Homepagina > Het Spoor > Geschiedenis > Getuigen van gisteren > „En de tram rijdt voort, en de tram rijdt voort op de...”
„En de tram rijdt voort, en de tram rijdt voort op de...”
Paul Pastiels.
zaterdag 2 november 2019, door
Alle versies van dit artikel: [français] [Nederlands]
Het spoorwegnet met normale spoorbreedte (1,435 m) heeft destijds, als een goede buurman, vruchtdragende relaties aangeknoopt met de netten van secundair belang waarvan de spoorbreedte doorgaans slechts 1,000 m bedroeg. In 1900 telde men reeds meer dan 85 verkeerspunten tussen de beide netten.
Gelegen in de schaduw van de eiken en beuken van het Zoniënwoud – de najaarswind voert de verdorde bladeren mee en martelt de witte rookpluim van de locomotieven – , doemt het stationnetje van Groenendaal voor ons op, koket en stralend in het herfstdecor. Elk ogenblik kan er een zondagse trein binnenlopen met Brusselaars die snakken naar de zuivere lucht en de vredige rust van het woud. Wat een buitenkansje voor deze reizigers wanneer ze bij het afstappen het vrolijke trammetje zullen aantreffen dat hen beslist op een verpozende zwerftocht door het Zoniënwoud zal vergasten. De lijn Overijse - Groenendaal, in dienst sedert 15.7.1894 en een van de zeldzame buurtspoorweglijnen met normale spoorbreedte waarop de wagens van de Staat konden rijden, voorzag gedurende meer dan zestig jaar in de behoeften van de druiventeelt in het IJssedal. Het vervoer van hout en graan vormde eveneens een belangrijk deel van het plaatselijk verkeer. Dank zij het spoor, kon het sombere Zoniënwoud, dat zozeer door de toenmalige reizigers gevreesd werd, zijn boomrijke diepten openstellen voor de eenzame wandelaars die een nauwer en echter contact zochten met de natuur.
Te Rochefort straalt een lekker zonnetje en schuimt het trappistenbier heerlijk: de valleien van de Lhomme en de Lesse gonzen van het gepraat van toeristen. Een pleziertrein uit Jemelle heeft zijn lading zondagswandelaars afgezet. De huurrijtuigen wachten hun trouwe klanten op, de paarden die blijkbaar staan te mediteren over de menselijke ijdelheid, snuiven niet eens meer van ongeduld. In de schaduw van een kastanjeboom kijkt een Ardense kip stomverbaasd naar dit heterogene gezelschap dat zijn mondain vernis nauwelijks kan verbergen. Een lieftallige stoomtram, samengesteld uit open rijtuigen, biedt zijn toeristische diensten aan. Hij nodigt de reizigers uit tot een ritje door de verrukkelijke streek van de Haute-Lesse, tot een bezoek aan de befaamde grotten van Han, die reeds in het begin van deze eeuw bekend waren. Laat je overhalen... op het einde van de namiddag brengt hij je weer naar het witte station van Rochefort, vanwaar je dan terug naar Dinant of Jemelle kunt reizen.
De buurtspoorweg drong door daar waar de trein zich geen weg kon banen. Taxi’s en andere „welriekende” vervoermiddelen versperden toen nog niet de stedelijke verkeerswegen; de stoomtrams brachten je van de uitgang van de stations naar het centrum en de voorsteden. Natuurlijk waren ze nooit gehaast, maar de mensen van toen kenden ook niet de kwalen waaraan onze moderne tijd tenonder gaat.
Te Bergen staat voor het station (dit gebouw, dat ondertussen verdwenen is, dagtekent van 1865-1870) een trammetje dat getuigenis aflegt van de continuïteit van het spoor, terwijl de twee burgermannetjes gezapig kunnen keuvelen over de beursnoteringen zonder zich om parkeerproblemen te bekommeren.
In de omgeving van het station Wetteren – een van de mooiste gemeenten van Oost-Vlaanderen – vinden we hetzelfde trammetje terug. Al de lanterfanters hebben zich rond de locomotief geschaard voor het traditionele „plaatje”.
Die stoomtrams van de buurtspoorwegen hadden een belangrijk aandeel in de aanvoer van allerhande goederen naar de overlaadstations. Velen herinneren zich wellicht nog de aanvoer van hout in de Ardennen, van bieten in Brabant, van groenten en vis in Vlaanderen. Zo had er te Andenne-Seilles tussen de twee netten een uitwisseling van goederen plaats op de enge goederenkoer die volgepropt stond met diverse wagens, waartussen de zware stortkarren uit de omtrek laveerden... Een voorbeeld uit vervlogen tijden van coördinatie tussen het spoor en de weg...
Bron: Het Spoor, april 1971
Rixke Rail’s Archives