Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Infrastructuur > Overweg > Verkerstekens aan de overwegen

Verkerstekens aan de overwegen

L. Verberckt, eerste ingenieur.

jeudi 10 janvier 2008, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Tot nog toe waren de berijdbare overwegen in twee categorieën ingedeeld ; tot de eerste behoorden de overwegen die voorzien waren van slagbomen welke door een barreelwachter bediend werden ; al de andere overwegen waren in de tweede categorie ondergebracht. Het Ministerie van Verkeerswezen heeft zo pas besloten de bepalingen dienaangaande te verbeteren door de overwegen voortaan volgens de aard van hun verkeerstekens te klasseren.

Die reglementering is het voorwerp van een nieuw koninklijk besluit dat op 31-12-65 werd uitgevaardigd (Staatsblad van 15-1-1966).

 Klassering van de overwegen - Aanbrenging van verkeerstekens.

De overwegen worden van nu af ingedeeld in vier categorieën, en hun beveiliging wordt verzekerd door verkeerstekens die aan de overwegen zelf en op afstand worden geplaatst. Het basisteken dat men tegenkomt in de onmiddellijke nabijheid van elke overweg, ongeacht de categorie waartoe deze behoort, is het St.-Andrieskruis. Het wordt op een staander geplaatst en het laagste punt ervan bevindt zich op ten minste 1,50 m boven de grond.

a) Aan de overweg.

De signalisatie aan de overweg voor de vier categorieën wordt hierna samengevat :

4e cat. (fig. 1) : O.W. van zeer weinig belang, die alleen door St.-Andrieskruisen wordt gesignaleerd. Indien de overweg op een voetpad is aangelegd, is het St.-Andrieskruis kleiner en aangebracht op een rechthoekige of vierkante plaat ;

3e cat. (fig. 2) : O.W. uitgerust met :

  • St.-Andrieskruisen ;
  • twee op een horizontale lijn geplaatste rode lichten die beurtelings flikkeren, eventueel aangevuld met een maanwit flikkerlicht dat werkt tijdens de duur dat de rode lichten gedoofd blijven ;

2e cat. (fig. 3) : O.W. uitgerust met :

  • St.-Andrieskruisen ;
  • twee rode lichten die beurtelings flikkeren zoals aan de O.W. van de derde categorie ;
  • één maanwit flikkerlicht dat werkt tijdens de duur dat de rode lichten gedoofd blijven ;
  • gedeeltelijke slagbomen die, zigzagsgewijs, aan weerszijden van de spoorlijn geplaatst zijn, aan de rechterzijde voor de weggebruikers ;

1e cat (fig. 4) : O.W. uitgerust met :

  • St.-Andrieskruisen ;
  • slagbomen die over de volle breedte van de openbare weg reiken ;
  • eventueel, flikkerlichten.

Wanneer de O.W. 4 gedeeltelijke slagbomen heeft, worden eerst de 2 slagbomen gesloten die rechts van de weg opgesteld staan.

Nota : de overwegen van 3e, 2e en 1e categorie mogen worden aangevuld met een geluidssein.

b) Op afstand.

De verkeerstekens op afstand worden weergegeven op de fig. 1, 2, 3 en 4. Hierna volgt een bondige beschrijving ervan :

  1. Het voornaamste wegsein op afstand geplaatst aan de overwegen die uitgerust zijn met slagbomen, dit zijn de O.W. van 1e en 2e categorie, is de driehoek waarop een slagboom is afgebeeld (nr 4 van het verkeersreglement).
    Dit is het eerste teken dat de weggebruiker ontmoet wanneer hij zich in de richting van de O.W. begeeft ;
  2. Het voornaamste wegsein op afstand geplaatst aan de O.W. die niet voorzien zijn van slagbomen, dit zijn de O.W. van 3e en 4e categorie, is de driehoek waarop een locomotief is afgebeeld (nr 5 van het verkeersreglement).
    De overwegen van 4e categorie aangelegd op voetpaden, zijn niet voorzien van wegseinen op afstand ;
  3. Buiten de bebouwde kommen worden aan de O.W. van 4e,3e en 2e categorie drie bakenpalen geplaatst met respectievelijk 1, 2 of 3 rode strepen op witte achtergrond (de O.W. van 1e categorie hebben nooit bakenpalen).
    Op de bakenpaal met 3 strepen wordt de driehoek (teken nr 4 of 5) bevestigd ;
  4. In de bebouwde kommen mag de driehoek (teken nr 4 of 5) op een afstand van 90 tot 200 m van de eerste spoorstaaf geplaatst worden.
    Indien, ter wille van de plaatsgesteldheid, dit afstandsteken op minder dan 90 m van de eerste spoorstaaf geplaatst moet worden, dan wordt het aangevuld met een rechthoekig bord waarop in witte cijfers op blauwe achtergrond aangegeven is op welke afstand de overweg zich bevindt.

De klassering en de signalisatie van de overwegen zal in het nieuwe verkeersreglement worden opgenomen.

 Verhoging van de veiligheidsmaatregelen.

In vergelijking met de vroegere verkeerstekens bieden de recente vormen heel wat nieuwigheden die ertoe bijdragen de aandacht van de weggebruikers nog meer gaande te maken, zelfs bij druk verkeer :

  • algemene invoering van de twee rode lichten die beurtelings flikkeren ;
  • St.-Andrieskruis dat ’s nachts de lichtbundel van de lampen der wegvoertuigen opvangt en dat voorzien is van een bekleding die het licht weerkaatst.

In werkelijkheid wordt deze maatregel reeds sinds enkele jaren toegepast in de nieuwe installaties.

 Bijkomende veiligheidsinrichtingen.

Onafhankelijk van de verplichte veiligheidsmaatregelen, schrijft het K.B. andere bijkomende en facultatieve veiligheidsinrichtingen voor, o.m. :

  • het plaatsen aan de overwegen van 1e categorie van twee rode lichten die beurtelings flikkeren ; deze rode flikkerlichten zijn verplicht indien de O.W. uitgerust is met vier gedeeltelijke slagbomen ;
  • het plaatsen aan de O.W. van 1e en 3e categorie van een maanwit flikkerlicht (in 2e categorie is dit verplicht). In alle gevallen duidt dit signaal op volmaakte wijze aan dat de overweg vrij is ;
  • het gebruik van produkten die de volledige of gedeeltelijke slagbomen lichtgevend maken.

De bestaande overwegsignalisaties die niet beantwoorden aan de voorschriften van het nieuwe K.B., blijven geldig gedurende een termijn van twee tot vijf jaar.

 Verkeer op de overwegen.

Zoals het reeds vroeger was voorgeschreven, is het elke gebruiker van de openbare weg verboden een overweg op te gaan of te berijden :

  1. wanneer de rode lichten flikkeren ;
  2. wanneer de slagbomen in beweging of gesloten zijn ;
  3. wanneer het geluidssein werkt ;
  4. wanneer een spoorrijtuig de overweg nadert.

Een dringende oproep wordt gericht tot de weggebruikers om de reglementaire voorschriften betreffende het overschrijden van de overwegen stipt na te leven.


Bron : Het Spoor, april 1966