Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Van Sporeghem Junior > De spoortoestellen

De spoortoestellen

Phil Dambly.

vrijdag 23 januari 2009, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

De evolutie van de spoorwegen had tot gevolg dat sommige sporen moesten samenlopen of elkaar kruisen.

Andermaal waren het de Stephensons die de gedachte van de wisselnaalden opvatten. Dit zijn beweegbare en naar de spits toe afgeschaafde spoorstaafuiteinden die de overgang van een spoor naar een ander mogelijk maken.

Sommige wisselnaalden, die met elkaar verbonden zijn door een beweegbare bedieningsstang, zitten scharnierend verbonden in de «wortelkoppeling», Deze scharnierende naalden worden meestal gebruikt voor de vertakkingen der secondaire sporen. De verende wisselnaalden, waarvan de lengte soms veertien meter bereikt, zitten vastgehecht in de wortelkoppeling. Dank zij hun buigzaamheid kunnen ze bewegen. Zij mogen tegen hoge snelheid worden bereden.

Een trein die een wissel nadert langs de kant der naalden, berijdt deze «tegen de spits» in. In de tegengestelde richting berijdt hij het toestel «langs de wortel».

In de secondaire instellingen worden de scharnierende wissels doorgaans ter plaatse bediend door een handel, voorzien van een tegengewicht dat één der naalden tegen de aanslagspoorstaaf drukt.

Bij de inrit der stations die meestal een groot aantal wissels omvatten, heeft men de handels in seinhuizen gegroepeerd, en geschiedt de bediening op afstand, ofwel mechanisch door middel van stangen of draden, ofwel elektrisch met behulp van een naast het spoortoestel geplaatste motor.

De kruisingen maken het mogelijk een doorgaand spoor onder oen bepaalde hoek dwars over te steken. Zij bieden geen mogelijkheid om van het ene naar het andere spoor over te gaan. Bovendien omvatten zij geen enkel beweegbaar deel.

Wissel met scharnierende naalden. Links, de motor

De dubbele of enkele Engelse wissels zijn kruisingen die met wissels zijn uitgerust. Zij maken de rechtstreekse kruising van sporen of de afwijking naar nevenliggende sporen mogelijk. Zij bieden het voordeel, op een beperkte ruimte, spoortoestellen samen te voegen die, indien zij punt tegen punt werden geplaatst, tweemaal zoveel plaats zouden innemen.

Wanneer de wissels en de kruisingen achtereenvolgens worden benut, bekomt men een toestellencomplex dat de vertakkingen of de wisselverbindingen tussen de verschillende sporen vormt. De in- en uitrijbundels van de grote stations zijn op die wijze samengesteld.

Spoortoestel

Bron: Het Spoor, maart 1963