Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > Indeling der stoomlocomotieven

Indeling der stoomlocomotieven

Phil Dambly.

vrijdag 23 januari 2009, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Er zijn steeds reizigers- en goederentreinen geweest. Voor de eerste was de snelheid belangrijk, voor de tweede telde vooral het vermogen. De locomotieven moesten derhalve afhankelijk van deze eisen worden gespecialiseerd.

Thans worden de locomotieven onderverdeeld in 4 categorieën : de locomotieven voor reizigerstreinen, voor goederentreinen, voor gemengde diensten en de gelede locomotieven.

De eerste hebben grote wielen met een doormeter van 1,70 toto 2,10 m en meer. Voor de tweede zijn de drijfwielen kleiner en talrijker, wat het adhesievermogen verhoogt : hun doormeter gaat van 1,40 tot 1,45 m. De derde moeten zowel snel als sterk zijn en hebben daarom wielen van 1,52 tot 1,60 m. De vierde vindt men ofwel op de Afrikaanse netten met smal spoor, waar de scherpe bochten soepelheid vergen en de belasting per as beperkt is, ofwel in de U.S.A., waar de locomotief, die het omgrenzingsprofiel heeft bereikt alleen nou maar in de lengte kon worden vergroot. Verder zijn er nog de tenderlocomotieven die het kunnen stellen met een kleine voorraad brandstof en gebruikt worden voor stoptreinen en rangeerdiensten.

Om de verschillende typen van stoomlocomotieven aan te duiden gebruikt men een symbool opgemaakt volgens de verschillende combinaties van draag- en drijfassen. Men onderscheidt 4 stelsels. Het Frans stelsel telt per as, te beginnen vanaf het voorste deel van de locomotief. Het Angelsaksisch stelsel of stelsel van Whyte toegepast in België telt de wielen en geeft bijgevolg een getal dat tweemaal groter is dan het vorige. Het Zwitsers stelsel is samengesteld uit twee cijfers waarvan het eerste de drijfassen opgeeft en het tweede hel totaal der assen. In het Duits stelsel worden de drijfassen voorgesteld door letters en de draagassen door cijfers.

Een honderdtal combinaties hebben, bovendien, een speciale naam gekregen die doorgaans van Amerikaanse oorsprong is. Zo is ons type 1 een Pacific 4-B-2 gerangschikt volgens het stelsel van Whyte; in Frankrijk zou zij een 231 zijn, in Zwitserland een 3/6. in Duitsland een 2C1. De meest verspreide klassen in België waren de 2-8-0 Consolidation, 2-10-0 Decapod , 4-6-0 Ten Wheel, 4-6-2 Pacific en 4-4-2 Atlantic.

Kenmerkende benamingen der voornaamste typen

(De gelede typen kregen geen eigen benaming.)

0-6-0 BOURBONNAIS
0-8-0 EIGHT COUPLER
0-10-0 TEN COUPLER
2-6-0 MOGUL
2-6-2 PRAIRIE
4-4-0 AMERICAN
4-4-2 ATLANTIC
4-4-4 READING
4-6-0 TEN WHEEL
4-6-2 PACIFIC
4-6-4 HUDSON BALTIC voor de tenderloco
2-8-0 CONSOLIDATION
2-8-2 MIKADO
2-8-4 BERKSHIRE
4-8-0 TWELVE WHEEl
4-8-2 MOUNTAIN
4-8-4 NORTHERN
4-10-0 MASTODON
2-10-0 DECAPOD
2-10-2 SANTA-FE
2-10-4 TEXAS
2-12-0 CENTIPIDE
Tenderhl. : 4-4-2 - Atlantic, type 16
Hl.-reizigers : 4-6-2 Pacific, type 1
Hl. voor gemengde diensten : 2-8-0 Consolidation, type 29
Hl. goedercn : 2-10-0 Decapod, type 36
Gelede hl. syst. mallet : 4-8-8-4 klas S-772 Big Boy, van Union Pacific U.S.A.
Gelede hl. syst. Garratt : 4-8-2-2-8-4, klas GMAM der South African Rlys.

Bron: Het Spoor, september 1963