Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > Onze elektrische locomotieven
Onze elektrische locomotieven
Phil Dambly.
maandag 11 november 2013, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
De geschiedenis van de elektrische locomotieven in België loopt terug tot 1943, het jaar waarin men de studie begon van twintig BB 101. Deze locomotieven, die geleverd werden van 1949 af, werden geïnspireerd door de Franse vooroorlogse verwezenlijkingen. Onder de bezetting, konden onze ingenieurs inderdaad geen nauwkeurige inlichtingen bekomen over wat in het buitenland werd bestudeerd, en de verrichtingen van de laatste Franse BB’s beantwoordden op dat tijstip aan de Belgische vereisten. De 101 hebben hun dienst vervuld zonder inzinking en hun stevigheid is spreekwoordelijk geworden. Het zijn gemengde machines, van het korte type, met gekoppelde draaistellen. Deze locomotieven waren, in het begin, bestemd voor het slepen van goederentreinen, tussen Monceau en Antwerpen-Noord, van omnibus- en semi-directe treinen en tevens om de stoomtreinen door de Verbinding te duwen.
Orn de snelle reizigerstreinen te slepen, waren een groter vermogen en snelheid vereist. In 1946, bestelde de N.M.B.S. samen met de BB 101, twee groepen van drie prototypen: de BB 120 en 121 waarvan de uitslagen als grondslag zouden dienen voor de toekomstige uitbreidingen van het park. In de twee typen werd de stabiliteit verbeterd door de grotere afstand tussen de draaistellen, waardoor de kast moest verlengd worden en een ruimere plaats voorzien voor de schakel- en verdeeltoestellen.
Als gevolg van de elektrificatie van de lijnen naar Oostende en Luik, werden, in 1952, 50 gemengde loco’s voor grote snelheid van het type 122 aangekocht. Deze machines werden opgevat uitgaande van de typen 120 en 121. Men vindt er trouwens, verbeterd of vereenvoudigd, de elementen in terug die op deze laatste hun “sporen” verdienden.
In 1955 kwamen 83 BB’s 123 in dienst. Zij stemmen, in principe, op enkele punten na, volkomen overeen met de 122. Daar zij bestemd waren voor de lijn Brussel - Luxemburg, die lange hellingen van 16 mm per meter vertoont, werd hun gewicht verhoogd en werden zij uitgerust voor het elektrische remmen door terugvoeden.
De zuigspleten voor de lucht, die nodig is om de tractiemotoren en de aanzetweerstanden af te koelen, werden in de kast voorzien; bij de 122 zijn zij daarentegen in het dak aangebracht.
De BB’s 122 en 123 zijn merkwaardige machines, die de hoge, Belgische spoorwegtraditie waardig voortzetten!
Kenmerken van onze bb’s
| TYPE | 101 | 120 | 121 | 122 | 123 |
|---|---|---|---|---|---|
| Lengte over alles | 12,89 | 17,18 | 16,3 | 18 | 18 |
| Breedte v. kast (m) | 2,98 | 2,9 | 2,9 | 2,915 | 2,915 |
| Hoogte v. kast (m) | 3,73 | 3,73 | 3,75 | 3,755 | 3,755 |
| Hoogte met neergelaten stroomafnemers | 4,435 | 4,435 | 4,435 | 4,4 | 4,4 |
| Aantal motoren | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 |
| Ophanging van de motoren | langs de neus | iangs de neus | volledig op het freem v. h. draaistel | langs de neus | langs de neus |
| Vermogen in pk | 2.200 | 2.700 | 2.800 | 2.560 | 2.560 |
| Gewicht (kg) | 82.500 | 81.000 | 81.000 | 81.500 | 93.300 |
| Max. snelheid (km/h) | 100 | 125 | 130 | 125 | 125 |
Bron: Het Spoor, mei 1959
Rixke Rail’s Archives