Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > De “nichtjes” van onze 204
De “nichtjes” van onze 204
Phil Dambly.
maandag 21 april 2014, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
De Belgische toerist en spoorwegliefhebber die Noorwegen bezoekt, is aangenaam verrast als hij daar diesel-locomotieven tegenkomt die bijna volkomen overeenstemmen met onze CC van het type 202 en 204. Die mooie locomotieven worden in Zweden gebouwd door NOHAB.
- Lengte: 8,600 m.
- Breedte: 2,960 m.
- Hoogte (dak): 4,225 m.
Onze diesels hebben dezelfde afmetingen, behalve de lengte die 18,850 m bereikt aangezien de N.M.B.S. buffers langer zijn.
De Zweedse en de Belgische bouwer, die beiden vergunninghouders zijn van General Motors, hebben, in gemeen overleg met deze firma, een carrosserie getekend, geïnspireerd door die van de Amerikaanse “Road passengers”.
Al is de kast van de Zweedse machine merkbaar dezelfde als die van de Belgische locomotief, toch is er verschil in talrijke ondergeschikte details: koplampen, buffers, reservoirs, enz. Vergelijk maar even de hierbijgaande schema’s.
De voor Noorwegen bestemde CC’s wegen 98 ton en zijn uitgerust met een GM-motor van 1.900 pk, 16 cilinders in V-vorm. Gelijkaardige locomotieven, doch met een vermogen van 1.750 pk, werden door dezelfde firma voor Denemarken gebouwd.
Deze laatste, behorend tot het type My, reeks 1.100, hebben in de neus, een deur langswaar het onderling verkeer bij dubbele tractie mogelijk is. Zij zijn steenrood geverfd met crèmekleurige lijnen en kentekens. De Noorse locomotieven, type Di 3 genaamd, zijn geverfd in olijfgroene kleuren met gele kentekens.
Terwijl onze 204 rijden tegen 140 km/h, is de snelheid van de Noorse diesels tot 105 km/h beperkt. In dit zeer bergachtige land kunnen geen hogere prestaties verwezenlijkt worden.
Bron: Het Spoor, januari 1961
Rixke Rail’s Archives