Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Rollend materieel > Rijtuigen > De opschriften op de rijtuigen van de N.M.B.S. (II)

De opschriften op de rijtuigen van de N.M.B.S. (II)

P. Frenay, eerste ingenieur.

jeudi 16 avril 2009, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

Opschriften die op de rijtuigen voorkomen

Die opschriften zijn talrijk en bevinden zich zo wat overat op het rijtuig. Veeleer dan ze te rangschikken volgens hun plaatsing op het rijtuig, hebben wij getracht ze te groeperen volgens hun betekenis. Wij hebben ze voorgesteld op twee schema’s waarvan het ene overeenstemt met een rijtuig I en het andere met een rijtuig M.

Opschriften die van belang zijn voor de reiziger.

De platen (1) die de bestemming van het rijtuig aangeven en de platen (2) met de nummering [1] hangen in haken. De nummerplaatjes komen alleen voor in internationaal verkeer en worden o.a. gebruikt voor het situeren van de besproken plaatsen.

De klas wordt aangeduid door nummers (3) die op de kast geschilderd zijn, terwijl de afdelingen 1e klas aangeduid worden door een gele band onder de dakgoot.

In binnenverkeer, ten slotte, kenmerkt een op de kast geschilderd opschrift de afdelingen « niet-rokers » (4).

Identificatie.

Het rijtuig wordt geïdentificeerd door zijn nummer (5) dat overeenstemt met een code (zie ons vorig nummer). De eigendom is aangeduid, voor de rijtuigen I door een (6) geschilderd op de langswand en het opschrift België (7), voor de rijtuigen in binnenverkeer door een (6) geschilderd op de kop wand. Het depotstation en het nummer van het stel zijn aangeduid in (8).

Constructie.

Een plaat (9) vermeldt de naam van de constructeur (rijtuig I). De datum waarop de garantie vervalt, is aangeduid in (10).

Verkeer.

De rijtuigen I dragen in (11) het merkteken RIC met de aanduiding van de netten waarop ze mogen rijden, De rijtuigen in binnenverkeer dragen geen enkele aanduiding behoudens eventueel die van het buitenlands parcours waarop ze mogen rijden, na speciaal akkoord (11).

Algemene kenmerken.

De tarra is aangeduid in (12). De tonnemaat evenals het aantal plaatsen, inlichtingen die van essentieel belang zijn voor de exploitatie, komen voor in (13).

Rem.

Men vermeldt het type van de rem (14), liet remgewicht (15) en de standen van het handvat der afzonderingskraan van de automatische rem (16). De letter (17) betekent dat het rijtuig voorzien is van een rem met hoge druk. Een kleine witte verticale band duidt, bovendien, de plaats van de spuiklep aan.

Rolorganen.

Alle rijtuigen dragen, op het freem van het draaistel, het nummer van de rolorganen (18) en, onderaan de kast, de afstand tussen de spillen der draaisteilen (19). De rijtuigen I dragen, bovendien, op het draaistel, het nummer van het draaistel (20) en de radstand van het draaistel (21).

Elektriciteit.

De stroomtypen die door de verwarming kunnen worden gebruikt, zijn aangeduid in de RIC-tabel (11). De datum voor de vervanging van de accubatterijen is vermeld in (22) ; op de accukasten staan het aantal elementen waaruit de batterij is samengesteld en haar stroomsterkte (23). Het teken (24) is geschilderd op de rustdoos van de aankoppelingskabels van de elektrische verwarming.

De rijtuigen met radio-uitrusting dragen het teken in de nabijheid van de RIC-tabel.

Onderhoud.

De tabel (25) vermeldt al de inlichtingen betreffende de data der laatste onderhoudswerken en de plaatsen waar ze werden uitgevoerd. De werken worden aangeduid door de volgende afkortingen :

RE-IS = « instaatstelling » ;

Rl - TH = tussentijdse herstelling ;

GR = grote revisie ;

REV = revisie.

In de onderhoudstabel (zie schema hieronder) vindt men :

(1) de datum van de laatste REV en de kenletters van de werkplaats ;
(2)de datum van de aanstaande periodieke doortocht in de werkplaats ;
(3) de datum van de laatste IS en de kenletters van de werkplaats ;
(4) de datum van de laatste TH en de kenletters van de werkplaats ;
(5)de datum van de laatste GR en de kenletters van de werkplaats ;
(6) de datum en de kenletters van de werkplaats die de toevallige lichting uitvoerde ;
(7) de periodiciteit van de periodieke smering in een station ;
(8)de datum van de laatste periodieke smering in een station ;
(9) de periodiciteit van de smering langs het smeerpotje ;
(10) het uitvoeringsmerk van de Iaatste smering langs het smeerpotje ;
(11)de kenletters van de onderhoudspost die belast is met de smering in het station ;
(12) het soort van onderhoud, bepaald door het gemiddelde aantal dagelijkse kilometers van het rijtuig.

De datum van de laatste volledige schildering is aangeduid op de kopwand in (26).


Bron : Het Spoor, october 1963


[1De nummers van deze platen hebben niets te maken met de identificatienummers der voertuigen ; ze worden vastgesteld tijdens een internationale vergadering en geven de rangschikking op van de voertuigen in de internationale treinen.