Rixke Rail’s Archives

Accueil > Het Spoor > Buitenland > Locomotieven uit alle windstreken > Nederlandse Spoorwegen. Reeks 1500.

Nederlandse Spoorwegen. Reeks 1500.

lundi 26 décembre 2011, par rixke

Toutes les versions de cet article : [français] [Nederlands]

In 1954 bouwden de British Railways zeven zeer krachtige locomotieven voor het trekken van de zware goederen- en reizigerstreinen op de lijn Manchester - Sheffield - Wath, uitgerust met 1 500 V gelijkstroom. Ze kregen de nummers 27000 tot 27006, vormden de klasse EM2 en droegen respectievelijk de volgende namen : Electra, Ariadne, Aurora, Diana, Juno, Minerva en Pandora. De draaistellen, van gelast staal, zijn voorzien van rollagerdraagpotten. De ophanging van het draaistelframe is uitgevoerd door middel van schroefveren ; de ophanging van de wiegbalk, door dwarslopende bladveren. De motoren zijn met de neus opgehangen. Opvallend is de beperkte breedte van de cabines ten opzichte van de rest van de kast, wat het gedrongen uitzicht, te wijten aan het Britse omgrenzingsprofiel, doet uitkomen. Die machines zien er zeer sober uit, wat aanvankelijk nog meer opviel toen hun livrei volledig zwart was. Achteraf werden ze donkergroen geschilderd, met zwarte en oranje biesjes, in de stijl van de “stomers”. In 1967 kregen zes ervan de nieuwe blauwe “livrei” van de British Rail.

De EM2’s werden nonactief vanaf 1968 wegens de vermindering van het kolenvervoer op de lijn Manchester - Sheffield. Daar ze niet konden worden gebruikt op de andere lijnen van de B.R., uitgerust met eenfasestroom 25 000 V 50 Hz en, anderzijds, hun uitstekende staat geen vroegtijdige buitendienststelling rechtvaardigde, werden ze op een zijspoor geplaatst te Bury, bij Manchester, in afwachting dat ervoor een koper gevonden werd. De NS., die dringend behoefte hadden aan locomotieven om hun programma “Spoorslag 70” [1] uit te voeren, stelden er belang in. Onze Noorderburen kochten ze aan aan 60 000 gulden per eenheid, vermeerderd met 15 000 gulden voor allerhande taksen. Wanneer men daaraan nog 75 000 gulden toevoegt per locomotief voor algemene herstelling en 150 000 gulden voor verbouwingswerken, kost elke machine uiteindelijk 300 000 gulden terwijl men voor een nieuwe locomotief ongeveer een miljoen gulden zou hebben neergeteld [2]. Einde september en begin oktober 1969 werden de zeven locomotieven ingescheept te Harwich met bestemming naar Zeebrugge, vanwaar ze via Tilburg naar Roosendaal werden verzonden. De eerst ontscheepte locomotief, nr 27002, begon een reeks proeven op 7 oktober. Zes machines werden getransformeerd in de hoofdwerkplaatsen van de N.S. te Tilburg. Ze vormen nu de reeks 1500 (n° 1501 tot 1506), terwijl de zevende eenheid reservedelen zal leveren. De eerste getransformeerde eenheid, de 1501, ex-27003, werd, in mei 1970, in dienst gesteld op de lijn Rotterdam - Venlo. Tot de transformatiewerken behoren de vervanging van de stoomketel voor de verwarming van de treinen door een elektrische verwarmingsinstallatie, de vervanging van de vacuümrem door een luchtdrukrem, het aanbrengen van een krachtiger compressor en van een antiglijdinrichting, het verplaatsen van links naar rechts van de bestuurderscabines en het wijzigen van de aandrijfstanden van de motoren om een grotere trekkracht bij hoge snelheid te bekomen. De uitwendige veranderingen betreffen het monteren van nieuwe koplichten, het verplaatsen van de waarschuwingshoorns, het vervangen van de klassieke stroomafnemers door eenbenige Faiveleypantografen, het afschaffen van de verbindingsleidingen van de vacuümrem, het monteren van zandstrooiers met een grotere capaciteit en van verbindingen voor de elektrische verwarming, het aanbrengen van waterdichte kussentjes rond de spiegelruiten en, ten slotte, de nieuwe “livrei” in anthracietgrijze en gele kleuren [3].

Het is niet de eerste maal dat er Britse elektrische locomotieven op het Nederlandse net rijden ; van 1947 tot 1952 werd de prototypelocomotief nr 6000 van de LNER [4] in bruikleen afgestaan aan de N.S. Deze BoBo, de latere 26000 “Tommy”, klasse EM1 van de British Railways, nu klasse 76, was de eerste elektrische locomotief die in Nederland reed.

De 1501 tijdens de proefnemingen, gekoppeld aan een locomotief van de reeks 1100. Dordrecht, 3 mei 1970. Men bemerkt het verschil in breedte tussen de twee machines.
Foto J.C. de Jong - Op de Rails.

VOORNAAMSTE KENMERKEN.

  • Symbool : CoCo ;
  • spoorbreedte : 1,435 m ;
  • bouwers, elektrisch gedeelte : Metropolitan-Vickers ;
  • mechanisch gedeelte : werkplaatsen van Gorton (British Railways, Eastern Region) ;
  • spanning : 1 500 V gelijkstroom ;
  • uurvermogen : 4 660 pk (3 430 kW) ;
  • max. snelheid : 144 km/u. ;
  • gewicht in rijvaardige staat : 104,145 t (vóór transformatie : 100,363 t) ;
  • maximale belasting per as : 17,630 t ;
  • middell. wielen : 1,092 m ;
  • tot. lengte : 17,983 m ;
  • breedte kast : 2,692 m ;
  • breedte cabines : 2,530 m ;
  • hoogte dak : 3,575 m ;
  • hoogte lichtkap : 3,838 m ;
  • hoogte neergel. stroomafnemers : 4,200 m (vóór transformaties : 3,962 m).


Bron : Het Spoor, maart 1971


[1Aanzienlijke verhoging van het aantal reizigerstreinen tussen de voornaamste steden.

[2Een gulden = 14,50 fr.

[3De andere elektrische locomotieven van de N.S. zijn koningsblauw geschilderd.

[4London & North Eastern Bailway.