Homepagina > Het Spoor > Maatschappij > De nmbs in 1984

De nmbs in 1984

maandag 20 juli 2015, door Rixke

 Herstructurering van de exploitatie

de reizigersdienst

Op 3 juni 1984 werd een herstructureringsplan ingevoerd dat op het vlak van dienstregelingen, beurtregelingen, spoorbezetting, inzet van materieel... niets gemeen had met de vorige dienst.

Voor de reizigersdienst bestaat de nieuwe organisatie uit:

  • een interstedelijk IC-net dat zowat 70 belangrijke stations verbindt met treinen tegen hoge snelheid en met klokvaste dienstregelingen;
  • een net van klokvaste interregionale IR-treinen dat meer dan 100 stations omvat, waarvan een 30-tal deel uitmaken van het IC-net;
  • stoptreinen die de plaatselijke bediening verzorgen;
  • pendeltreinen, in de mate dat de treinen van de basisdienst niet bij machte zijn te voldoen aan de vraag naar vervoer op de piekuren;
  • de internationale treinen;
  • de bediening van 232 stations en stopplaatsen met autobussen van de NMVB alsook van lijnen waar het verkeersvolume geen vastgestelde minimumdrempel bereikte.

De reorganisatie leidde tot een merkelijke verbetering van de regelmaat in het treinverkeer. Deze kan evenwel altijd verstoord worden door technische incidenten, ongevallen aan overwegen die een blokkering van verscheidene uren teweegbrengen van de trein die daarbij betrokken is, als van al de treinen die op de zelfde lijn rijden. Te dezer gelegenheid kreeg ook het spoorboekje een nieuw kleedje.

de goederendienst

In 1984 heeft de Maatschappij de Ie fase van het reorganisatieplan voor rationalisatie van de goederendienst met wagenladingen voltooid.

De goederenparken die inzake verkeer geen minimumdrempel bereikten, werden gesloten. Tevens is de toepassing van een nieuw vervoerplan voor de wagens die niet onder het stelsel van de gesloten treinen vallen aan de gang.

Dit plan impliceert een groepering van de activiteiten van de vormingsstations. De uit de hervorming voortvloeiende jaarlijkse besparing beloopt nu reeds meer dan 500 miljoen per jaar.

Er is beslist tot de afschaffing van werkplaatsen voor wagens en tractiematerieel evenals van schouw- en onderhoudsposten, wat een onmiddellijke besparing van circa 200 miljoen per jaar kon opleveren. De studies voor rationalisatie op dat gebied worden voortgezet, teneinde dergelijke installaties te groeperen.

de stukgoeddienst

Om de rentabiliteit van de stukgoeddienst te verbeteren, werden diverse maatregelen onderzocht. Zo o.m. de bespoediging van het vervoer tussen stedelijke en semi-stedelijke centra, de oprichting van een modern trieercentrum, de vermindering van het aantal aannemingspunten door het sluiten van deze die geen minimumaantal zendingen per dag verwerven, de concentratie van de activiteiten van de centra voor wegvervoer, de sluiting van de abonnementscontracten voor afhaling en bestelling aan huis. Die maatregelen worden geleidelijk doorgevoerd. De besparingen die uit die reorganisaties zullen voortvloeien, waren in 1984 evenwel niet zo omvangrijk als verhoopt werd.

 De investeringen

Op grond van de beschikbare middelen heeft de Maatschappij de uitvoering van de op het driejarenprogramma 1984-1986 ingeschreven werken voortgezet en hoofdzakelijk de elektrificatie van lijnen, de aankoop van rollend materieel, de bediening van de grote agglomeraties, teneinde het vlot verloop van het verkeer in die bijzonder dichte zones te verbeteren.

De projecten hebben betrekking op de aanpassing en de aanleg van de parkeerterreinen voor auto’s en fietsen, het opdrijven van de snelheid van de treinen, de afschaffing van de overwegen, de toegang tot de stations en de perrons, de veiligheid van de reizigers en het personeel, en de uitrusting van de havens en de industriezones.

Het Belgisch spoorwegnet had op 31 december 1984 een totale lengte van 3 741 kilometer lijnen, waarvan 2 902 km in dienst voor het reizigers- en goederenverkeer en 839 km alleen voor goederentreinen. De totale lengte verminderde met 101 kilometer tegenover 1983 doordat een aantal baanvakken buiten dienst gesteld werden. In 1984 werden de lijnen Flémalle - Kinkempois, Herentals - Turnhout, Welkenraedt - Eupen en de baanvakken Wezet - Montzen en Piéton - Marchienne in dienst gesteld voor elektrische tractie. Dit bracht de totale lengte der geëlektrificeerde lijnen op 1 907 km, een toename met 64 kilometer ten overstaan van vorig jaar. Er wordt dus nog 1 834 km met dieseltractie geëxploiteerd.

Een essentieel aspect van de modernisering van het spoorwegnet is de opvoering van de veiligheid en minimalisering van de hinder zowel van het weg- als het spoorverkeer. Ter voorkoming van de soms zeer tragische ongevallen, worden zoveel mogelijk de gelijkgrondse kruisingen met het wegennet opgeheven, zowel door omlegging van wegen als door bouw van kunstwerken; zoniet wordt al het mogelijke gedaan om de beveiliging te verbeteren.

Het totaal aantal overwegen verminderde met 101 eenheden. Nu reeds zijn 60 % van het totaal aantal kruisingen met de openbare weg met automatische signalisatie uitgerust, waarvan bovendien 39 % van sluitbomen voorzien zijn. Het aantal aldus beveiligde overwegen nam in 1984 met 41 eenheden toe. Vorig jaar eveneens werden in de hoofdsporen 500 km spoorstaven, waarvan 366 km langgelaste, 172 spoortoestellen en 441 000 dwarsliggers vernieuwd. De ballast werd vernieuwd of gezift over 196 km spoor.

In de bij sporen werden 130 spoorstaven, 91 800 dwarsliggers en 234 spoortoestellen vernieuwd en over 40 km spoor werd de ballast vernieuwd.

Naast de stations te Burst en te Eupen, herbouwd in het kader van de elektrificatie, kwam er eveneens een nieuw stationsgebouw in dienst teTubeke.

In 1984 leverde de nijverheid 16 elektrische locomotieven: 8 van de reeks 21 en 8 van de reeks 27, 41 tweeledige elektrische motorstellen, 25 rijtuigen M4, 342 stortwagens met bogies, 28 gesloten wagens, 44 wagens met opengaand dak en door de zwaartekracht gecontroleerde lossing en 2 kraan wagens. De eigen werkplaatsen bouwden 100 platte wagens en één prototype van een speciale wagen met bogies.

Er werd bovendien een programma opgemaakt van buitendienststelling van versleten materieel van nu tot 1990 nl. 204 baandiesellocomotieven en 39 dieselmotorwagens, 382 rijtuigen van binnenlandse en 111 rijtuigen van internationale dienst, alsook 5 233 wagens van diverse types.

Verder werd de modernisering van het belangrijkste trieerstation van het land nl. Antwerpen-Noord ingeschreven, waarvan de installaties uit de jaren dertig dateren.


Bron: Het Spoor, december 1985