Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Rollend materieel > Wagens > Onder het stelsel van de geleide temperatuur (III)

Onder het stelsel van de geleide temperatuur (III)

C. Lokker.

mercredi 25 février 2009, par rixke

 Enkele verwezenlijkingen wat de constructie van gespecialiseerde wagens betreft

De isolatie

In ons eerste artikel hebben wij de verschillende typen van materieel omschreven die voor de trafiek onder geleide temperatuur gebruikt worden. Ze hebben alle één punt gemeen : de geïsoleerde kast. De isolatie wordt bekomen door een poreuze stof te plaatsen tussen de binnen- en buitenwanden van de wagen. In het begin gebruikte men uitgezette kurk. Thans neemt men zijn toevlucht tot glaswol en tot stoffen op basis van synthetische hars, die het voordeel bieden hun isolerend effect te behouden zonder vochtigheid op te slorpen. Voor de moderne wagens wordt de kwaliteit van de isolatie, bijgevolg, niet meer geschat in functie van de dikte der isolatie, doch wel op grond van de kwaliteiten van het gebezigde materiaal.

Het effect van de isolatie wordt bepaald met een coëfficiënt, coëfficiënt K genaamd. Deze coëfficiënt K is gelijk aan de hoeveelheid warmte (uitgedrukt in calorieën) die, in één uur, door 1 m2 van de wand kan dringen voor een temperatuurverschil van 1° C tussen de binnen- en de buitenlucht.

Dit gezegd zijnde, kunnen wij gemakkelijk begrijpen dat K schommelt tussen 0 en 1. 0 = perfecte isolatie ; 1 = totaal gebrek aan isolatie.

Vandaar dan de classificatie der wagens in drie categorieën naargelang van hun graad van isolatie :

Krachtige isolatie : K < 0,3

Gemiddelde isolatie : 0,3 < K < 0,6

Zwakke isolatie : K > 0,6

 De verluchting

De koelwagens kunnen ook nog omschreven worden volgens het type van de verluchting die gebruikt wordt om de temperatuurwisseling tussen het ijs en de goederen tot stand te brengen. Er bestaan drie verluchtingssystemen : het natuurlijke systeem, het systeem met windaandrijving en het elektrische systeem.

De natuurlijke verluchting

Men weet dat de warme lucht « stijgt » en dat de koude lucht « daalt ». De kringloop zal dus natuurlijkerwijs als volgt verlopen : de door de lading verwarmde lucht stijgt, ze koelt af wanneer ze in aanraking komt met het ijs, vloeit af onder de lading en de kringloop kan herbeginnen.
De verluchting met windaandrijving

Ventilatoren, die aangedreven worden door op het dak geplaatste wieltjes, versnellen de hierboven beschreven kringloop en verdelen de luchtstroom op een meer eenvormige wijze in de massa der lading.

De elektrische verluchting

Een generator die, tijdens de rit, zijn energie ontwikkeld door aandrijving langs de as, voedt elektrische ventilators die boven op de wandschermen geplaatst zijn. Deze ventilators zuigen de warme lucht op langs de roosters naar de ijsbakken en stuwen de koude lucht van boven naar onderen dwars door de lading.

Tijdens de stilstand kan de elektrische installatie gevoed worden door de stroom van het plaatselijk net. Daardoor is het mogelijk de lading reeds voor het vertrek af te koelen.

 In de Verenigde Staten

De gemiddelde kenmerken van de koelwagens der Amerikaanse maatschappijen zijn :

Tarra : 27,5 tot 35 t ;

Nuttige last : 33 tot 66 t ;

Nuttig oppervlak : 25,5 tot 36,2 m2 ;

Nuttige omvang : 50 tot 70 m³ ;

Inhoud van de ijsbakken : 5,4 tot 7,9 m³ hetzij 4 5 tot 6 t ijs ;

Isolatiecoëfficiënt : K = 0,637.

Het systeem met windaandrijving wordt trapsgewijs vervangen door de elektrische verluchting.

De nuttige kenmerken van de machinekoelwagens benaderen zeer dicht die welke hierboven vermeld zijn, behalve wat de isolatie betreft die beter verzorgd werd : K = 0,425.

Over ’t algemeen hebben de Verenigde Staten, in dit gespecialiseerd gebied waarin zij de rol van promotor gespeeld hebben, niets meer te leren aan de Europeanen die thans veel beter doen.

 In West-Europa

De parken zijn nog grotendeels samengesteld uit wagens van oude opvatting. Maar een grote vooruitgang werd geboekt dank zij twee gestandaardiseerde typen van koelwagens (type I, gemiddelde isolatie, en type II, sterke isolatie) omschreven door het Bureau voor Opzoekingen en Proefnemingen (ORE) dat werkt in het kader van de Internationale Spoorwegunie (UIC).

We zullen hier alleen maar een beschrijving geven van het type I met gemiddelde isolatie, waarvan thans een grote reeks gebouwd wordt door Interfrigo en de meeste spoorwegen.

Wagen UIC-ORE type I met gemiddelde isolatie

De hoofdkenmerken van dit materieel zijn :

Tarra : 16,5 t ;

Nuttige last : 19,5 t ;

Nuttig oppervlak : 22 m2 ;

Nuttige omvang : 44 m³ (46 m³ wanneer de stangen met haken weggenomen zijn) ;

Isolatiecoëfficiënt : K = 0,4 ;

Inhoud van de ijsbakken : 6,4 m³ hetzij 3,5 tot 4 t ijs.

« Interfrigo »-wagen gebouwd met « sandwich »-panelen.

Een nieuwe opvatting van de kast en het gebruik van prima isolatiemateriaal geven aan deze wagen een isolatie die de sterke isolatie benadert en hem geschikt maakt voor vervoer op lange afstanden zowel van bevroren waren (koolzuurijs) als van verse produkten (gewoon ijs).

De kast bestaat uit twee volledig metalen omhulsels die op afstand van elkaar gehouden en tevens met elkaar verbonden worden door kleine dwarsstukken in schilferig hout dat de warmte zeer slecht geleidt. De deur, die uit een enkele vleugel bestaat en volledig luchtdicht is, werd volgens dezelfde opvatting verwezenlijkt. De isolatie tussen de twee omhulsels werd uitgevoerd, voor de vloer, met behulp van een laag onazote van 120 mm dikte en, voor de wanden, met behulp van panelen van 120 mm dikte bestaande uit glaswol gevat tussen bladen aluminium.

De laadluiken van het ijs staan schuins zodat het ijs zowel mechanisch als met de hand kan aangebracht worden.

Het laadoppervlak is bedekt met stevige verwijderbare metalen roosters. De stangen voor het vlees, opgesteld op 1,90 m hoogte boven de vloer, tellen 256 haken.

De verluchting wordt verzorgd door een elektrische installatie bestaande uit vier elektrische ventilators (twee op elk wandscherm) die gevoed worden ofwel door de stroom van de sector bij een oponthoud in een station, ofwel door een generator die zijn energie ontwikkelt door het wentelen van de assen tijdens de rit.

De nieuwe vooruitgang kan dit materieel nog voordelig beïnvloeden. Interfrigo neemt thans proeven betreffende het gedrag van de wagenkasten gebouwd met « sandwich-panelen ». De elementen ervan bestaan uit een paneel van stijf isolatiemateriaal (Klégecel) gevat tussen twee wanden in gegalvaniseerde plaat. De elementen worden door lassing gemonteerd. Deze constructie biedt volgende voordelen :

  • Geen metalen geraamte meer voor de kast en vermindering van de tarra ;
  • Volstrekte dichtheid en isolatie met behulp van dunnere wanden (90 mm in plaats van 120 mm) ;
  • Lagere uitgaven voor aankoop en onderhoud.

Interfrigo heeft, overigens, bij wijze van proef, twee wagens uitgerust met een elektrische verwarmingsinstallatie die haar energie opwekt door de wenteling der assen.

 In de U.S.S.R.

Machinekoeltreinen van 23 voertuigen

Wegens de organisatie van de sovjeteconomie en de omvang van de binnenlandse markt, was het nodig meer en meer machinekoeltreinen in te leggen.

De trein met 23 voertuigen omvat een wagen met een dieselelektrische installatie, een wagen die koude voortbrengt, een wagen voor het begeleidend personeel en twintig wagens bestemd voor de lading, die een laadvermogen van 600 t en 1.300 m³ bieden.

Dit materieel is opgevat voor volgende transporten :

  • Bevroren produkten op een temperatuur van - 10° C bij een buitentemperatuur van + 30° C ;
  • Vooraf afgekoelde produkten op een temperatuur van + 2° C bij een buitentemperatuur van + 30° C ;
  • Niet vooraf afgekoelde produkten die, na vier dagen, moeten afgekoeld worden van + 25° C tot + 4° C bij een buitentemperatuur van + 30° C ;
  • Produkten ’s winters vervoerd tegen een minimumtemperatuur van + 6° C bij een buitentemperatuur van — 40° C.

De diesel-elektrische installatie met een totaal vermogen van 150 kW, bestaat uit twee hoofdmotoren die de drijfkracht leveren en een hulpmotor die de batterijen moet voeden. De voortgebrachte stroom voedt de wagen die de koude voortbrengt en de elektrische verwarming van de trein. De gehele installatie werkt gemiddeld maar gedurende 35 % van de rit. De wagen is uitgerust met drie ketels, geplaatst in de wagenhoeken, met een inhoud van 5.700 liter. In het onderste deel van de wagen zijn er vier ketels met een inhoud van 2,050 liter. Twee ketels van 300 liter bezetten het bovenste deel. Daar een hiervan bestemd is voor de smeerolie, kan de wagen in totaal 8.050 liter brandstof ontvangen. Deze voorraden geven aan de samenstelling een bewegingsvrijheid van 160 uur. Een gecentraliseerd bedienings- en controlebord maakt het mogelijk door afstandsbediening aan elke wagen een geschikt warmteregime te geven.

De wagen die de koude voortbrengt is uitgerust met twee ammoniak-compressoren bediend door elektromotoren en pompen waarmee de zoutoplossing gestuwd wordt door de leidingen die de wagens voeden.

De wagen bestemd voor het begeleidend personeel is zodanig opgevat dat hij gedurende de reis het vereiste comfort biedt aan zeven personen (keuken, slaapafdeling, bibliotheek).

In de wagens bestemd voor de lading, monden de leidingen van de zoutoplossing uit in de kopwanden om de geïsoleerde hoofdleiding te vervoegen die vastgehecht is aan het plafond. De hoofdleiding voedt vier batterijen van buisspiralen die twee aan twee in reeks opgesteld zijn. De omloop van de zoutoplossing in die buisspiralen wordt geregeld met magnetische kleppen die op afstand bediend worden vanaf het bord opgesteld in de dieselelektrische wagen. De temperatuur in de ladingsruimte wordt gelijkmatig gehouden door elektrische ventilators. Goten vangen het neerslagwater op en voeren het af, aldus de lading beschermend. Wanneer de goederen moeten vervoerd worden onder het stelsel van de verluchting (wat o.a. het geval is met de zuidvruchten) doet een tweede verluchtingsstelsel een luchtstroom ontstaan met de buitenlucht. De vloer is voorzien van verwijderbare, gegalvaniseerde metalen roosters. De isolatie werd uitgevoerd met behulp van « Mipora » -platen.

Detail van een Bulgaarse koeltrein, gelijkaardig aan de Russische samenstellingen.

Kleinere samenstellingen

De Russische spoorwegen gebruiken ook kleinere samenstellingen die in de gewone treinen kunnen ingelast worden. Deze samenstellingen omvatten van vijf tot twaalf wagens die uitgerust zijn met een half automatische installatie waarmee temperaturen van - 12° C kunnen bekomen worden bij een omringende temperatuur van + 35° C.

De wagens kunnen eventueel van de stellen gescheiden worden en beschikken over een zelfstandige elektrische installatie waarmee de goederen vóór het vertrek vooraf afgekoeld kunnen worden. De structuur van deze samenstellingen maakt hen zeer soepel wat de exploitatie betreft.

De isolatiecoëfficiënt K van de trein van 23 wagens bedraagt 0,32. Hij is nog gunstiger voor de kleine samenstellingen.

Koelwagens

De Russische spoorwegen beschikken, bovendien, over een omvangrijk park van koelwagens.

De nuttige omvang van elke wagen bedraagt 70 m³ ; de ijsbakken hebben, naargelang ze aan de kopwanden geplaatst zijn of in het dak ingewerkt werden, een inhoud van 6,4 t of van 5 t.

De 3/4 van het effectief hebben ijsbakken aan de kopwanden, maar voor de nieuwe constructies werden alleen in het dak ingewerkte bakken voorzien.


Bron : Het Spoor, september 1961