Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > 150 jaar spoorwegen > De uitbouw van het belgisch spoorwegnet na 1835
De uitbouw van het belgisch spoorwegnet na 1835
K. Destoop.
maandag 16 april 2012, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
De overname door de staat
In 1873 had de Staat de concessie van La Grande Compagnie du Luxembourg om politieke redenen overgenomen. Een overname van de andere netten drong zich om economische redenen evenwel ook op. Tengevolge van de grote verscheidenheid van netten was er geen eenvormig tariefsysteem. Vooral het goederenvervoer ondervond daarvan de nadelen, vermits het, wegens het veelvuldig overschakelen van net, geen aanspraak kon maken op een tariefvermindering. In 1870 was het aantal concessies zo groot, dat de Staat op een totaal van 3 136 kilometer nog slechts 869 kilometer exploiteerde. Vermits deze toestand onhoudbaar was, ging de Staat geleidelijk over tot de overname van de geconcessioneerde lijnen. Dat proces werd mede bespoedigd door het feit dat de meeste concessies het recht van overname door de Staat na het twintigste jaar inhielden.
In 1870 nam de Staat de exploitatie over van 601 kilometer spoor. In 1873 was er de grote Luxemburglijn en tussen 1876 en 1882 nam de Staat nog eens 440 kilometer over. Daarna was het een periode stil, maar vanaf 1896 hernamen de overnamen in versneld tempo. Voor WO I had de Staat reeds alle geconcessioneerde lijnen overgenomen met uitzondering van de Nord Belge, de lijnen Mechelen - Terneuzen en Gent - Terneuzen en die van Chimay en exploiteerde toen 4 786 kilometer, terwijl de maatschappijen nog slechts 275 kilometer voor hun rekening namen.
Na de oprichting van de NMBS in 1926, een compromis tussen een staats- en privé-exploitatie, werd de ovemamepolitiek voor rekening van de Staat verdergezet en werd het gehele net uiteindelijk door de NMBS uitgebaat.
Bron: Het Spoor, mei 1985
Rixke Rail’s Archives
