Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > De eerste openbare spoorweg
De eerste openbare spoorweg
Phil Dambly.
vrijdag 23 januari 2009, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Op 27 september 1825, werd het eerste vervoer van reizigers per spoor ingewijd op de lijn van Stockton naar Darlington, in het graafschap Durham. Deze lijn van 39 km. lengte werd opgericht door Edward Pease, om de exploitatie van de kolenmijnen van Darlington en Bishop Auckland tot ontwikkeling te brengen. In 1817 vroeg hij de toelating om een spoorweg aan te leggen, die „met mensen en paarden, of op een andere wijze”, zou geëxploiteerd worden. Het contract werd aanvaard in 1821 en, een weinig later, op initiatief van George Stephenson, die met de aanleg van het spoor was belast, aangevuld met de toestemming om locomotieven te gebruiken. De eerste spoorstaaf werd gelegd in mei 1822 en de werken duurden drie jaar.
De lijn werd ingereden door een trein van 34 wagens, gesleept door de locomotief „Locomotion”, bestuurd door George Stephenson. Deze trein woog meer dan 90 ton en ongeveer 600 personen hadden plaatsgenomen in de kolen wagens en in het enige reizigersrijtuig. Een ruiter-vaandeldrager ging het konvooi vooraf.
De exploitatie van de lijn werd gezamenlijk verzekerd door paarden en locomotieven. In het begin konden de particulieren er gebruik van maken, ofwel met hun eigen wagens of paarden, ofwel door hun eigen wagens aan de regelmatige treinen te koppelen. Slechts van 1830 af, liepen er treinen, die uitsluitend voor reizigersvervoer ingelegd werden. De „Locomotion”, die het nummer 1 van de North Eastern Railway draagt, wordt in ritvaardige toestand bewaard in het station van Darlington. Na een ontploffing, werd zij in haar vroegere staat hersteld en bleef in dienst tot 1846. Haar vermogen bedroeg 10 pk. en haar gewicht met lading 6,5 ton. Haar snelheid was beperkt tot enkele mijlen per uur, wat voldoende was voor het vervoer van kolen.
Deze machine had vaak gebrek aan stoomdruk, waardoor onvoorziene stilstanden werden veroorzaakt. De machinisten maakten hiervan gebruik om op de glooiing langs het spoor te gaan zitten en hun pijpje te roken. Omstreeks 1827 stond de maatschappij, die in nood gebracht werd door het lage rendement en het hoge verbruik van de locomotieven, op het punt de stoomtractie te laten varen.
Bron: Het Spoor, september 1961
Rixke Rail’s Archives