Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Buitenland > Locomotieven uit alle windstreken > S.N.C.F. CC 40100.

S.N.C.F. CC 40100.

mercredi 13 avril 2011, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

In 1964 werden er vier “vierspanningslocomotieven” gebouwd, genummerd CC 40.101 tot 40.104. De eerste hiervan werd op 31 mei 1964 in dienst genomen voor het traject Paris-Brussel met de nieuwe TEE-treinstellen.

VOORNAAMSTE KENMERKEN :

  • symbool, CC ;
  • spoor, 1,435 m ;
  • bouwers, Alsthom & A.C.E. van Jeumont, voor het elektrisch gedeelte, en Alsthom voor het mechanisch gedeelte ;
  • constant vermogen, 5.650 pk ;
  • maximumsnelheid, 160/240 km/u ;
  • bedrijfsklaar gewicht, 104 ton ;
  • belasting per as, 17,300 ton ;
  • middellijn der wielen, 1,100 m ;
  • totale lengte, 22,030 m ;
  • breedte kast, 2,820 m ;
  • hoogte dak, 3,615 m ;
  • hoogte neergelaten stroomafnemers, 4,215 m.

De “vierspanningslocomotieven” CC 40100.

De “vierspanningslocomotieven” van de reeks CC 40100 zijn opgevat om op volle kracht (3.670 kW) te rijden onder de vier voornaamste spanningsstelsels die in Europa worden gebruikt. Zij worden gevormd door een enkele kast die rust op twee draaistellen met elk twee drijfassen, terwijl elk draaistel slechts een tractiemotor omvat die de drie assen aandrijft door tussenkomst van een tandwielenstel. Die locomotieven zijn voorzien van twee overbrengingen : de eerste maakt het mogelijk een snelheid te bereiken van 160 km/u, met de tweede kunnen hogere snelheden worden bereikt. De stroom wordt opgevangen door middel van vier stroomafnemers die gebruikt worden naargelang van de aard der spanning ; voor de wisselstroom worden de motoren gevoed door tussenkomst van een eenfazige transformator en van siliciumgelijkrichters. Die locomotieven, welke iets meer dan 100 ton wegen, slepen de “Trans-Europ-Expressen” van de lijn Paris - Brussel - Amsterdam en verbinden Paris met Brussei in 2 u 30, tegen een commercieel gemiddelde van meer dan 120 km/u, en Paris met Amsterdam in 5 u 19. Hun uiterlijk is zeer karakteristiek vooral ter wille van hun naar binnen hellende voorruit en hun voor de in het buitenland rijdende locomotieven voorgeschreven koplamp.


Bron : Het Spoor, januari 1965