Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > De spoorwijdte
De spoorwijdte
J. A.
maandag 6 januari 2014, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Wanneer op een rechte lijn van ons net de spoorwijdte tussen de koppen der twee spoorstaven gemeten wordt, vindt men als afmeting 1 m 435. Vanwaar komt dit zonderling getal? Een rond getal, bv. 1 m 500, zou toch beter te begrijpen zijn.
Ook de verkeersrichting van de treinen komt ons wellicht vreemd voor. Waarom rijden zij links, terwijl het wegverkeer rechts houdt?
Het antwoord op beide vragen ligt in hetzelfde historische feit: de eerste spoorwegen werden in Engeland gelegd omstreeks 1825. De destijds door George Stephenson bepaalde spoorwijdte is de omzetting in ons metriek stelsel van de Engelse norm, uitgedrukt in voeten en duimen. In Engeland rijdt men, bovendien, links zowel op de weg als op het spoor.
Lang vóór 1800 geschiedde het vervoer van kolen in Engeland met wagens die door paarden getrokken werden en die eerst op planken en daarna op planken bekleed met ijzeren platen rolden. Tussen de wielen was er een eenvormige breedte van 4 1/2 voet of 4 voet en 6 duim (in één voet gaan 12 duim). Toen de planken door sporen vervangen werden, behield men de breedte van 4 1/2 voet en voegde men er van weerszijden 1 duim bij voor de breedte van de wielkransen, die voor het leiden van de wielen onmisbaar waren, en 1/4 duim voor de nodige speling.
De spoorwijdte werd aldus: 4 voet 6 duim + 1 duim + 1 duim + 1/4 duim + 1/4 duim, hetzij 4 voet 8 1/2 duim. Gezien de Engelse voet 304,8 mm en de duim 304,8/12 = 25,4 mm bedraagt, werd de afmeting door omzetting in het metriek stelsel: 1 m 435.
Deze spoorwijdte bleef sedert 133 jaar ongewijzigd en thans is 63 % van al de netten ter wereld uitgerust met “normaal” spoor. Men treft dit spoor aan op de volgende netten: Algerië, Argentinië, Australië (Nieuw-Zuid-Wales), België, Bulgarije, Canada, China, Cuba, Denemarken, Duitsland (Democratische republiek en Bondsrepubliek), Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Holland, Hongarije, Iran, Italië, Joegoslavië, Korea, Marokko, Mexico, Noorwegen, Oostenrijk, Peru, Polen, Roemenië, Tsjechoslowakije, Turkije, Uruguay, Verenigde Arabische Republiek, Verenigde Staten, Zweden, Zwitserland.
In Rusland had de eerste spoorweg van Sint-Petersburg naar Tsarkoïeselo, gebouwd in 1838, een breedte van 1 m 829. In 1842 werd de spoorwijdte teruggebracht tot 1 m 524 en tot heden werd ze niet meer gewijzigd. Dit verschil van spoorwijdte was trouwens een der netelige problemen waarmee de Duitsers in juni 1941 bij hun inval in Rusland te kampen hadden. In Finland en in een gedeelte van Iran, Polen en Turkije bestaan er eveneens sporen waarvan de spoorwijdte 1 m 524 bedraagt.
In Spanje bedraagt de spoorwijdte 1 m 674, of 6 Castiliaanse voet. Hetzelfde geldt voor een gedeelte van Argentinië en voor Chili, Indië en Portugal.
Tenslotte stippen wij nog aan dat een groot aantal netten uitgerust zijn met “smalspoor” waarvan de spoorwijdte kleiner is dan de “normale” afmeting. Onder die smalsporen vinden wij meer dan twintig verschillende spoorwijdten gaande van 0,60 m tot 1,372 m. Wij vermelden alleen maar de lijnen van 0,6096 m, van 0,615 m en van 1,067 m in Belgisch Kongo en het meterspoor (1,000 m juist!) van de N.M.V.B. in België.
Bron: Het Spoor, november 1959
Rixke Rail’s Archives