « net-parallelwerkende stroomaggregaten ». In feite zijn dit minicentrales die hun eigen elektriciteit opwekken door middel van dieselmotoren. Deze centrales werken kostenbesparend en zijn op minder dan drie jaar afgeschreven. Dit wil niet zeggen dat ze na drie jaar « technisch » afgeschreven zijn, want dergelijke centrales kennen een relatieve lange levensduur, financieel aantrekkelijk dus. Het is immers goedkoper om zelf stroom te maken op momenten dat de vraag naar elektriciteit het hoogst is. Voor de NMBS betekent dit dat de eigen geleverde elektriciteit tijdens de piekuren van het treinverkeer de pieken van het elektriciteitsverbruik kunnen afvlakken. Dit gedeelte van het gebruik dat opgevangen wordt door de eigen centrale wordt bijgevolg niet geleverd aan de normaal geldende tarieven van de elektriciteitsmaatschappijen.

 Installatie

Op het terrein van het tractie-onderstation Brussel-Noord werd een nieuwe staalconstructie opgetrokken waarin de aggregaten en hulpuitrustingen zijn ondergebracht. Een aggregaat is een samenstel van verschillende werktuigen. De nieuwe centrale heeft 4 aggregaten, met elk als werktuigen een dieselmotor en een generator. De 4 aggregaten zijn samen goed voor 6 MVA en de uitstoot voldoet aan de wettelijke voorschriften. Het nieuwe gebouw is verbonden met het bestaande onderstation via een gang waarin de automatische sturings- en controleborden werden opgesteld. Akoestische deuren van de generatorruimte en de geluidsgedempte ventilatie zorgen ervoor dat het door de aggregaten geproduceerde geluid niet doordringt tot het bemande onderstation. De vermogentransformator en het oliemagazijn zijn ondergebracht onder een afdak aan de zijgevel van het hoofdgebouw De brandstofreservoirs op hun beurt staan buiten in een betonnen opvangkuip. In een pomplokaal zijn de pompen voorzien die voor het brandstoftransport zorgen, hier wordt ook de nieuwe brandstof bijgetankt. De centrale werd zo opgevat dat ze wanneer nodig volledig automatisch en zonder lokale bewaking noch aanwezigheid onderhoudspersoneel, in werking kan gesteld worden.

 Proef

De nieuwe centrale heeft vóór haar ingebruikname 1 jaar proefgedraaid. Er werden gedurende deze periode maandelijks nauwkeurig notities gemaakt van de vermogenafvlakking, de geleverde elektrische energie, het olie- en brandstofverbruik, onderhouds- en instandhoudingskosten... Men kwam tot de vaststelling dat het vooropgestelde doel duidelijk overeenstemt met de werkelijk gerealiseerde nettowinst.

  • Brandstof : per aggregaat een tank van 60 000 l.
  • Smeerolie (voor de dieselmotoren) : het olieverbruik wordt automatisch bijgevuld, gemeten en geregistreerd en olielekken worden automatisch gesignaleerd.
  • Ventilatie : 8 ventilatoren (2 per aggregaat) zorgen voor het afvoeren van de radiatorwarmte en het aanvoeren van de verbrandingslucht, met een maximum van 250 000 m³/h.
  • Capaciteit : 6MVA, 4x 1500 kVA.

Bron : Het Spoor, januari 1996