Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > Tracés en profielen van de spoorbanen

Tracés en profielen van de spoorbanen

Phil Dambly.

vrijdag 23 januari 2009, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

Plattegrond

De studie van het tracé van een spoorlijn heeft tot doel de eindpunten op de meest directe en renrende wijze te bedienen. Het is evenwel niet steeds de rechte lijn die dat doel beantwoordt, want men moet : een zo groot mogelijk aantal bevolkingscentrums bedienen ; de ligging en de belangrijkheid van de stations bepalen en ze, waar het kan, op vlak terrein en in een rechte lijn optrekken ; indien mogelijk, de hellingen vermijden alsook de kunstwerken die altijd zeer kostbaar zijn ; de grootst mogelijke straal nemen voor de bochten; de kleiachtige of moerassige gronden vermijden evenals de onregelmatige tracés daar deze laatste heel wat kosten meebrengen voor de tractie.

De diverse hypothesen van mogelijke tracés worden op een kaart van de te bedienen streek aangebracht. Daarna wordt een onderzoek van de bodem opgosteld, d.w.z. men vergelijkt die hypothesen en toetst ze aan de werkelijkheid. Wanneer de beste hiervan bepaald is, bekomt men dus het tracé in zijn grote trekken. Daarna wordt het in tekening gebracht op een schaal van 1/2000, om het dan verder in detail te bestuderen

Al die tracés worden voorgesteld door een platte grond d.w.z. gezien van uit de lucht. Om dat bovenaanzicht aan te vullen, wordt er nog een lengtedoorsnede of lengteprofiel getekend. Daarna wordt er een plan opgemaakt tot op een duizendste, dat de definitieve aslijn weergeeft. Deze laatste wordt op het terrein afgebakend. Op dat ogenblik geschiedt de definitieve opneming van de lengte- en dwarsprofielen (dwarsdoorsnede).

De beste tracés en profielen zijn doorgaans die welke de valleien volgen. Ze hebben een geringe en doorlopende helling. De valleien zijn, bovendien, steeds dichter bevolkt geweest dan de hoogvlakten ; die van de Maas en de Rijn zijn op dat gebied kenschetsend.

Tussen Luik en Namen, en verder op, volgt het tracé de vallei van de Maas.
Nabij Lacuisine, op de lijn van Houyet naar Virton, waar de sterke heffingen legio zijn.
LENGTEPROFIEL VAN DE LIJN NAAR LUXEMBURG. LENGTE IN KM. - HOOGTE IN M.

Bron: Het Spoor, november 1964