Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Grootheid en dienstbaarheid van de spoorwegen en... van het Tweede Keizerrijk

Grootheid en dienstbaarheid van de spoorwegen en... van het Tweede Keizerrijk

André Dejardin.

zaterdag 14 september 2019, door Rixke

Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]

 Een wedloop tussen Parijs en Brussel

Op dat ogenblik wordt het een wedloop tussen Parijs en Brussel. In België wordt er onmiddellijk een wetsontwerp neergelegd om de bestaande wetgeving op de overeenkomsten betreffende de spoorwegen te versterken. Het ontwerp wordt onverwijld met een belangrijke meerderheid aangenomen dank zij de eensgezindheid tussen regeringsleider Frère Orban en oppositieleider Malou. Deze wet ter bescherming van de economie wordt uitgevaardigd op 23 februari. Haar politieke gevolgen werden uiteengezet in een noot van Jules Devaux aan Baron Beyens: de Liégeois- Limbourgeois bedient het kamp van Beverlo en het is niet mogelijk ze in de handen van de Fransen te geven; „toegeven in deze kwestie zou de Fransen naar Rotterdam leiden en Pruisen zou ons zulks niet vergeven, omdat, ingeval van oorlog, er zich via die weg dadelijk een Frans leger in België zou installeren”.

NAPOLEON III (Parijs, 1808 - Chiselhurst, 1873), zoon van Lodewijk Bonaparte, koning van Holland. President van de Republiek in 1848. Na de staatsgreep van 2 december 1851, herstelde hij een jaar later het Keizerrijk. Zijn politiek, afwisselend katholiek, liberaal, oorlogszuchtig, nationalistisch, koloniaal, was vooral die van een man zonder ruggegraat. Hij begunstigde de ontwikkeling van de spoorwegen en verleende het stakingsrecht zonder evenwel het recht van vereniging toe te kennen.

De zaak krijgt een internationaal karakter. Het Britse Foreign Office feliciteert de Belgische regering voor haar „krachtdadige houding”, maar is tevens van mening dat het van meer politiek inzicht zou hebben getuigd indien de Belgische Staat zelf de betwiste lijnen voor eigen rekening zou hebben gekocht. De Franse minister van Buitenlandse Zaken daarentegen „bestempelt de handelwijze van de Belgische regering als een daad van wantrouwen ten opzichte van Frankrijk” en La Gueronnière, de Franse vertegenwoordiger te Brussel, beduidt, in maart, Lambermont: „Er is geen sprake meer van dat België de kant van Pruisen zou kiezen. Het zou zelfs niet meer voldoende zijn dat het in betrekkingen met beide machten angstvallig onpartijdig zou blijven. België moet zich voortaan aan de zijde van Frankrijk scharen”. Onder de druk van Londen, zijn Parijs en Brussel het uiteindelijk eens over een verzoeningsformule waarbij Frankrijk transitofaciliteiten verkrijgt.

...

Blz 18 en 19 van Het Spoor nr 175, van maart 1971 ontbreken. Welke lezer kan er mij een kopie bezorgen?

... door nieuwsgierigheid. Toen hij goed tegenover het portier stond, nam hij zijn hoed af en groette diep buigend. Napoleon III groette eerst lichtjes. Het leek wel of die hulde aan de onttroonde monarch hem verraste. Daar mijn vader onbeweeglijk en blootshoofds bleef staan, bracht hij zijn twee vingers aan zijn kepie en op zijn lippen verscheen de schaduw van een melancholische glimlach. Ik voelde mijn hart vertederen van medelijden. Op dat ogenblik kwam een Belgische politieman toegelopen, die ons met woedende stem gebood voort te gaan. Terwijl we weggingen zei mijn vader me doodgewoon: „Er zal hier een Fransman geweest zijn om het noodlot te begroeten. Vergeet dat nooit...”.

Even vóór zes uur, diezelfde zondagavond, arriveerden de keizer en zijn Frans - Belgisch - Pruisisch gevolg te Verviers waar ze de nacht doorbrachten in het Hôtel du chemin de fer.

 Napoleon IV - van Maubeuge naar Oostende, via Namen

Eveneens op die zondag namen prins Louis en zijn adjudanten - Deferré, Lamey, Clary - waarschijnlijk ten gevolge van het bevel dat Napoleon III vanuit Libramont gegeven had, heel bescheiden en in burgerkleren, eerst een brik en vervolgens een trein met bestemming naar België. Ze kwamen te Bergen aan om 7 u. ’s avonds, en stapten onmiddellijk over op een trein naar Verviers. „Duferré, die merkte dat Louis uitgeput was, besliste echter halt te houden te Namen” (Louis, prince impérial, Suzanne Desternes en Henriette Chandet). Het moest toen ongeveer 1 u. in de morgen zijn, aldus het Naamse dagblad L’Ami de l’Ordre. De prins was de gast van de graaf Charles de Baillet, gouverneur van de provincie.

VICTOR HUGO (Besancon, 1802 - Parijs, 1885), was een der eersten om de indrukken van een spoorreiziger weer te geven, nadat hij de Belgische Spoorweg gebruikt had (augustus 1837). Later, in 1853 en vooral in 1859 (in de Satyre), liet hij, te midden van al die inspiratieloze verdedigers van de machine, de stem van een ware dichter horen. Verbannen na de staatsgreep van 1851, keerde hij slechts op 4 september 1870 naar zijn land terug. In 1882 zat hij het banket voor ter ere van machinist Grisel die, op gevaar af van afgezet te worden, geweigerd had zijn trein te laten rijden over een brug die dreigde in te storten.

Op maandag 5, bij dageraad, liet Clary prins Louis rustig doorslapen en begaf zich naar Verviers, waar Napoleon III om 11 u. diende door te reizen naar Duitsland. Clary voegde zich bij hem te Verviers. Hij trof Napoleon aan op een bank in het station, omringd door Duitse officieren, kalm als altijd, maar blijkbaar ziek. „Angstig, deed de Keizer navraag naar zijn zoon. Na het verhaal van Clary te hebben aanhoord, en ofschoon het hem zwaar viel van zijn overkomst te moeten afzien, beval hij Louis naar Engeland over te brengen”. (Desternes en Chandet, in het geciteerde werk). Zo gezegd, zo gedaan. „In het station Namen, was ondanks de getroffen maatregelen, een dichte menigte samengestroomd. In ’t zwart gekleed, de hoed in de hand, deed Louis die er tengerder uit zag dan ooit, zijn best om te glimlachen toen hij voorbij de mensen stapte die zwijgend hun hoofd ontblootten. Vrouwen weenden. Hij groette iedereen. Maar toen hij het kantoor van de stationschef betrad, barstte hij in tranen uit. Eindelijk vertrok de trein: ’s avonds arriveerde men ten Oostende”. (Desternes et Chandet, in het geciteerde werk).

 „Een biljet voor Parijs” waarop hij negentien jaar had gewacht

Frankrijk is geen Keizerrijk meer maar een Republiek. Er is geen keizer meer, maar een gevangene. Er is geen keizerlijke prins meer, maar een banneling. Van het afgestorven Tweede Keizerrijk blijft alleen nog maar de herinnering over van het heen en weer gereis op de Belgische spoorwegen: heen en weer gereis van gevangenen, gewonden en vluchtelingen uit beide oorlogvoerende naties, hulptreinen bestemd voor de streek van Sedan... Er zou nog veel kunnen geschreven worden over de rol van de spoorwegen tijdens die historische gebeurtnissen. Als besluit, kan misschien alleen wat volgt onthouden worden. Op 5 September, de dag zelf dat Napoleon III het Belgische grondgebied verliet, begaf een oude heer met witte weerbarstige baard, een slappe hoed op, een lederen reiszak om de schouders, zich naar het loket van Brussel en vroeg er aan de bediende: „Een biljet voor Parijs”. Zijn stem bleefde, niet omwille van zijn leeftijd, maar omdat hij ontroerd was. Tot Jules Claretie die hem vergezelde zei hij: „Negentien jaar al wacht ik op dit ogenblik”. Het was Victor Hugo.


Bron: Het Spoor, maart 1971